Ontwerp en dimensionering van centrale-verwarmingsinstallaties:
herziening van het WTCB-Rapport nr. 1 2012/04.14

Het WTCB-Rapport nr. 1 over de dimensionering van centrale-verwarmingsinstallaties met warm water dat in 1992 gepubliceerd werd en verdeeld werd in zo'n 10.000 exemplaren, vormt tot op vandaag de referentie voor talloze bouwprofessionelen en technische-opleidingscentra. Op initiatief van het Technische Comité Verwarming en klimaatregeling zal in de lente een nieuwe versie van dit Rapport gepubliceerd worden met alle technologische en wettelijke evoluties van de laatste 20 jaar.
Het toepassingsgebied van het Rapport omvat centrale-verwarmingsinstallaties die werken op warm water en verbonden zijn met een warmteopwekkingstoestel dat gevoed wordt door vaste, vloeibare of gasvormige brandstof. De omschreven installaties kunnen zowel gebruikt worden voor de verwarming van woningen als voor de verwarming van grote gebouwen (appartementen, kantoren, scholen, ...). Aangezien het Rapport zowel waterregimes op hoge, lage als op zeer lage temperatuur behandelt, is het zowel bruikbaar voor oude als voor nieuwe installaties evenals voor verschillende types verwarmingsketels (standaardketels, lagetemperatuurketels en condensatieketels).

Hoewel het Rapport de dimensionering van warmtepompen buiten beschouwing laat, is het er toch deels op toepasbaar. De warmteafgiftesystemen (met water) die met de warmtepomp verbonden zijn, kunnen immers gedimensioneerd worden aan de hand van de beschreven methoden.

Aan het begin van het Rapport werd een nieuw hoofdstuk toegevoegd dat handelt over het ontwerp van de installaties en de EPB-regelgeving. Deze regelgeving bevat een aantal belangrijke aspecten voor installateurs:

  • de specifieke eisen (vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar in voorbereiding in de andere Gewesten) voor centrale-verwarmingsinstallaties (thermische isolatie van de leidingen, afstelling, modulering van het vermogen van de branders, ...)

  • verplichtingen voor het vermijden van luchtvervuiling door centrale-verwarmingsinstallaties (erkenning van de techniekers, periodieke controle, onderhoud, ...)

  • aanpassing van de warmteverliezen door middel van eisen voor de thermische isolatie en ventilatie in gebouwen

  • het in rekening brengen van de eigenschappen van de installaties bij de berekening van het energieprestatieniveau.
Het hoofdstuk over het vermogen van de verwarmingsketel bevat, naast de berekening van de warmteverliezen door transmissie en ventilatie, ook beschouwingen over het bijkomende vermogen bij een heropstart (opnieuw opwarmen van het gebouw na een periode van verwarmingsonderbreking) en de productie van sanitair warm water.

Terwijl in de eerste versie van het Rapport hoofdzakelijk radiatorverwarming aan bod kwam, legt de nieuwe versie zich ook toe op convectoren, vloer-, muur- en plafondverwarmingssystemen en thermoactieve bouw­elementen.

Het ontwerp en de dimensionering van warmte­verdeelsystemen in een tweepijpsnet, een eenpijpsnet, door een collector of Tichelmann-kring worden steeds uitvoerig gedetailleerd. Dit is ook het geval voor de bepaling van de lineaire en plaatselijke drukverliezen. Hiervoor zal men in het nieuwe Rapport diverse formules terugvinden evenals reeds opgemaakte tabellen voor verschillende leidingsystemen.


Het Rapport bevat niet minder dan 100 schema's. Deze afbeelding toont bijvoorbeeld de verbinding van een secundair circuit met behulp van een driewegkraan in mengmodus.
Het hoofdstuk over de dimensionering van pompen werd uitgebreid met informatie over hun rendement, energieverbruik en werking in serie- en parallelschakelingen. Ook elektronisch geregelde circulatiepompen zullen in de nieuwe versie van het Rapport aan bod komen in een afzonderlijk hoofdstuk over de afstelling van het waterdebiet.

De dimensioneringsmethode voor expansievaten met een variabele druk werd op haar beurt aangepast aan de eisen uit de norm NBN EN 12828. In het nieuwe rapport worden ook een aantal aanbevelingen gegeven met betrekking tot de opstelling van het expansievat in de installatie en tot de dimensioneringsmethode voor expansievaten met een constante druk.

Ook de regelsystemen kregen een plaats in het nieuwe rapport waarin aspecten zoals de watertemperatuur, de omgevingstemperatuur en de waterdebieten uitvoerig aan bod komen. Talrijke hydraulische schema's illustreren de regelsystemen en de aanbevolen hydraulische verbindingen voor bijvoorbeeld condensatieketels. De principeschema's werden zowel voor individuele woningen als voor collectieve gebouwen (appartementen) en kantoorgebouwen opgesteld.

Ten slotte bevat het Rapport nog een nieuw hoofdstuk over de dimensionering van evenwichtsflessen.


C. Delmotte, ir., laboratoriumhoofd, laboratorium Luchtkwaliteit en ventilatie, WTCB