Belangrijk bericht
Dit artikel heeft tot doel de onvolkomenheden uit de huidige voorschriften en normen te verklaren. Het pretendeert echter geenszins in zijn eentje als leidraad te kunnen dienen bij de keuze van het cementtype. Hiertoe dient men immers rekening te houden met alle mogelijke beschadigingsfactoren die kunnen voortvloeien uit de omgeving van het beton (carbonatatie, alkali-silicareactie, vorst, aanwezigheid van chloriden, ...).

De chemische aantasting van beton 2004/04.09

Beton staat vaak bloot aan agressieve omgevingsvoorwaarden. Dit geldt met name in de boerderijbouw, voor industriële installaties en riolen. Volgens een Vlaamse studie vertonen de granulaten uit het beton in 87 % van de varkensmesterijen na een gebruiksduur van 15 jaar sporen van aantasting door zuren.
Beton is een basisch materiaal en is aldus erg gevoelig voor aantasting door zuren. Het zuur reageert immers met de calciumverbindingen, aanwezig in het beton, wat leidt tot de vorming van calciumzouten. Als het zuur voldoende in beweging is, zodat de zouten onophoudelijk verwijderd worden, zal de aantasting steeds verdergezet worden.

De norm NBN EN 206-1 voorziet drie omgevingsklassen voor beton dat blootstaat aan chemische aantasting. Naarmate de omgeving agressiever is, dient men te streven naar een beton met zwakkere porositeit. De norm bevat hieromtrent een aantal richtlijnen inzake de betonsamenstelling.

Nuttige informatie
Nuttige link
Rubriek 'Diensten', Innovatieondersteuning op deze website

Uit de resultaten van een proefcampagne, waarbij gebruik gemaakt werd van een door het WTCB ontwikkelde proefmethode om de chemische aantasting van het beton te simuleren, blijkt echter dat de norm NBN EN 206-1 een aantal onvolkomenheden vertoont :
  • de omgevingsklassen uit de norm worden bepaald aan de hand van de zuurtegraad (pH), terwijl de aantasting van het beton afhangt van de concentratie van het zuur
  • de norm beveelt aan de cementhoeveelheid te verhogen naarmate de omgevingsklasse strenger is. De resultaten, bekomen met een cement van het type CEM I 42,5 R, geven echter aan dat de verhoging van de cementhoeveelheid de aantasting kan versnellen
  • bij een aantasting door azijnzuur waren de verliezen het kleinst met de samengestelde cementtypes CEM II/A-M 32,5 R en CEM II/B-M 32,5 evenals met hoogovencement HSR LA met minstens 65 % slakken (bv. CEM III/B 42,5 HSR LA). Bij een aantasting door ammoniumzout was het verlies met een cement van het type CEM III/B 42,5 HSR LA daarentegen 30 % groter dan met een cement van het type CEM I 42,5 R
  • met porfiergranulaten treden de verliezen tot 4 maal trager op dan met kalkgranulaten, terwijl de norm hieromtrent geen gegevens bevat.




V. Dieryck, ir., en J. Desmyter, ir.