Onderhoud van tegelvloeren: aanbevelingen 2014/02.10

Hoewel het regelmatige onderhoud van vloeren uit keramiektegels of natuursteen onder de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker valt, is er in deze context ook een belangrijke rol weggelegd voor de aannemer die de plaatsing uitvoerde. Deze laatste dient zijn klanten namelijk te voorzien van correcte informatie hieromtrent. Dit onderhoud valt buiten het kader van de eigenlijke bouwplaatswerken en wordt tijdens de ontwerpfase bijgevolg maar al te vaak over het hoofd gezien. Het gaat hier nochtans om één van de sleutelfactoren voor de duurzaamheid van de vloer en de klanttevredenheid.
In dit artikel wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de reiniging tijdens de plaatsing, de reiniging op het einde van de bouwplaatswerken en het regelmatige onderhoud tijdens het gebruik van de vloer en worden er voor elk van deze behandelingen een aantal aanbevelingen gegeven om te komen tot een duurzaam eindresultaat.

1. De reiniging tijdens de plaatsing

Sponsbak met rollen
De reiniging tijdens de plaatsing maakt deel uit van de afwerking van de vloerbedekking en wordt bijgevolg uitgevoerd door de aannemer. Deze reiniging omvat twee belangrijke stappen:
  • onmiddellijk na de uitvoering van de vloerbedekking dienen alle lijm- of mortelsporen zorgvuldig verwijderd te worden
  • onmiddellijk na het opvoegen dienen alle hierdoor teweeggebrachte vuilsporen (bv. de cementsluier) geëlimineerd te worden.
Al naargelang van de grootte van het oppervlak kan de aannemer hiertoe gebruikmaken van een met zuiver water bevochtigde spons die na elke beweging uitgespoeld moet worden, een dweil, een sponsbak (met of zonder rollen en rooster, zie foto) of een sponsmachine. Het water moet uiteraard regelmatig ververst worden.

2. De reiniging op het einde van de bouwplaatswerken

De reiniging op het einde van de bouwplaatswerken maakt geen deel uit van het takenpakket van de plaatser. Tijdens deze reiniging dient de eindgebruiker erop toe te zien dat de laatste cement-resten, die niet geëlimineerd konden worden tijdens de reiniging na de plaatsing, verwijderd worden. Dit dient te gebeuren met behulp van producten die onschadelijk zijn voor de voegen en de tegels. Het gebruik van intensieve reinigingsmethoden en schuurborstels (nooit uit staal!) is slechts toegelaten na de toereikende uitharding van de ondergrond, het stelproduct en de voegen. Indien men wenst gebruik te maken van specifieke zure producten, dient men na de opvoeging een wachttijd van minstens 7 dagen in acht te nemen.

In aanwezigheid van vloeren uit natuursteen kan de cement-sluier zo'n 24 tot 48 uur na de opvoeging verwijderd worden met behulp van een borstelmachine. Indien het resultaat van deze behandeling niet bevredigend is, kan het noodzakelijk zijn om zijn toevlucht te nemen tot specifieke producten. In voorkomend geval dient men echter wel steeds na te gaan of het weerhouden product verenigbaar is met de aard van de natuursteen.

3. Overgangsperiode voor vloeren uit natuursteen

Het eerste regelmatige onderhoud vindt in de regel pas zo'n 3 tot 6 maanden na de uitvoering van de vloerbedekking plaats. Deze termijn is afhankelijk van de plaatsingstechniek, van de steensoort en van diens porositeit. Opdat het bouwvocht uit de structuur zou kunnen verdwijnen, is het ten stelligste afgeraden om de vloerbedekking vóór deze termijn af te dekken met een dampdichte beschermingslaag of om de natuursteen te behandelen met een beschermingsproduct. Voor carbonaatrijke gesteenten is de vroegtijdige uitvoering van een kristallisatiebehandeling evenzeer uit den boze. Hierdoor worden de poriën aan het oppervlak immers afgesloten, zodat er interne vlekvorming kan ontstaan. Tijdens deze overgangsperiode zou men zich dan ook moeten beperken tot een reiniging met een vochtige dweil.

4. Het regelmatige onderhoud

Het regelmatige onderhoud van de vloerbedekking behoort tot de taken van de eindgebruiker en kan pas plaatsvinden nadat alle door de plaatsing teweeggebrachte vuilsporen verwijderd werden.

Hoewel deze werkzaamheden een belangrijk keuzecriterium kunnen vormen, komen ze vooralsnog in geen enkel referentiedocument aan bod. Er bestaan niettemin genormaliseerde proefmethoden ter bepaling van de vlekgevoeligheid (NBN EN ISO 10545-14 voor keramische tegels en NBN EN 16301 voor natuursteen) en de chemische weerstand (NBN EN ISO 10545-13 voor keramische tegels en NBN EN 14527+A1 voor douches uit natuursteen), aan de hand waarvan er een gevoeligheidsklasse vastgelegd kan worden. Vandaag de dag zijn er nog geen voorschriften die deze klassen aan een specifieke toepassing vastknopen.

Het regelmatige onderhoud kan zowel op droge (door vegen of stofzuigen) als op natte wijze gebeuren. In dit laatste geval dient men gebruik te maken van lauw water en een geschikt, correct gedoseerd onderhoudsproduct. Indien er hieromtrent geen informatie voorhanden is, is het raadzaam om terug te grijpen naar niet-bijtende producten (die noch te zuur, noch te alkalisch zijn). Lauw, zuiver water wordt in deze context beschouwd als een oplosmiddel dat de meeste vlekken van minerale oorsprong kan verwijderen. De gebruikte waterhoeveelheid moet echter wel binnen de perken gehouden worden (reiniging met een vochtige dweil), vooral in aanwezigheid van poreuze tegels.

De keuze van het onderhoudsproduct is evenzeer afhankelijk van het gebruikte voegmateriaal.

4.1. Specifieke aanbevelingen voor keramische binnenvloeren

Weinig of niet-poreuze keramische tegels kunnen onderhouden worden door een kleine hoeveelheid ontvettend product aan het dweilwater toe te voegen. Een overdosering van het onderhoudsproduct kan daarentegen aanleiding geven tot filmvorming op de tegels (wat de vlekken sneller in het oog doet springen) of zelfs tot de aantasting van de oppervlaktelaag. Voor het onderhoud van natte ruimten kan men eveneens zijn toevlucht nemen tot lichtzure, ontkalkende producten.

Keramische tegels met een open structuur (bv. gepolijste tegels) vereisen een aangepast en regelmatig onderhoud waarbij er al dan niet gebruikgemaakt kan worden van poriënvullers. De eventuele oppervlaktebehandeling mag enkel uitgevoerd worden indien de tegels en de ondergrond in droge en propere staat verkeren.

Om streepvorming en de versnelde vervuiling van de voegen door achterblijvende zeepresten te vermijden, dient men keramische betegelingen bij het natte onderhoud voldoende na te spoelen met zuiver water. Het gebruik van krassende en schurende producten is hierbij uit den boze.

Ook de soepele voegen in de betegeling moeten regelmatig gecontroleerd en – indien nodig – onderhouden of vervangen worden.

4.2. Specifieke aanbevelingen voor binnenvloeren uit natuursteen

Het regelmatige onderhoud bestaat in dit geval uit een ontstoffing, gevolgd door een reiniging met lauw water waaraan een weinig neutrale zeep (bv. Marseillezeep) of een ander correct gedoseerd product toegevoegd wordt. De verdunning van de zeep dient te gebeuren in functie van de vervuilingsgraad van de vloer en de porositeit van de natuursteen. Een overdosering kan aanleiding geven tot de vorming van een onesthetische film aan het vloeroppervlak. Bij sterke vervuiling kan de zeep occasioneel vervangen worden door een neutraal detergent.

Om een geschikt onderhoudsproduct te kunnen kiezen en zodoende de duurzaamheid van de vloerbedekking te vrijwaren, dient men kennis te hebben over de aard van de steen. Het gebruik van te zure onderhoudsproducten (bv. ketelsteenwerende middelen en ontkalkers) op carbonaathoudende steensoorten zoals kalksteen of marmer is af te raden. Naargelang van hun concentratie en de porositeit van de steen kunnen deze producten immers aanleiding geven tot een (al dan niet verregaande) aantasting van het vloeroppervlak. Het gebruik van te alkalische producten (bv. krachtige ontvetters) is dan weer uit den boze voor silico-aluminiumhoudende stenen zoals bepaalde granieten en stenen met een verkit oppervlak. Deze producten worden wel veelvuldig aangewend bij specifieke onderhoudswerkzaamheden met behulp van vloerreinigingsmachines.

4.3. Specifieke aanbevelingen voor buitenvloeren

Voor het normale onderhoud van buitenvloeren uit keramiektegels en natuursteen gelden dezelfde aanbevelingen als voor het onderhoud van binnenvloeren (gebruik van lauw water en een geschikt, correct gedoseerd onderhoudsproduct, voorzien van een grondige naspoeling, vermijden van schurende producten ...).

Een jaarlijks onderhoud kan kleine scheuren in de voegen aan het licht brengen. Door deze manier van werken kunnen er maatregelen getroffen worden om ergere schade te vermijden en kan men voorkomen dat de scheurtjes zich door vervuiling zouden gaan accentueren. Door de vloer regelmatig te borstelen, kan men bovendien voorkomen dat er vuil- en mosaanhechting ontstaat.

Om een correcte afwatering te garanderen, is het eveneens noodzakelijk om de waterafvoeren jaarlijks grondig te reinigen en – indien nodig – te ontstoppen. Bij buitenvloeren op tegeldragers of in aanwezigheid van vloerroosters, dient men de afzettingen op en onder de tegels en vloerroosters op periodieke basis te verwijderen.

Het gebruik van hogedrukreinigers is af te raden. Deze kunnen immers aanleiding geven tot een aantasting van de oppervlakteafwerking, waardoor er microkratertjes kunnen ontstaan waarin stof- en andere vuildeeltjes kunnen achterblijven. Door deze manier van werken wordt het oppervlak bovendien ruwer, waardoor de vervuiling ervan in de hand gewerkt wordt en de reiniging bemoeilijkt. De toepassing van hogedrukreinigers gaat eveneens gepaard met een groter risico op het uitspuiten van de voegen.

5. Besluit

Om de levensduur van een vloer uit keramiektegels of natuursteen te verbeteren, is een correct en regelmatig onderhoud noodzakelijk. De onderhoudsfrequentie dient hierbij afgestemd te worden op het gebruik.

Men dient eveneens te kiezen voor een geschikt en correct gedoseerd onderhoudsproduct.

Bij gebruik van industriële reinigingsmethoden (borstelmachines) spelen bovendien ook factoren zoals de hardheid van de borstels en de rotatiesnelheid een rol.

Bij de keuze van de vloerbedekking dient men ten slotte niet alleen rekening te houden met de technische karakteristieken van de tegels (bv. slipwerend karakter, slijtweerstand), maar dient men ook aspecten zoals de vlekgevoeligheid en het onderhoudsgemak in het achterhoofd te houden, die afhankelijk zijn van de aard van de vloerbedekking en de oppervlakteruwheid. De gevolgen van een ongeschikte tegelkeuze zullen immers zelfs met een specifiek onderhoud niet verholpen kunnen worden.
T. Vangheel, ir., projectleider, laboratorium Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen, WTCB
D. Nicaise, dr. wet., laboratoriumhoofd, laboratorium Mineralogie en microstructuur, WTCB

Dit artikel werd opgesteld met medewerking van de Normen-Antenne 'Afwerking'.