Staal-betonconstructies : controle van de GGT 2004/04.07

Het gebruik van staal-betonelementen is vooral voordelig in bouwwerken met meerdere verdiepingen. De dimensionering van dergelijke elementen wordt besproken in Eurocode 4 (EC4). Naast een stabiliteitsberekening (uiterste grenstoestanden - UGT) vereist elke constructie ook een controle van de vervorming (gebruiksgrenstoestanden - GGT). Hierna gaan we dieper in op de dimensionering van gemengde balken in de GGT.
De te controleren GGT voor een gemengde balk betreffen voornamelijk de vervormingen (beperking van de doorbuiging) en de scheurvorming in het opgespannen beton.

De controle van de GGT voor de vervorming kan leiden tot de keuze van een al dan niet gestutte constructie tijdens de stortfase van de vloerplaat die het bovendeel van de gemengde balk uitmaakt.

Bij continue balken op steunpunten ontstaan er trekspanningen aan de bovenzijde van de betonnen vloerplaat. Om deze spanningen op te nemen, voorziet men doorgaans bovenwapeningen aan de steunpunten. Als men de balken berekent als eenvoudig opgelegde (en dus niet als continue) elementen en het niet nodig is de scheuropening te controleren, kan men de minimale wapeningshoeveelheden gebruiken die voorgesteld worden door Eurocode 4 :
  • 0,4 % voor een gestutte constructie
  • 0,2 % voor een niet-gestutte constructie.

Voor een beton in een droge omgeving (vroegere blootstellingsklasse 1) volstaan deze waarden zonder bijkomende controle. De lengte van de wapeningen langs weerszijden van de steunpunten is hieronder voorgesteld. Voor de minimale afstand tussen de staven moet men de voorschriften uit EC4 respecteren.





D. Delincé, ir., en B. Parmentier, ir.