Vlak glas en veiligheid 2004/04.05

Omdat het gebruik van gewoon glas een groot risico op verwondingen en vallen van personen inhoudt, kiezen bouwheren steeds vaker voor veiligheidsglas. De norm NBN EN 12600 stelt een methode voor waarmee men vlak glas kan indelen volgens zijn schokbestendigheid en breukwijze.
Glas is een fragiel materiaal dat tegen geen enkele plastische vervorming bestand is. Deze karakteristiek kan leiden tot de onmiddellijke breuk van het glas wanneer het blootgesteld wordt aan overmatige spanningen. Indien het glas geen veiligheidsglas is, kan het fragmenteren, kunnen er grote, scherpe stukken loskomen en bestaat er gevaar voor snijden of door het raam vallen van personen.


De schokbestendigheid van vlak glas wordt bepaald volgens de norm NBN EN 12600, met een dubbele band die men vanop verschillende hoogten laat neervallen. De prestaties van beproefde glasproducten worden uitgedrukt door een code van drie tekens, die zowel rekening houdt met de breukwijze (zie tabel) als met de maximale valhoogte waarbij het glas niet breekt of breekt in overeenstemming met een van de volgende twee criteria :
  • criterium a : er ontstaan scheuren, maar geen enkele opening laat een kogel van 76 mm diameter door, waarop een maximale kracht van 25 N uitgeoefend wordt. Als er nadien stukken loskomen, mag hun totale gewicht niet groter zijn dan een massa die overeenstemt met 10.000 mm² van het oorspronkelijke proefstuk, ...
  • criterium b : het glas verbrijzelt en de tien grootste stukken die na de impact verzameld worden, wegen samen niet zwaarder dan een gewicht dat overeenstemt met 6.500 mm² van het oorspronkelijke proefstuk.
Zo zal gelaagd glas geklasseerd worden als 3(B)3, 2(B)2 of 1(B)1 en thermisch gehard glas als 1(C)3, 1(C)2 of 1(C)1.





P. Steenhoudt, ir., technologisch adviseur, TAD 'Glas in gebouwen'