Uitvoeringsfiches voor paalfunderingen 2012/04.05

De afdeling Geotechniek van het WTCB werkt samen met de sector aan een reeks uitvoeringsfiches voor speciale funderingstechnieken. Dit initiatief werd voor het eerst aangekondigd in de WTCB-Contact nr. 2010/4 en in juli werd er reeds een eerste reeks van zes fiches over beschoeiingstechnieken gepubliceerd (Infofiches nr. 56.1 t.e.m. 56.6). Het WTCB legt momenteel de laatste hand aan een nieuwe reeks van vijf fiches over grondverdringende schroefpalen.
De nieuwe reeks fiches wordt opgesteld in de schoot van het door het IWT gesubsidieerd TIS-SFT-project Speciale funderingstechnieken en in nauwe samenwerking met de Belgische Vereniging van Aannemers Funderingswerken (ABEF). Ze hebben betrekking op de volgende vijf types grondverdringende schroefpalen: de Atlas- en Omega-paal (uitvoering Franki Foundations Belgium), de Fundex®-paal (uitvoering Fundex) en de grondverdringende schroefpalen GVS (uitvoering De Waal Palen en Olivier Funderingstechnieken). Niet toevallig betreft het dezelfde schroefpaalsystemen als deze die in het verleden deelnamen aan de wetenschappelijke proefcampagnes van het WTCB (zie WTCB-Tijdschrift nr. 2002/3)

Afb. 1 Maximale schoorstanden van de paalmachine (links) en van de te respecteren afstand ten opzichte van belendingen (rechts)

  1. Een stalen boorbuis, voorzien van een verloren boorpunt, wordt gepositioneerd op het maaiveld.
  2. De buis wordt schroevend ingeboord door een combinatie van een boorkoppel en een axiale drukkracht.
  3. Bij het bereiken van het gewenste paalpuntniveau wordt de wapening in de buis geplaatst.
  4. De buis wordt gevuld met beton.
  5. De buis wordt oscillerend teruggetrokken, waarbij de boorpunt achterblijft.
Afb. 2 Omschrijving van de uitvoeringswijze van het grondverdringende schroefpaalsysteem Fundex®

De uitvoeringsfiches geven voor elk systeem een duidelijke voorstelling van de uitvoeringswijze (zie afbeelding 2) en geven informatie over de commercieel beschikbare diameters en afmetingen en de minimaal vereiste vermogens van de machines. Daarnaast worden tevens de toepassingsmogelijkheden van elk systeem belicht inzake de maximale schoorstanden van de paalmachine en de minimumafstand ten opzichte van belendingen (zie afbeelding 1).

Bij de opstelling van de fiches werd ernaar gestreefd om meer informatie te geven bij de geldende Europese uitvoerings- en ontwerpnormen. Uitvoeringsaspecten die voor meerdere paalsystemen gelden, worden in een aparte rubriek behandeld. Dit is onder meer het geval voor de eisen in verband met de gebruikte materialen (bv. beton en wapening), de hart-op-hartafstand tussen de palen en de uitvoeringstoleranties. In deze gemeenschappelijke rubriek wordt telkens een beknopte beschrijving gegeven die gebaseerd is op de meest recente versie van de Europese uitvoeringsnorm (bv. de norm NBN EN 12699 voor de vijf voormelde systemen).

Ten slotte werd ervoor geopteerd om de uitvoeringsfiches complementair te maken aan het WTCB-Rapport nr. 12 dat het ontwerp van palen in België volgens Eurocode 7 beschrijft. Bij het ontwerp van paalfundering zijn immers heel wat factoren en coëfficiënten rechtstreeks afhankelijk van de gehanteerde uitvoeringswijze.

Het is de bedoeling dat deze eerste vijf fiches stelselmatig aangevuld zullen worden met andere paaltypes en met fiches over andere speciale funderingstechnieken (bv. ankers, beschoeiingen, onderschoeiingen, …). Op termijn zal al deze informatie gebundeld worden in een interactieve Technische Voorlichting die de TV nr. 129 zal vervangen.


N. Huybrechts, ir., afdelingshoofd en M. De Vos, ir., adjunct-afdelingshoofd, afdeling Geotechniek, WTCB 
F. De Cock, ir., zaakvoerder, GEO.BE
M. Roovers en E. Dupont, ABEF