Geprefabriceerd metselwerk

Hoewel de meeste metselwerkwanden in de regel nog op traditionele wijze op de bouwplaats opgetrokken worden, wendt men tegenwoordig ook steeds vaker hun geprefabriceerde tegenhangers aan. Het gebruik hiervan heeft immers tal van voordelen te bieden. Zo laat het onder meer toe om de bouwsnelheid te verhogen. Bovendien worden deze muren in een binnenomgeving gefabriceerd, waardoor de productie niet beïnvloed wordt door de weersomstandigheden.

"
Geprefabriceerd metselwerk moet over alle kwaliteits- en gebruiksgeschiktheidsgaranties beschikken.

Fabricage

Op maat geprefabriceerd metselwerk bestaat doorgaans uit metselstenen (baksteen, kalkzandsteen of beton, zie de WTCB-Dossiers 2014/4.4) en een mortel of mortellijm (zie de WTCB-Dossiers 2011/2.3) die beantwoordt aan de voorschriften uit de Europese normen en de in herziening zijnde STS 22.

Het gebruik van innovatieve materialen die niet onder de normenreeks NBN EN 771 en de norm NBN EN 998-2 vallen, zoals polyurethaanlijmen, is voor deze toepassing niet uitgesloten, op voorwaarde dat ze hiervoor geschikt zijn.

Gelet op het feit dat geprefabriceerd metselwerk niet beregeld wordt door een norm, moet het beschikken over alle kwaliteits- en gebruiksgeschiktheidsgaranties van de fabrikant of – beter nog – van een onafhankelijk organisme, zoals de Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (www.butgb.be).

Voor de prefabricage van de muren baseert men zich op de bouwplannen. De muren kunnen – afhankelijk van de productiemogelijkheden van de fabrikant en de muurdikte – 8 tot 9 m lang, 3 tot 4 m hoog en 3 tot 5 ton zwaar zijn. De keuze van de afmetingen kan enerzijds afgestemd worden op het draagvermogen en de positie van de op de werf aanwezige bouwkraan. Anderzijds kan de bouwkraan ook gekozen worden in functie van de beoogde afmetingen.

Bij de prefabricage kan er aan de muurvoet reeds een folie tegen opstijgend vocht voorzien worden. Deze dient dan uit te steken ten opzichte van het metselwerk, om een continuïteit ter hoogte van de aansluitingen te verzekeren. Verder dient de fabrikant de nodige maatregelen te treffen om te verhinderen dat de onderste laag stenen bij het transport en de plaatsing zou loskomen. De aannemer kan er ook voor kiezen om de eerste rij stenen samen met de folie in situ uit te voeren en nadien de geprefabriceerde muren aan te brengen. De functie van vochtscherm kan in sommige gevallen ook vervuld worden door een geschikte lijmvoeg in de geprefabriceerde muur.

Wanneer de muurvoet uitgerust moet worden met een isolerend bouwblok teneinde een EPB-aanvaarde bouwknoop te verkrijgen (zie de WTCB-Dossiers 2014/1.6), dan kan deze ofwel in de geprefabriceerde muur geïntegreerd worden, ofwel ter plaatse uitgevoerd worden. Verder kunnen ook de uitsparingen voor ramen en deuren, de afschuining bij puntgevels en de lintelen boven raam- of deuropeningen in de geprefabriceerde muren voorzien worden.

Om het geprefabriceerd metselwerk met de vrachtwagen te vervoeren, wordt het op sledes geplaatst (zie afbeelding 1).

1 | De geprefabriceerde muren worden op sledes geplaatst voor transport (bron : Verbo/Ploegsteert).

Plaatsing

De geprefabriceerde muren – die op de bouwplaats geleverd worden naarmate de werken vorderen – moeten op een vlak en voldoende draagkrachtig oppervlak opgeslagen worden. De plaatsing ervan dient niet alleen te gebeuren volgens de voorschriften uit de STS 22 en de Eurocode 6 en zijn Nationale Bijlagen, maar ook volgens de specifieke uitvoeringsrichtlijnen van de fabrikant.

"
De geprefabriceerde muren moeten met regelbare trek- en drukschoren vastgezet worden.
De positie van de muren moet met markeringen en eventueel met stelplankjes op de betonnen draagvloer uitgezet worden. Daarna moeten er per element minstens twee stelblokjes in een krimpvrije mortellaag aangebracht worden. Hierbij dient men erop toe te zien dat voornoemde stelblokjes meer vervormbaar zijn dan de mortel. De eventuele oneffenheden in de ondergrond kunnen geëlimineerd worden door de dikte van de mortel en de stelblokjes aan te passen. Door deze manier van werken is het in de regel mogelijk om oneffenheden tot 10 mm uit te vlakken. Vervolgens moeten de muren met regelbare trek- en drukschoren vastgezet worden en dient de loodrechtheid desgevallend gecorrigeerd te worden (zie afbeelding 2). Na de plaatsing van deze schoren mogen de hijsmiddelen losgemaakt worden.

2 | De geprefabriceerde muren worden met regelbare trek- en drukschoren vastgezet (bron : Xella/Silka).

De verticale voegen tussen de geprefabriceerde muren moeten met behulp van een spuitmachine en de door de fabrikant voorgeschreven mortel opgevuld worden. Soms zijn er in de voegen metalen lussen aanwezig, waardoor wapeningsstaven aangebracht kunnen worden ter versterking van de voeg. De schoren mogen pas weggenomen worden wanneer de mortel onderaan de wand en in de voegen voldoende verhard is. Alleenstaande wanddelen die niet met dwarse wanden verbonden zijn, dienen geschoord te blijven totdat de bovenliggende vloerplaat of dakconstructie voor de nodige stabiliteit zorgt.

Planning en kostprijs

Uit een aantal concrete gevallen blijkt dat geprefabriceerd metselwerk voornamelijk gebruikt wordt op bouwplaatsen waarbij zo’n 500 tot 1.000 (of zelfs meer) m² metselwerk voorzien is. De kostprijs van deze techniek wordt pas vergelijkbaar met die van het ter plaatse metselen wanneer men bij de plaatsing een voldoende hoog rendement per werkdag weet te behalen. Dit vereist echter een goede voorbereiding en coördinatie.

Y. Grégoire, ir., afdelingshoofd, afdeling Materialen, WTCB
T. Vissers, ing., adviseur, afdeling Beheer, kwaliteit en informatietechnieken, WTCB
J. Wijnants, ing., afdelingshoofd, afdeling Technisch advies, WTCB

Dit artikel werd opgesteld met de steun van het IWT, in het kader van het traject ‘Metselwerk IV: Innovaties in de metselwerksector: implementering door innovatievolgers’.