Verlijming van textiele vloerbekledingen

Er is een Technische Voorlichting in aanmaak over de uitvoering van textiele vloerbekledingen. Sinds 2013 krijgt u hiervan regelmatig enkele voorproefjes. Zo verscheen er vorig jaar een artikel over de lijmen die gebruikt worden voor textiele vloerbekledingen. Dit artikel bouwt hierop verder en geeft meer informatie over de verlijmingstechniek.
Verlijming van de banen
De keuze van de lijm en van de vloerbekleding (banen of tegels) bepaalt de te gebruiken plaatsingstechniek. Hoewel verlijming een vaak toegepaste plaatsingsmethode voor textiele vloerbekledingen is, bestaan er nog andere die in detail beschreven zullen worden in de nieuwe TV. De oplevering en de goedkeuring van de ondergrond door de opdrachtgever voor het aanvangen van de plaatsing zijn twee belangrijke aspecten die reeds aan bod komen in de TV 241.

Plaatsing van een vloerbekleding in banen

Men moet een aantal voorbereidende werken uitvoeren alvorens men een vloerbekleding in banen kan aanbrengen:
  • het inplanten: het banenplan moet rekening houden met de banenrichting, de poolrichting (gericht naar de hoofdingang van de ruimte, maar weggekeerd van de belangrijkste lichtbron van scherend licht) en de positie van de voegen tussen de banen (drukke verkeerszones vermijden en dwarsnaden vermijden)
  • het versnijden van de banen volgens afmetingen die iets groter zijn dan deze van de te bekleden ruimte (minstens 5 cm bekleding meer voorzien aan de rand van de ruimte, afhankelijk van de lengte en de breedte van de banen)
  • het correct en pas snijden van de banen: de banen moeten zodanig ter plaatse gesneden worden dat ze goed op elkaar aansluiten. Dit geldt voor alle types textiele vloerbekledingen behalve voor geweven vloerbekledingen. De banen van dit type worden immers fabrieksmatig voorzien van zelfkanten die afgesneden moeten worden alvorens men de banen naast elkaar legt.
De verlijming gebeurt met een dispersielijm. De meest gebruikte plaatsingsmethode voor vloerbekledingen in banen bestaat uit het aandrukken van de zijranden van twee banen, beginnend bij de banen in het midden van de ruimte (zie schema). Men tilt de baan waarmee men start (baan 1) voor ongeveer 2/3 van de breedte op en de baan waarnaar men werkt (baan 2) voor 1/3. Tijdens het verlijmen en aandrukken van de banen, plaatst men zicht op baan 1 om te vermijden dat deze zou verschuiven. Indien nodig wordt de naad tussen de banen na het aandrukken nog aangepast. Eens deze verbinding afgewerkt is, past men dezelfde werkwijze toe voor alle andere banen. Ten slotte worden de randen van de vloerbekleding langs de muren en de plinten afgesneden.

Bij niet-snijvast tapijt kunnen de voegen tussen de banen kleine onvolkomenheden vertonen die kunnen beginnen uit te rafelen indien ze zwaar belast worden (ponsbelasting, frequente beloping ...). Men kan dit risico op uitrafelen beperken door in de pas aangemaakte naad een speciale kleurloze lijm in te spuiten die de vezels aan de rand van de naad met elkaar verbindt. De polen worden vervolgens opnieuw rechtop gezet om visuele gebreken te vermijden.

Plaatsing van een vloerbekleding in tegels

Om de inplanting te bepalen, moet men rekening houden met de productierichting van de tegels. Deze wordt doorgaans aangegeven met een pijlaanduiding op het rugoppervlak van de tapijttegels. De fabrikant vermeldt op of in zijn verpakking welke plaatsingspatronen gebruikt mogen worden voor zijn product. De plaatser overlegt met de architect of bouwheer welk van deze patronen toegepast wordt.

Vóór de plaatsing dient men de startassen uit te tekenen. Deze situeren zich doorgaans rond het midden van de ruimte. Men moet er bovendien op toezien dat de passtukken langs de muren niet te klein zijn (minstens 10 cm). Indien de startas getrokken wordt op een afstand die overeenstemt met een veelvoud van de tegelgrootte, dient men deze met enkele centimeters te verminderen om eventuele onregelmatigheden in de muur op te vangen.

De tegels worden op hun plaats gehouden met behulp van een pick-uplijm waardoor de tegels op een eenvoudige manier kunnen verwijderd of teruggeplaatst worden. Dit is ook de reden waarom deze techniek vaak toegepast wordt voor de afwerking van verhoogde vloeren. De pick-uplijm is essentieel om lateraal verschuiven van de tegels tegen te gaan: enerzijds houdt de lijm de tegels tijdens de uitvoering voorlopig vast na het aandrukken tegen de reeds gelegde tegels en anderzijds vormt ze een bescherming tegen later verkeer (bv. door bureaustoelen met zwenkwielen of karretjes).

Pick-uplijmen moeten aangebracht worden op een vlakke, droge en vormvaste ondergrond. Men dient steeds te wachten tot de pick-uplijm volledig droog is alvorens men de tappijttegels begint aan te brengen. Indien men deze drogingstijd niet respecteert, kan de hechting van de tegels definitief worden waardoor het later wegnemen en terugplaatsen sterkt bemoeilijkt wordt.

Om een goed resultaat te bereiken, rekening houdend met de fabricage- en de uitvoeringstoleranties, moeten de tapijttegels strak op elkaar aansluiten.

Voor specifieke tapijttegels met een bijzondere rugafwerking kan de fabrikant afwijkende plaatsingsvoorschriften opstellen.

E. Nguyen, ir., projectleider, laboratorium Hout en coatings, WTCB