Vervanging van aardgastoestellen aangesloten op collectieve rookgasafvoerkanalen 2012/04.15

Bij de vervanging van een defect of verouderd (atmosferisch) verwarmingstoestel door een verwarmingsketel van de huidige generatie kan men doorgaans een aanzienlijk hoger rendement behalen. Deze vervanging kan in bepaalde gevallen echter bijkomende implicaties met zich meebrengen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van de rookgassen. We overlopen in dit artikel de mogelijke problemen met gastoestellen en reiken een aantal oplossingen aan.
Bij het vervangen van verwarmingstoestellen in eengezinswoningen stellen zich meestal weinig problemen, op voorwaarde dat men de vorming van condensatie in de schouw opvangt door bijvoorbeeld een voering aan te brengen. Bij renovaties in appartementsgebouwen kan een dergelijke vervanging veel problematischer zijn aangezien men in deze gebouwen vaak te maken krijgt met een collectie, binnen het gebouw gelegen, rookgasafvoerkanaal waarop verschillende gasketels met een open verbrandingskamer aangesloten zijn.

De meeste problemen kunnen teruggebracht worden tot de werkingsverschillen tussen de nieuwe en de oude verwarmingstoestellen. Het grootste verschil tussen beide is de veel lagere rookgastemperatuur van de nieuwe ketels.

De vervanging van een oude verwarmings­ketel die aangesloten is op een collectief rookgasafvoerkanaal door een moderne ketel met een open verbrandingskamer kan twee belangrijke gevolgen hebben:
  • condensatievorming in het rookgasafvoerkanaal. Dit kan schade veroorzaken aan het kanaal en aan de aangrenzende binnenwanden

  • door de aanzienlijke lagere rookgastemperatuur ondergaat de trek van het collectieve afvoerkanaal een belangrijke wijziging. Hierdoor ontstaat er een risico op rookterugslag niet alleen naar het eigen appartement, maar ook naar de andere appartementen die verbonden zijn met hetzelfde collectieve rookgasafvoerkanaal. Deze terugslag kan leiden tot een slechte verbranding en de vorming van CO-gas dat intoxicatie kan veroorzaken bij inademing en zelfs de dood tot gevolg kan hebben (*).
Het is met andere woorden niet zonder meer toelaatbaar om een oud gastoestel van type B te vervangen door zijn moderne versie. Het is evenmin toegelaten om een bijkomend kanaal voor de afvoer van een nieuw toestel (bv. van type C5) te installeren in een bestaande collectieve schouw. Deze wijziging zou immers de goede afvoer van de andere toestellen kunnen verstoren.


Schematische voorstelling van een gesloten toestel van het type C5
Een mogelijke oplossing voor dit probleem bestaat uit de plaatsing van een toestel met een muurafvoer van bij voorkeur het gesloten type (bv. van type C1). Indien dit niet toegelaten is of om een of andere reden niet mogelijk is, kan men ervoor opteren om de collectieve schouw te voorzien van een extractor, op voorwaarde dat alle aangesloten toestellen van het type B11BS zijn (d.w.z. uitgerust met een thermische trekbeveiliging). Deze oplossing vereist echter dat de werking van alle toestellen die aangesloten zijn op de schouw, ondergeschikt gemaakt wordt aan de werking van de extractor. Dit doet men door in hun uitlaat een diafragma aan te brengen dat voorzien is van een verschildrukschakelaar die het toestel uitschakelt bij onvoldoende trek. De extractor en de verschillende diafragma's dienen zodanig berekend te worden dat er over de diafragma's een verschildruk heerst van 20 tot 30 Pa. Deze berekening gebeurt aan de hand van de af te voeren rookgasdebieten en de karakteristieken van de schouw (afmetingen, tracé, wandruwheid).

Indien de bovenstaande oplossingen ontoereikend zijn, rest er bijvoorbeeld nog de CLV-oplossing (Combinatie Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoer). Hierbij worden de concentrische buizen buiten het gebouw geplaatst (zie afbeelding) en worden systematisch alle vervangen toestellen hierop aangesloten. Deze keuze vereist echter wel dat alle betrokkenen bereid zijn om mee te investeren in het CLV-systeem.

Indien alle toestellen gelijktijdig vervangen worden, heeft men veel meer mogelijkheden en kan men dankbaar gebruikmaken van de nieuwe toestellen die op de markt beschikbaar zijn:
gesloten toestellen (type C3, C4, C5, C8 of C9)
toestellen met open verbrandingskamer (type B2 of B3)

De schacht van de collectieve schouw kan in dit geval gebruikt worden voor de plaatsing van de afvoer- en of toevoerbuizen die ook hier vanzelfsprekend correct zullen moeten gedimensioneerd worden voor elke situatie.


I. De Pot, ing., hoofdadviseur, afdeling Technisch advies, WTCB
K. De Cuyper, ir., coördinator van de Technische comités, WTCB
(*) In 2010 werden er in België 694 intoxicaties opgetekend, waarvan 58 % te wijten was aan een gastoestel.