Plaatsing van tegels op een verwarmde vloer 2012/02.11

In de Infofiche nr. 54 haalden we de maatregelen aan die men dient te treffen om de kans op loskomende vloertegels te beperken. Bij verwarmde vloeren zullen de opgewekte thermische spanningen in het vloercomplex echter groter zijn, waardoor men een aantal bijkomende maatregelen in acht zal moeten nemen om de kans op het loskomen van of scheurvorming in de vloertegels te beperken.

1. Gewapende dekvloer

Afb. 1 Opbouw van een verwarmde vloer (nat systeem)

Bij verwarmde vloeren moet de betegeling aangebracht worden op een gewapende dekvloer (zie afbeelding 1). Een gestabiliseerd zandbed (traditioneel met ongeveer 150 kg cement per m³ zand) is immers niet geschikt om de bewegingen van de vloer over te brengen naar de rand- en uitzettingsvoegen en om de opgewekte spanningen te spreiden. Om de spanningen te spreiden, maakt men gebruik van een correct gepositioneerd wapeningsnet, eventueel in combinatie met een vezelwapening. Men dient in ieder geval de richtlijnen van de fabrikant strikt op te volgen (bv. i.v.m. het vezelgehalte). Ten slotte moet de dekvloer voldoende dik zijn. Indien de vloerverwarmingsleidingen onderaan de dekvloer geplaatst worden, dient de dikte van de dekvloer boven de leidingen minstens 5 cm te bedragen.

2. Klein vloerveld en tegelformaat

Zoals aangegeven in de TV nr. 179, dient men de lengte van de vloervelden te beperken tot 5 à 8 m en de oppervlakte tot 40 m². De positionering van de bewegingsvoegen dient op voorhand vastgelegd te worden in samenspraak met alle betrokken partijen (bouwheer, architect en plaatsers van de vloerverwarming, dekvloer, tegels). Daarbij tracht men steeds rechthoekige velden na te streven met en lengte-breedteverhouding van hoogstens twee.

Vermits grotere elementen grotere thermische spanningen met zich meebrengen, is het in het geval van verwarmde vloeren ook aangewezen om de afmetingen van de tegels te beperken. Teneinde de kans op het loskomen van of scheurvorming in de tegels enigszins te beperken, is het ons inziens aangewezen om geen grotere tegels dan 60 cm x 60 cm aan te wenden.

3. Opstart van het vloerverwarmingssysteem

Om grotere thermische spanningen bij de opstart van het vloerverwarmingssysteem te vermijden, is het belangrijk dat de temperatuur geleidelijk aan opgevoerd wordt bij de opstart (bv. in stappen van 5 °C per dag). Men volgt hierbij nauwgezet het opstartschema van de fabrikant van het vloerverwarmingssysteem. Het is tevens aangewezen om het vloerverwarmingssysteem, vóór het aanbrengen van de betegeling, reeds een eerste maal een opwarmings- en afkoelingscyclus te laten doorlopen.

3.1. Lijmkeuze

Men dient te opteren voor een lijm van het type C2S1 of C2S2 die geschikt is voor vloerverwarmingssystemen. De lijmfabrikant zal doorgaans een dubbele verlijming voorschrijven in combinatie met verwarmde vloeren.

3.2. Vochtgehalte van de dekvloer

Vermits er bij de opstart van het vloerverwarmingssysteem nog een zekere migratie van restvocht naar het verdampingsoppervlak kan plaatsvinden, is het aangewezen om te wachten met het plaatsen van vochtgevoelige tegels (bv. bepaalde natuurstenen) totdat het massavochtgehalte van de cementgebonden dekvloer gedaald is tot 2 % (gemeten met de carbidefles). Bij anhydrietgebonden dekvloeren is het raadzaam om het massavochtgehalte te beperken tot 0,3 %, ongeacht het vloerbedekkingstype.

3.3. Legpatroon

Afb. 2 Doorlopende scheuren in de aangrenzende tegel
Bij betegelingen op verwarmde vloeren is het aangewezen om de tegels te plaatsen met doorlopende voegen in beide richtingen. Op deze manier zal eventuele scheurvorming die ontstaat in de voegen tussen de tegels, beperkt blijven tot de voegen en zich niet doorzetten in de betegeling (zoals in afbeelding 2).


J. Van den Bossche, ing., hoofdadviseur, afdeling 'Technisch Advies', WTCB