Nacalculatie van de projectkosten

Om de winstgevendheid van zijn projecten te garanderen, moet de aannemer een goed inzicht hebben in de kosten die ze met zich meebrengen. Een regelmatige nacalculatie of kostenbewaking is hierbij van essentieel belang.
In tegenstelling tot de boekhoudkundige opvolging van de kosten en de opbrengsten, gebeurt de nacalculatie tijdens de uitvoering van de werken. Dit geeft de aannemer de mogelijkheid om, wanneer hij verschillen tussen de in de offertefase gebudgetteerde en de werkelijke werfkosten vaststelt, het project tijdig bij te sturen door de werforganisatie aan te passen of te opteren voor een andere werkmethode. Bovendien stelt deze methode de aannemer in staat om de oorzaken van deze verschillen (prijsstijgingen, onjuiste inschatting van de rendementen …) op eenvoudige wijze te achterhalen.

Hoe kosten nacalculeren?

Om te komen tot een goede nacalculatie, dient men alle kosten – dat wil zeggen zowel de directe als de indirecte kosten – in rekening te brengen.

Nacalculatie van de directe kosten

Voor de nacalculatie van de directe kosten (de materiaalkosten, de arbeidskosten, de machinekosten en de onderaannemingskosten) worden de in de offertefase gebudgetteerde kosten vergeleken met de werkelijk in de uitvoeringsfase gemaakte kosten. De registratie van onder andere de gepresteerde uren en het verbruik worden manueel of digitaal verwerkt en geanalyseerd. Teneinde een vlotte informatiedoorstroom te bewerkstelligen, is er een aangepaste werkmethode nodig en dient men te kunnen steunen op een goede wederzijdse communicatie. Voor een overzicht van de bouwsoftwaretoepassingen die hierbij gebruikt kunnen worden, verwijzen we naar de softwaredatabank van het WTCB (www.wtcb.be/go/techcomsoft).

Uit voormelde registraties kan eenvoudig afgeleid worden in hoeverre de werkelijke kosten afwijken van de geraamde kosten, in welke posten van het project deze afwijkingen zich voordoen en wat hiervan de belangrijkste oorzaken zijn. Doorgaans gaat het om:
  • een afwijking van de rendementen (bv. verkeerde inschatting van de rendementen, slechte weersomstandigheden, wijziging van de uitvoeringsmethode …)
  • een afwijking van de producthoeveelheden (bv. foutieve opmeting, meerwerken op vraag van de klant …)
  • een afwijking van de prijzen (bv. wijziging van de materiaalprijzen, loonindexatie …).
De opvolging van de werkelijke directe kosten heeft als oogmerk om na te gaan of de vooropgestelde brutomarge (verkoopprijs − gebudgetteerde directe kosten) in de lijn ligt van de werkelijke brutomarge (werkelijk te factureren bedrag − werkelijke directe kosten). De brutomarge wordt gedefinieerd als het verschil tussen de verkoopprijs en de directe kosten (zie onderstaande afbeelding).

Nacalculatie van de indirecte kosten

Bij de nacalculatie dient men eveneens de indirecte kosten in aanmerking te nemen. Deze kunnen immers een aanzienlijk percentage van het totale omzetcijfer van het bouwbedrijf uitmaken. Gelet op het feit dat de indirecte kosten niet rechtstreeks toegewezen kunnen worden aan de projecten (zie de WTCB-Dossiers 2014/4.16), moet de opvolging ervan op periodieke basis (bv. op kwartaal- of maandbasis) gebeuren. Door de gebudgetteerde indirecte kosten aan de werkelijke indirecte kosten te toetsen, kan de aannemer namelijk een beter zicht krijgen op de toeslagpercentages die hij in zijn offertes dient te gebruiken.

Samenstelling van de verkoopprijs
T. Vissers, ing., adviseur, afdeling Beheer, kwaliteit en informatietechnieken, WTCB

Voor meer informatie hieromtrent kan u terecht bij de adviseurs van de afdeling Beheer, kwaliteit en informatietechnieken van het WTCB (gebe@bbri.be of 02/716 42 11).