Uw facturen zijn goud waard ... ook voor uw klanten! 2013/03.15

Indien u in een bestaand woongebouw werken uitvoert die de energieprestaties ervan kunnen beïnvloeden, moet u erop toezien dat de gebouweigenaar op uw factuur de juiste gegevens kan terugvinden voor het invullen van het Energieprestatiecertificaat (EPC) van zijn woning en voor het aanvragen van gewestelijke premies. Twee goede redenen dus om uw facturen goed op te stellen.

Verschillende certificaten met identieke problemen

De energiecertificering van gebouwen resulteert uit de omzetting van de Europese Energieprestatierichtlijn voor gebouwen. Vermits deze omzetting in België een gewestelijke bevoegdheid is, hebben de drie Gewesten elk een ander systeem (zie WTCB-Dossiers 2011/4.20). Bij de uitwerking van de certificatie in de praktijk moest elk Gewest een aantal vragen beantwoorden, waaronder:
  • hoe gaat men de aanwezigheid van een isolatiemateriaal na indien dit niet meteen zichtbaar is?
  • hoe identificeert men het isolatietype, de dikte en de thermische karakteristieken (λ of R)?
  • hoe bepaalt men het rendement van een installatie waarvoor er (bijna) geen technische informatie bestaat?
De Gewesten hebben deze vragen al eens eerder beantwoord in het kader van de invoering van de Energieadviesprocedure (EAP). Deze energieaudit is echter een vrijwillige procedure die enkel de aanvrager zelf ten goede komt. Het antwoord op deze vragen is dan ook snel gevonden: als de energiedeskundige type B zelf geen gegevens vindt, kan hij de gebouweigenaar geloven. De eigenaar heeft er immers niet veel baat bij om te liegen ... tegen zichzelf.

Bij een Energieprestatiecertificatie (EPC) ligt het enigszins anders. Hierbij wordt er immers een certificaat uitgereikt dat verplicht is en vooral de toekomstige eigenaar of huurder ten goede komt. De aanvrager heeft er met andere woorden alle baat bij om een zo goed mogelijke score te verkrijgen tegen een zo laag mogelijke kostprijs.

Het spreekt voor zich dat een geloofwaardig certificaat niet enkel gebaseerd kan zijn op de beweringen van de eigenaar: het moet opgesteld worden op basis van gegevens die onafhankelijk gecontroleerd werden door een energiedeskundige type A. Deze laatste verzamelt de nodige gegevens idealiter zelf ter plaatse. In vele gevallen zijn bepaalde vaststellingen echter onmogelijk. Zo is het doorgaans niet evident om de aanwezigheid en de aard van een isolatiemateriaal te achterhalen en nog moeilijker om de dikte ervan te meten, laat staan om het merk en het juiste type te bepalen. We mogen evenmin vergeten dat de kostprijs van het certificaat – en dus de onderzoekstijd – beperkt moet blijven voor de aanvrager.

Bewijsstukken

De Gewesten legden daarom strikte regels op voor de wijze waarop de energiedeskundigen de gegevens moeten verzamelen. Deze regels werden vastgelegd in zogenoemde inspectieprotocollen. Het gaat hier om verschillende documenten die elk meer dan 200 pagina’s tellen. Deze protocollen geven een overzicht van de informatiebronnen waarin men de nodige gegevens voor de berekeningen kan terugvinden bij gebrek aan een visuele vaststelling ter plaatse door een deskundige. Deze bronnen worden ook aangeduid als de bewijsstukken.

Vermits visuele vaststellingen vaak moeilijk uit te voeren zijn, is het zeer belangrijk dat de gebouweigenaar dergelijke bewijsstukken ontvangt en zorgvuldig bewaart om een goed certificaat te verkrijgen. Bepaalde bewijsstukken mogen afgeleverd worden door de aannemer zelf (bv. facturen).

We nemen een factuur van isolatiewerken als voorbeeld. Om zo goed mogelijk gevaloriseerd te kunnen worden door de energiedeskundige, moet deze de volgende gegevens bevatten (1):
  • de adresgegevens van de bouwplaats (ook indien dit adres gelijk is aan het facturatieadres)
  • een duidelijke beschrijving van de geïsoleerde wand (positie, samenstelling)
  • de oppervlakte van de betrokken wand (2)
  • de aard, het merk, het exacte type en de dikte van het aangebrachte isolatiemateriaal
  • de λ- en R-waarden (niet nodig voor de Energieprestatiecertificatie (EPC), maar wel om in het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest een premie te kunnen verkrijgen (3))
  • de CE-markering. Aan de hand hiervan kan de energiedeskundige de reële thermische prestaties van de wand valoriseren (enkel in het Vlaamse en het Waalse Gewest).
Omdat er steeds wijzigingen kunnen plaatsgrijpen tussen de offerte en de factuur, is de vermelding ‘factuur volgens offerte’ ontoereikend en dit, zelfs wanneer de vereiste gegevens in een van deze documenten vermeld zijn. Dit geldt evenzeer voor de vermelding ‘factuur volgens vordering van de werken’, tenzij er bij de factuur een vorderingsstaat gevoegd wordt die deze gegevens bevat.


Nuttige informatie 2013/03.15

Het WTCB heeft ten bate van de aannemer de facturatietool C-FACT© ontwikkeld, op basis van Microsoft Excel©.



Volledig artikel


N. Heijmans, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium Energiekarakteristieken, WTCB

Dit artikel beschrijft de stand van zaken in september 2013. Het werd opgesteld met de steun van de Technologische Dienstverlening Duurzaam bouwen en duurzame ontwikkeling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gesubsidieerd door InnovIRIS.
(1) Voor meer informatie over belastingsverminderingen verwijzen we naar de lange versie van dit artikel.
(2) De oppervlakte hoeft niet vermeld te worden voor de certificatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaams Gewest, maar wel voor het verkrijgen van de premies.
(3) Om in het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanspraak te kunnen maken op een belastingsvermindering of premie moet de factuur alle kosten vermelden per post.