Schimmelsanering in woningen

Het optreden van schimmelvlekken is letterlijk een teken aan de wand. Deze ongewenste micro-organismen tasten namelijk niet alleen de onderliggende materialen aan, maar kunnen eveneens gezondheidsproblemen veroorzaken. Daarom is het van cruciaal belang om over te gaan tot een correcte saneringsbehandeling. Dit artikel, dat een inleiding vormt op de toekomstige TV 'Schimmels: oorzaken, diagnose en sanering', bespreekt hoe men hiervoor te werk moet gaan en gaat dieper in op de voornaamste aandachtspunten.
1 | Schimmelstructuur onder de microscoop (x 400)

Basisprincipes

Schimmels zijn micro-organismen die veel schimmelfragmenten, schimmelsporen en bijproducten (MVOC's*) vrijzetten in onze binnenlucht en die een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van de bewoners. Door gecontamineerde materialen weg te nemen enerzijds en de materialen die ter plaatse blijven correct te reinigen anderzijds, tracht men de schimmelbelasting in ons binnenmilieu terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau.

Door reeds bij de eerste visueel waarneembare schimmelgroei te reinigen, tracht men de besmetting aan het oppervlak te beperken. Ingrepen waarbij de schimmel aan het oog onttrokken wordt, zoals het plaatsen van voorzetwanden en het behangen of overschilderen van de probleemzone, zijn te vermijden. Dergelijke interventies creëren immers een besloten zone, waarin schimmels zich verder ontwikkelen.

Voordat men de schimmelvlekken begint te reinigen, moet men de precieze oorzaak ervan achterhalen. Als ze te wijten zijn aan vocht, dient men de vochtbron(nen) te elimineren. Indien dit niet gebeurt, zal de schimmel immers terugkomen. De sleutel tot een succesvolle sanering ligt dus bij het oplossen van de vochtoorzaak en het verwijderen of – indien mogelijk – correct reinigen van de aangetaste materialen.

De te hanteren saneringsmethode is enerzijds afhankelijk van de omvang van de aantasting en anderzijds van de aard van de onderliggende materialen (zie afbeelding 2):
  • indien de aantasting beperkt is tot een klein à middelgroot oppervlak, kan men zelf tot actie overgaan. Bij schimmelgroei op grote schaal (> 3 m²) doet men daarentegen best een beroep op een firma die gespecialiseerd is in dergelijke problemen
  • wat de aard van de materialen betreft, speelt de porositeit een belangrijke rol:
    • gelet op het feit dat de schimmels in dit geval kunnen doordringen tot in de poriën, is de schade bij poreuze materialen (bv. gipskartonplaten, behangpapier ...) vaak veel omvangrijker dan deze die men met het blote oog kan waarnemen. Van zodra het beschimmelde oppervlak groter wordt dan 0,5 m², is er bovendien een reëel gevaar voor doorgroei naar de onderliggende lagen. Aangetaste poreuze materialen worden bijgevolg beter verwijderd
    • bij niet-poreuze materialen (bv. beton, keramische tegels …) treedt er enkel schimmelgroei op aan het oppervlak, waardoor een reiniging voldoende is
    • semi-poreuze materialen (bv. pleister, panelen …) moeten op hun beurt onderworpen worden aan een grondige inspectie om na te gaan of er al dan niet sprake is van doorgroei en om te bepalen of een loutere reiniging tot de mogelijkheden behoort.
2 | Schematische weergave van het saneringsprotocol

Aandachtspunten

Schimmelvlekken zijn bedekt met microscopisch kleine sporen (zie afbeelding 1) die zich gemakkelijk vrijzetten en met de lucht laten meevoeren. Bij de verstoring van droge schimmelvlekken, komt er een wolk van sporen en schimmelfragmenten in de binnenlucht terecht, die zich in de rest van de woning kan verspreiden. Tijdens de sanering dient men dan ook de nodige voorzieningen te treffen om de besmetting van de andere ruimten tot een minimum te herleiden. Zo strekt het tot aanbeveling om elke vorm van luchtcirculatie binnen het gebouw te vermijden en de betrokken ruimten enkel te verluchten door de buitenramen of buitendeuren open te zetten.

Aangezien de uitvoerder tijdens de sanering blootgesteld kan worden aan hoge concentraties schimmels en schimmelsporen, is het noodzakelijk dat hij zich voldoende beschermt door gebruik te maken van een geschikt masker (FFP3), handschoenen en beschermende kledij.

Het is eveneens aangeraden om al het overbodige, niet-beschimmelde huisraad (bv. meubels, bedlinnen, knuffels …) vóór de aanvang van de sanering uit de ruimte te verwijderen. Wat toch blijft staan tijdens de behandeling moet nadien onderworpen worden aan een vochtige oppervlaktereiniging (ontstoffing).

Gecontamineerd materiaal dat niet gereinigd kan worden, moet vóór de verdere reiniging uit het gebouw verwijderd worden. Om het vrijkomen van sporen te beperken, moet het materiaal vooraf bevochtigd worden. Het gebruik van technieken die aanleiding geven tot een sterke stofvorming is in deze context uit den boze. Het aldus gegenereerde afval moet – vóór het verlaten van de ruimte – hermetisch verpakt worden in een plastic zak. Voor het storten van beschimmeld materiaal bestaat er vooralsnog geen specifieke regelgeving.

De reiniging van de beschimmelde oppervlakken gebeurt best met een spons of een doek en met water en detergent. Hierbij dient men erop te letten dat het materiaal niet overvloedig bevochtigd wordt. Om de verspreiding van schimmels in de lucht te beperken, dient men op een zachte manier te werk te gaan en het behandelde materiaal na te spoelen met proper water.

Indien de vlek niet of onvoldoende verdwijnt, kan men na deze initiële reiniging gebruikmaken van een verdunde bleekwateroplossing (meestal huishoudjavel in water). De in acht te nemen verdunning – meestal één deel chloor voor vier delen koud water – wordt aangegeven door de fabrikant. Na een inwerktijd van maximum 15 minuten moeten de oppervlakken nagespoeld worden met water. Ook in dit geval dient men erop te letten dat het materiaal niet overvloedig bevochtigd wordt. Deze bijkomende reiniging kan de herontwikkeling van schimmels aan het oppervlak vertragen.

Het gebruik van apparatuur onder druk is af te raden. Om het oppervlak vrij te maken van schimmelfragmenten en sporen, kan er echter wel een stofzuiger ingezet worden, die minstens uitgerust is met een HEPA H 14-filter. Stofzuigers zonder een dergelijke HEPA-filter zijn uitgesloten, omdat deze aanleiding geven tot een massale schimmelverspreiding in de binnenlucht.

Hardnekkige schimmelvlekken vereisen vaak opeenvolgende schoonmaakbeurten om tot een aanvaardbaar en blijvend resultaat te komen. Pas na droging van de materialen kan er opnieuw een afwerkingslaag aangebracht worden.

K. Dinne, ing., laboratoriumhoofd, laboratorium Microbiologie en gezondheid, WTCB

Dit artikel werd opgesteld in het kader van de Technologische Dienstverlening COM-MAT, gesubsidieerd door het Waalse Gewest.

(*) Dit zijn vluchtige organische stoffen van microbiële oorsprong.