Voorschrijven van metselstenen

De Technische specificaties of STS zijn referentiedocumenten die in België een aanvulling vormen op de normen, de technische voorschriften (PTV) en Technische voorlichtingen (TV) van het WTCB. De te verschijnen herziening van de STS 22 ‘Metselwerk voor laagbouw’ zal onder meer technische voorschriften (specificaties) bevatten voor metselstenen. Vermits vaak naar deze voorschriften verwezen wordt in bestekken, moeten zowel de aannemer als de bouwheer deze goed kennen. In de lange versie van dit artikel vatten we de belangrijkste zaken uit de STS samen. Na een algemene voorstelling van de STS 22, gaat dit artikel dieper in op het voorschrijven van gevelstenen.

STS 22: toepassingsgebied

De STS 22 zijn van toepassing op metselwerk dat uitgevoerd werd met:
  • metselstenen (stenen of blokken) die voldoen aan de geharmoniseerde normen NBN EN 771-1 tot 6
  • mortel die voldoet aan de geharmoniseerde norm NBN EN 998-2 en ter plaatse aangemaakte mortel
  • toebehoren die voldoen aan de geharmoniseerde normen NBN EN 845-1 tot 3.
De aanbevelingen uit de STS zijn volledig conform de geharmoniseerde Europese normen en de regels voor de CE-markering. De STS hernemen de belangrijkste voorschriften voor het ontwerp en de uitvoering van metselwerk uit de verschillende referentiedocumenten (Eurocodes, normen ...), aangevuld met aanbevelingen, plaatselijke gebruiksvoorschriften en regels van de kunst.

De STS 22 geven de technische voorschriften op voor metselstenen die courant voorgeschreven worden in openbare en private bestekken en die in aanmerking kunnen komen voor een productcertificatie (BENOR, ATG ...).

De verplichte CE-markering geeft enkel aan dat de fabrikant garandeert dat de essentiële productkenmerken voldoen aan de verklaarde prestaties. De vrijwillige certificatie (BENOR, ATG ...) biedt de meerwaarde dat ze aantoont dat het product conform een voorschrift is dat bijvoorbeeld tot doel heeft om de gebruikers beter te beschermen, de verwachtingen van de markt bij te stellen of het gemeenschappelijke (economische) belang te verhogen. Deze objectieven vertalen zich in een aantal kwaliteitsdoelstellingen die vastgelegd worden in voorschriften en interne- en externe controleprocedures.

We willen erop wijzen dat de taken van een certificatieorganisme verder rijken dan deze van genotificeerde organismen in het kader van de CE-markering. Een ander voordeel dat het gebruik van gecertificeerde producten (BENOR, ATG ...) biedt, is dat ze niet verplicht onderworpen moeten worden aan een controle bij ontvangst op de bouwplaats.

Gevelstenen

Gevelstenen kunnen een BENOR-certificatie krijgen indien ze voldoen aan de voorschriften uit het normatieve document PTV 23-002.

De tabel op de volgende pagina geeft een voorbeeld van de voorschriften voor een gevelsteen in een bestek. Onderaan de tabel vindt u een aantal bijkomende inlichtingen. Voor meer informatie kan u de lange versie van dit artikel raadplegen.

Voorbeeld van de voorschriften voor een buitengevelsteen
Eigenschappen Voorschriften en beschrijving
Conformiteit BPR - CE-markering NBN EN 771-1
Conformiteit technische specificaties STS 22 (te verschijnen)
Vrijwillige productcertificatie [1] JA
Bestemming Niet-beschermd decoratief metselwerk ('U'), HD[2]
Uitzicht Kleur Bv.: rood
Structuur
Glad
Ruw
Andere: ...
Type
Strengpers
Vormbaksteen
Handvorm
Formaat [3] Bv.: module 190/50/90
Bv.: 188/48/88 (fabricagemaat)
Normale dikte van de metselvoeg [4] 8 tot 12 mm (mortel geschikt voor algemene toepassingen)
6 tot 8 mm (mortel geschikt voor algemene toepassingen)
3 tot 6 mm (‘gelijmd’ metselwerk)
Specifiek uitzicht van het metselwerk Normaal (van toepassing bij gebrek aan voorschriften)
Rechtlijnig uitzicht (strenge klasse Ri [5] vereist)
‘Rustiek’ uitzicht (minder strenge tolerantieklassen (Ti) en spreidingsklassen (Ri) [5])
Wild verband [6]
Andere: ...
Prestaties Categorie [7]
I
II
Gemiddelde druksterkte [8] Bv.: ≥ 5 N/mm²
Groep [9]
1
2
3
4
Vorstweerstand [10]
Hoog
Normaal
Gehalte oplosbare zouten [11] S2
Thermische eigenschappen [12] Warmtegeleidbaarheid λ10, droog, steen
   Bv.: ≤ 0,60 W/m K (90/90-waarde)
OF
Volumieke massa 90/90 en verschijningsvorm
   Bv.: ≤ 1800 kg/m³ – ‘volle’ steen
Brandreactie Klasse A1
[1] Gecertificeerde baksteen = BENOR-baksteen.
[2] HD = Hoge Dichtheid. De classificaties ‘HD’ en ‘LD’ (lage dichtheid) worden in de herziening van de norm NBN EN 771-1 vervangen door de classificaties ‘U’ (metselwerk dat niet beschermd is tegen vocht) en ‘P’ (beschermd metselwerk).
[3] Aangeven of het gaat om moduulmaten of fabricagematen. In het kader van de CE-markering moet de producent de fabricagematen verklaren. Hij moet tevens de toleranties respecteren die verklaard worden in de vorm van klassen [5] die de toelaatbare dimensionale afwijkingen aangeven.
[4] Deze keuze heeft niet alleen een invloed op het uitzicht van het metselwerk maar tevens op de toepasbaarheid van de gekozen baksteen (tolerentieklassen en maatspreidingsklassen, vlakheid van het legvlak en evenwijdigheid van de zijden). De fabrikant en de klant kunnen tot een akkoord komen op basis van een representatief muurtje of een representatieve plaat. Voor meer informatie kan u de WTCB-Dossiers 2011/2.3 en 2010/1.5 raadplegen.
[5] De producent moet de tolerantieklasse van de gemiddelde waarde (klassen Ti : T1, T1+, T2, T2+, Tm) en de spreidingsklasse (waarden Ri : R1, R1+, R2, R2+, Rm waarbij R staat voor range) van de baksteen verklaren. Hoe hoger de ‘i’ waarde, hoe strenger de klasse. Het symbool ‘+’ duidt op een strengere eis voor de hoogte van het element. De klassen en waarden aangeduid met het symbool ‘m’ zijn vrije verklaringen van de fabrikant die zowel strenger als ruimer kunnen zijn dan de andere klassen.
[6] De vermelding van Tm en Rm [5] volstaat. In dit geval wordt de zin ‘enkel geschikt voor metselwerk in wild verband’ op de verpakking aangebracht.
[7] Conform de CE-markering en afhankelijk van het betrouwbaarheidsniveau van de verklaarde drukweerstand is categorie I het meest ‘betrouwbaar’ (zie WTCB-Dossiers 2009/4.3).
[8] Sterkte en groep zijn minder belangrijk in het geval van niet-dragend metselwerk. Deze sterktewaarde mag niet zonder meer gebruikt worden voor stabiliteitsberekeningen (zie WTCB-Dossiers 2009/4.3 en 2010/3.2).
[9] Afhankelijk van de morfologie van de perforaties [8] (zie de te verschijnen STS 22 en Eurocode 6).
[10] De vorstweerstand word bepaald volgens de ‘Belgische’ methode (criterium Gc volgens de norm NBN B 27-010 en de directe vorstproef volgens de norm NBN B 27-009). De verklaring van de prestaties F0, F1 en F2 (volgens de norm NBN EN 771-1) op basis van de technische specificatie CEN TS 772-22 wordt niet aanvaard in België aangezien deze methode niet streng genoeg geacht wordt. Afhankelijk van de blootstelling van het metselwerk kan de ene of de andere klasse voorgeschreven worden (zie WTCB-Dossiers 2009/3.2). In de praktijk wordt de hoge vorstweerstand doorgaans voorgeschreven voor buitengevelbakstenen.
[11] Deze karakteristiek (overgenomen uit de norm NBN EN 772-5) heeft niets te maken met het risico op de verschijning van uitbloeiingen.
[12] Van toepassing indien de steen gebruikt wordt voor een bouwwerk waaraan thermische eisen gesteld worden. In België moeten de rekenwaarden (λUi of λUe) verplicht gebaseerd worden op de λ10, droog, steen-waarden die verkregen werden met een betrouwbaarheid van 90 % op de 90 %-fractiel (waarde λ90/90) en niet op de gemiddelde waarden die doorgaans verklaard worden in het kader van de CE-markering.



Volledig artikel


Y. Grégoire, ir.-arch., afdelingshoofd, afdeling Materialen, WTCB
D. Van Rossem, ing., hoofdcoördinator, Ruwbouwproducten en -systemen, SECO – BCCA

Dit artikel werd opgesteld met de steun van:
  • het IWT, in het kader van het traject Metselwerk IV: Innovaties in de metselwerksector: implementering door innovatievolgers
  • de DG06, in het kader van de Technologische Dienstverlening COM-MAT – Matériaux et techniques de construction durables
  • de FOD Economie in het kader van de Normen-Antennes Eurocodes en Beton-mortel-granulaten.



Via de WTCB-Mail blijft u op de hoogte van de verschijning van de lange versie van dit artikel: WTCB-Dossiers 2014/4.4