Normatieve context voor binnenbepleisteringen 2014/02.08

Er bestaan verschillende soorten binnenbepleisteringen. Het lastenboek of de architect geeft steeds aan welk type men dient te gebruiken en geeft eventueel ook de prestaties op waaraan de bepleistering moet voldoen. We maken in dit artikel duidelijk hoe deze informatie geïnterpreteerd moet worden.
Binnenbepleisteringen zijn samengesteld uit één of meerdere bindmiddelen, toeslagstoffen, water (of een ander oplosmiddel) en eventueel een aantal hulpstoffen of additieven. Het type bepleistering wordt bepaald door het hoofdbindmiddel. In dit artikel overlopen we de normatieve context voor de verschillende soorten binnenpleisters.

Gestandaardiseerde binnenpleisters

Voor de pleisters op basis van gips, minerale of organische bindmiddelen zijn er geharmoniseerde productnormen beschikbaar. De essentiële kenmerken uit deze normen worden samengevat in de lange versie van dit artikel.

Gipspleisters vallen onder de norm NBN EN 13279-1, die een onderscheid maakt tussen zeven 'gewone' gipspleisters (B1 tot B7) en zeven gipspleisters 'met speciale eigenschappen' (C1 tot C7). Aan deze laatste gips-pleisters worden specifieke eisen gesteld, afhankelijk van de eigenschap. In België kan men, naast de CE-markering, ook een vrijwillige kwaliteitsverklaring (ATG) bekomen. Hiervoor kunnen bijkomende prestaties vereist worden, zoals de hechtsterkte aan andere ondergronden (bv. snelbouwsteen, cellenbeton), die via een externe controle gecertificeerd moeten worden.

Voorbeeld van een CE-markering voor gipspleister
Naam producent
Adres producent
Jaar van markering
EN 13279-1
Licht bouwgips voor binnentoepassingen B4/50/2 (*)
Brandreactie A1
(*) B4/50/2 duidt op een lichtgewicht gipspleister met een initiële bindingstijd > 50 min en een druksterkte ≥ 2 N/mm²

Minerale pleisters zijn pleisters op basis van cement, kalk of een combinatie van beide. Deze pleisters worden ofwel fabrieksmatig voorgedoseerd, ofwel ter plaatse aangemaakt. De industriële pleisters vallen onder de norm NBN EN 998-1 (zowel voor binnen- als voor buitentoepassingen) (zie WTCB-Dossier 2010/2.9). In deze norm worden zes pleistertypes onderscheiden.

Organische pleisters (bv. op basis van acrylaat) worden beoordeeld volgens de norm NBN EN 15824 (zowel voor binnen- als voor buitentoepassingen). Deze norm is eveneens van toepassing op pleisters met anorganische bindmiddelen zoals silicaten en siloxanen. Organische pleisters zijn doorgaans gebruiksklaar beschikbaar in pastavorm.

In de drie productnormen komen de hechtsterkte en de brandreactie als voornaamste kenmerken naar voren. Een eigenschap die nog niet in deze normen aangehaald wordt, maar wel een alsmaar belangrijkere rol begint te spelen, is de luchtdichtheid (zie WTCB-Dossier 2013/4.6).

Andere binnenpleisters

Naast de traditionele binnenpleisters bestaan er ook nog een aantal andere soorten pleisters, zoals leempleisters, kalk-henneppleisters enzovoorts. Hiervoor zijn er vooralsnog geen productnormen voorhanden. Men kan hun algemene eigenschappen en prestaties echter wel bepalen met de proefmethoden uit de normen voor de andere pleistertypes. Een algemene opmerking betreft hun bijkomende innovatieve prestaties (zoals hun schimmelwerende, luchtzuiverende en vochtregulerende karakter) die steeds vaker benadrukt worden. Deze laatste berusten doorgaans niet op gestandaardiseerde proefmethoden, waardoor een correcte interpretatie of vergelijking bemoeilijkt wordt.

CE-markering en prestatieverklaring

Het opstellen van de prestatieverklaring en het aanbrengen van de CE-markering is een taak van de fabrikant. De prestatieverklaring omvat de prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken, overeenkomstig de geharmoniseerde productnorm.

Indien een product niet onder een Europese geharmoniseerde norm valt, is de CE-markering ervan niet verplicht. Men kan hiervoor echter wel een vrijwillige CE-markering verkrijgen door gebruik te maken van een Europese technische beoordeling (ETA) op basis van een Europees beoordelingsdocument (EAD).

Het beoordelingsniveau voor de CE-markering volgens de normen NBN EN 13279-1, NBN EN 998-1 en NBN EN 15824 is systeem 4. Dit houdt in dat de producent zelf instaat voor de productiecontrole in de fabriek en de bepaling van de productkarakteristieken. Indien het product aan specifieke brandeisen moet voldoen, kan het niveau verhoogd worden naar 3, 2 of zelfs 1.

Uitvoeringsnormen

De norm NBN EN 13914-2 handelt over het ontwerp, de voorbereiding en de uitvoering van binnenpleisters. Voor meer informatie over polymeer-, gips- en cement/kalkpleisters kan men de technische rapporten CEN TR 15123, 15124 en 15125 raadplegen. Bij de huidige herziening van de norm NBN EN 13914-2 tracht men rekening te houden met de inhoud van deze rapporten. Op Belgisch niveau vormen de Technische Voorlichtingen 199 en 201 de referentiedocumenten. In het WTCB-Dossier 2008/3.12 vindt men een vergelijking van de eisen en aanbevelingen op Europees en Belgisch niveau terug.


Volledig artikel


I. Dirkx, ir., projectleider laboratorium Ruwbouw-en afwerkingsmaterialen, WTCB

Artikel opgesteld in het kader van de Normen-Antenne Afwerking, gesubsidieerd door de FOD Economie en de Technologische Dienstverlening COM-MAT, gesubsidieerd door het Waalse Gewest.