Vloeistofdichte betonvloeren : ontwerp en uitvoering 2004/04.11

Benzinestations moeten voorzien worden van een vloeistofdichte vloer om de verontreiniging van de bodem tegen te gaan.
Om de ondergrond van bepaalde ruimten waar verontreinigende stoffen gebruikt en/of opgeslagen worden te beschermen tegen de mogelijke doorsijpeling ervan, is het noodzakelijk bijzondere veiligheidsmaatregelen te treffen. In deze bijdrage, die aansluit op een in 2003 verschenen artikel uit WTCB-Tijdschrift (zie kader 'Nuttige informatie'), gaan we dieper in op een van de mogelijke oplossingen : de uitvoering van een vloeistofdichte betonvloer.

1. Mogelijke definities van vloeistofdichtheid

In dit kader is het belangrijk goed te definiëren wat men precies verstaat onder de term 'vloeistofdicht'. Men kan immers een onderscheid maken tussen verschillende niveaus van vloeistofdichtheid :
  • volledige vloeistofdichtheid : hierbij treedt er geen volume- of massastroming op, maar is er wel een diffusie mogelijk op het niveau van de ionen en moleculen
  • nominale vloeistofdichtheid : in dit geval is er geen zichtbare lekkage, aangezien de 'verdamping' aan de achterzijde van de vloeistofdichte barrière de vochttoevoer aan de voorzijde ervan overtreft
  • gecontroleerde vloeistofdichtheid : deze wordt gekenmerkt door een zichtbare, maar gecontroleerde lekkage.
Niettegenstaande men bij het gebruik van bepaalde verontreinigende stoffen een nominale vloeistofdichtheid moet verzekeren, is voor de meeste vloeren een gecontroleerde vloeistofdichtheid voldoende. Alvorens men overgaat tot de uitvoering ervan, moet wel eerst door de betrokken partijen vastgelegd worden hoe groot de toelaatbare lekkage mag zijn.

2. Uitvoering van vloeistofdichte vloeren : algemeen

De vloeistofdichtheid van een vloerconstructie is in grote mate afhankelijk van de toegepaste materialen.

Daarnaast moet men eveneens voldoende aandacht besteden aan het ontwerp (met detailleringen en aansluitingen) en de uitvoering ervan. De richtlijnen hieromtrent zijn echter schaars.

Voor de uitvoering van vloeistofdichte vloeren maakt men doorgaans gebruik van :
  • cementgebonden materialen (beton, mortel)
  • bitumineuze materialen
  • harsgebonden systemen
  • kunststoffolies
  • minerale afdichtingen.

3. Uitvoering van vloeistofdichte betonvloeren


Bij de uitvoering van vloeistofdichte betonvloeren dient men eraan te denken dat dit materiaal gevoelig is voor scheurvorming.

Als men in de vloer doorgaande scheuren (met een beperkte scheurbreedte) aantreft, dient men vooreerst de lekkage doorheen de aanwezige scheuren na te gaan. Indien het lekdebiet het vooraf bepaalde maximum niet overschrijdt, kan men ervan uitgaan dat de vloer een gecontroleerde vloeistofdichtheid heeft.

Als de betonnen vloerplaat voldoende dik is en geen doorgaande scheuren vertoont, is het meestal mogelijk een nominale dichtheid te bereiken (zie kader).

Aangezien beton (net zoals de meeste andere cementgebonden producten) een poreus en permeabel materiaal is, moet men rekening houden met het feit dat de volledige vloeistofdichtheid van dit vloertype nooit kan verzekerd worden door de vloerplaat alleen. Indien een volledige vloeistofdichtheid vereist is, dient men bijgevolg een aantal bijkomende maatregelen te treffen of extra voorzieningen aan te brengen op of onder de betonnen vloerplaat. Deze aspecten worden uitgediept in de lange versie van dit artikel.




C. Van Ginderachter, ir., technologisch adviseur, TAD 'Bedrijfsvloeren', WTCB
B. Parmentier, ir., adjunct-labohoofd, laboratorium 'Structuren', WTCB