De TV 249, een nieuwe TV in verband met schilderwerken

De TV 159 heeft meer dan 25 jaar lang hét referentiedocument voor schilderwerken van gebouwen gevormd. Door de beschikbaarheid van nieuwe afwerkingsproducten, de evolutie van de applicatietechnieken en de beperkingen, opgelegd door de nieuwe milieureglementeringen, was dit document echter aan een update toe. Na jaren van overleg met en informatie-inwinning bij de professionelen uit de sector, is de herziene versie van dit document, de TV 249, eindelijk van de persen gerold.
De nieuwe TV heeft dezelfde algemene structuur als de vorige versie. De tabellen met procedures voor de voorbereiding van de ondergrond en het aanbrengen van de afwerking vormen nog steeds de kern van het document. Deze nieuwe versie bevat echter ook talloze toevoegingen die beantwoorden aan de huidige vragen uit de sector.

De TV 249 beschrijft één, twee of drie uitvoeringsgraden voor verfsystemen naargelang van de ondergrond en het afwerkingstype (zie tabel A). Deze kunnen een hulpmiddel vormen voor de opstelling van de bestekken. Zo wordt er voor elke ondergrond een uitvoeringsgraad gedefinieerd die van toepassing is bij gebrek aan voorschriften in de contractuele documenten. In het geval van uitvoeringsgraad I wordt de ondergrond gewoonlijk niet gecorrigeerd. Bij uitvoeringsgraad II worden de oneffenheden (gaten, bramen, scheuren ...) plaatselijk verwijderd. In het geval van uitvoeringsgraad III wordt de ondergrond volvlakkig geplamuurd. De TV benadrukt het feit dat deze plamuurlaag de ondergrond weldegelijk glad kan maken, maar dat ze – gelet op haar geringe dikte – niet in staat is om de algemene vlakheid van de ondergrond te verbeteren.

A | Vereiste werkzaamheden voor de drie uitvoeringsgraden bij het schilderen van een binnenbepleistering
Type Door de schilder uit te voeren voorbereidende en
afwerkingsbehandelingen
Uitvoeringsgraad
I II (¹) III
Binnenbepleisteringen 1. Borstelen en/of ontstoffen X X X
2. Ontkorrelen en/of ontbramen   X X
3. Stoppen en plaatselijk bijwerken   X X
4. Volvlakkig plamuren     X
5. Schuren en ontstoffen     X
6. Grondlaag X X X
7. Plaatselijk bijplamuren (waar nodig)   X  
8. Schuren en ontstoffen (op de bijgeplamuurde plaatsen)   X  
9. Grondlaag (op de bijgeplamuurde plaatsen)   X  
10. Tussenlaag   (²) X
11. Afwerkingslaag X X X
(¹) Uitvoeringsgraad bij ontstentenis (bij gebrek aan andersluidende voorschriften in het bestek).

(²) Een tussenlaag kan nodig zijn naargelang van de kleur en de aard van de ondergrond. Deze behandeling wordt uitgevoerd in samenspraak met de voorschrijver.


Om te kunnen voldoen aan de alsmaar strengere uitzichtseisen, worden er ook een aantal aanbevelingen gegeven voor de staat van de ondergrond. Deze aanbevelingen zijn bijzonder belangrijk voor schilders omdat zij zowel de maat- als uitzichtsafwijkingen definiëren die – vóór de start van de schilderwerken – door de opdrachtgever in aanmerking genomen moeten worden bij de oplevering van de ondergrond (zie tabellen B en C).

B | Vlakheidstoleranties voor binnenbepleisteringen
Uitvoeringsklasse Controle onder de lat van …
0,2 m 2 m
Normale uitvoeringsklasse (¹) 2,0 mm 5,0 mm
Speciale uitvoeringsklasse (²) 1,5 mm 3,0 mm
(¹) De normale uitvoeringsklasse is van toepassing bij gebrek aan andersluidende voorschriften in de contractuele documenten.
(²) De speciale uitvoeringsklasse moet voorgeschreven worden wanneer men voor de verf de uitvoeringsgraad III wenst te bereiken.
C | Toelaatbare onregelmatigheden voor binnenbepleisteringen naargelang van hun afwerkingsgraad
Afwerkingsgraad Beschrijving
Normale afwerkingsgraad (¹)
  • 4 onregelmatigheden (²) per oppervlak van 4 m²
  • 2 golvingen per 2 m lengte
Speciale afwerkingsgraad (³)
  • 2 onregelmatigheden per oppervlak van 4 m²
  • 2 golvingen per 2 m lengte
(¹) De normale afwerkingsgraad is van toepassing bij gebrek aan andersluidende voorschriften in de contractuele documenten.
(²) Deze onregelmatigheden kunnen voorkomen onder de vorm van plaatselijk onregelmatig gepolijste zones van maximum 0,5 dm², ofwel onder de vorm van spaanstrepen of zandkorrels.
(³) De speciale afwerkingsgraad moet voorgeschreven worden wanneer men voor de verf de uitvoeringsgraad III wenst te bereiken.

Naast een beschrijving van de laatste innovaties binnen de verfsector bevat de TV ook een aantal aanbevelingen met betrekking tot enkele vaak terugkerende of nieuwe problemen (overschilderen van kitten, schilderen van ETICS …). Zo geeft ze aanwijzingen voor de keuze van het verfsysteem voor nageïsoleerde spouwmuren. De TV geeft bijvoorbeeld aan dat gevels waarvan de spouw volledig opgevuld is met een isolatiemateriaal – waardoor elke mogelijkheid tot ventilatie van de spouw verhinderd wordt – afgewerkt mogen worden met een voldoende waterdampdoorlaatbaar verfsysteem (bv. bepaalde siloxaan- of silicaatverven) met een Sd-waarde (equivalente dampdiffusiedikte) van minder dan of gelijk aan 0,05 m.

Tot slot reikt de TV de schilder en de opdrachtgever enkele handige hulpmiddelen aan. Het gaat hier onder meer om een beschrijving van de werkzaamheden die geen deel uitmaken van het normale takenpakket van de schilder (bv. het opvullen van de schroefgaten bij houten ondergronden), om een overzicht van de voornaamste verfgebreken en de mogelijke oplossingen hiervoor, om de voordelen van en aandachtspunten voor de verschillende verven en om een tabel die een globaal beeld geeft van de compatibiliteit tussen de verschillende bindmiddelen.

Dit document vormt dus dé nieuwe referentie voor alle aannemers van schilderwerken in gebouwen.

E. Cailleux, dr., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium Hout en coatings, technologisch adviseur, WTCB
V. Pollet, ir., adjunct-departementshoofd, departement Materialen, technologie en omhulsel, WTCB
W. Van de Sande, ing., departementshoofd, departement Technisch advies en consultancy, WTCB