Textiele vloerbekledingen: huidige en toekomstige eisen 2012/03.10

Dit artikel beschrijft verschillende soorten textiele vloerbekledingen en de eisen waaraan deze moeten beantwoorden volgens de productnormen en de CE-markering. Daar men zich tegenwoordig vragen stelt over de emissie van vluchtige organische stoffen (VOS) door deze producten en de mogelijke invloed ervan op de luchtkwaliteit binnen het gebouw, zullen we hier tevens aandacht besteden aan de nakende implementatie van meer gezondheidsgerichte eisen in de CE-markering.

Classificatie en toepassinsgebied

Een textiele vloerbekleding is een soepele vloerbekleding waarvan de gebruikslaag bestaat uit natuurlijke of synthetische textielvezels of uit een combinatie hiervan. Wanneer deze vloerbekledingen de gehele vloer van een lokaal bedekken, spreekt men van vast- of kamerbreed tapijt.

Volgens de norm ISO 2424 kunnen textiele vloerbekledingen opgesplitst worden in twee grote categorieën: vloerbekledingen met of zonder pool (i.e. het geheel van draden of vezels die rechtopstaand verbonden zijn met de onderlaag en dienst doen als gebruikslaag (loopvlak)). Binnen beide groepen kunnen er vervolgens verschillende ondersoorten onderkend worden, afhankelijk van de productiewijze (zie onderstaande afbeelding).

Soorten textiele vloerbekledingen met hun productnormen

In deze productnormen vindt men, naast specifieke producteisen, ook eisen en proeven terug voor de bepaling van het toepassingsgebied of de gebruiksklassen van een bepaalde bekleding. Deze gebruiksklassen werden vastgelegd in de norm NBN EN 685, waarin een onderscheid gemaakt wordt volgens het gebruiksgebied en de gebruiksintensiteit van de bekleding (zie ook TV nr. 241) en waarin aan elke klasse een 2-cijferige indeling toegekend wordt. Zo geeft de klasse 21 een toepassing in een woonomgeving aan, waarbij er een intermitterende doorgang is (bv. een kamer), terwijl de klasse 33 een commerciële toepassing aanduidt, waarbij er een intense doorgang is. Deze laatste klasse is overigens de hoogst mogelijke gebruiksklasse voor textiele vloerbekledingen, aangezien hun gebruik beperkt is tot residentiële en commerciële toepassingen.

Huidige eisen in de CE-markering

De eisen waaraan textiele vloerbekledingen moeten voldoen, staan vermeld in de norm NBN EN 14041. Deze norm vormt de basis voor de CE-markering, die sinds 2007 verplicht is voor deze bouwproducten (zie afbeelding, boven de stippellijn). De eisen hebben betrekking op de brandreactie, het pentachloorfenol-gehalte, de emissie van formaldehyde, de waterdichtheid, de slipweerstand, het elektrische gedrag en de warmtegeleiding. Er zijn echter slechts twee kenmerken die momenteel verplicht in de CE-markering vermeld moeten staan: de brandreactieklasse en de slipweerstandsklasse.

Toekomstige eisen voor textiele vloerbekledingen in de CE-markering

De huidige voorschriften met betrekking tot de emissie van VOS uit de CE-markering zullen in de nabije toekomst sterk uitgebreid worden. Het CEN-mandaat voor vloerbekledingen (M/119) wordt momenteel immers herzien door de Europese Commissie. In de herziene versie zullen meer bepaald de VOS-criteria uit de Franse en Duitse emissiewetgevingen overgenomen worden.

In België is er tegenwoordig een KB in de maak voor de vastlegging van drempelniveaus voor de VOS-emissie van onder meer textiele vloerbekledingen. De inwerkingtreding van dit besluit is voorzien voor 1 januari 2014.

Conclusie

In het kader van de Europese Bouwproductenrichtlijn zullen textiele vloerbekledingen weldra aan emissiecriteria (voor VOS en formaldehyde) moeten beantwoorden om een CE-markering te verkrijgen.

Om deze verplichting te kunnen concretiseren, wordt de norm NBN EN 14041 voor textiele vloerbekledingen momenteel herzien. Zo bevindt de Europees geharmoniseerde proefmethode voor de toetsing aan de (nationale) emissielimieten zich op dit ogenblik in de validatiefase.


Volledig artikel


M. Lor, dr., projectleider, laboratorium Bouwchemie, WTCB