Profielen voor bepleisteringen 2012/02.09

Afb. 1 Hoekprofiel opgebouwd uit staaldraden en voorzien van een bies uit PVC
Het gebruik van profielen is cruciaal voor de uitvoering van binnen- en buitenbepleisteringen. Dit artikel geeft een overzicht van de bestaande producten en geeft een aantal algemene aanbevelingen in verband met de geschiktheid ervan, naargelang van de blootstelling en de aard van de bepleistering.

Functie en aard van de profielen

Profielen voor bepleisteringen kunnen verschillende functies vervullen. Zo kunnen ze gebruikt worden om de verbinding tussen de bepleistering en de andere materialen te garanderen, om de optimale afwerking ervan te verzekeren (onder meer door de waterafvoer te bevorderen), om de scherpe hoeken van de bepleistering te beschermen tegen schokken of nog om als richtlat te dienen tijdens de uitvoering. Ze kunnen eveneens ingedeeld worden volgens hun aard : uit metaal (gegalvaniseerd staal, aluminium, ...) of uit kunststof (vaak PVC). De profielvleugels zijn doorgaans voorzien van doorboringen om hun mechanische bevestiging in de bepleistering mogelijk te maken. De profielen worden ofwel aan de ondergrond bevestigd met behulp van geschikte (corrosiebestendige) schroeven of nagels of worden vastgezet met mortel.

Selectiecriteria

Afb. 2 Profielen voor bepleisteringen
De keuze van de aard van het profiel is afhankelijk van verschillende economische en technische factoren, waaronder zijn compatibiliteit met de aard van de bepleistering en de dikte en de blootstelling van deze laatste (vooral in een vochtig milieu of een agressief klimaat).

Profielen uit kunststof, die alsmaar vaker gebruikt worden als hulpstuk bij bepleisteringen op isolatie, vertonen minder gebruiksbeperkingen dan profielen uit metaal, vermits ze niet onderhevig zijn aan corrosie. De zichtbare delen ervan moeten echter wel UV-bestendig zijn. Ze worden soms ook voorzien van een alkalibestendig verstevigingsnet uit glasvezels. Er is een ruim gamma aan producten op de markt en in ontwikkeling. Zo bestaan er niet alleen stopprofielen met een klevend oppervlaktelaagje voor het bevestigen of voor het plaatsen van tijdelijke beschermingen, maar ook stopprofielen met een dichtingsstrip en stopprofielen die de relatieve vervormingen tussen de bepleistering en het aangrenzende materieel (bv. vensterraam) kunnen opvangen.

De metalen profielen, die volgens de normen NBN EN 13658-1 en -2 een CE-markering moeten dragen, kunnen uit diverse metalen opgebouwd zijn (gegalvaniseerd staal, roestvast staal, aluminium, ...) en al dan niet voorzien zijn van een bijkomende beschermende afwerking (lak, epoxylaag, neus of bies uit UV-bestendig PVC, ...) of van een oppervlaktebehandeling die de hechting met de bepleistering bevordert. De beschikbare profielen bestaan doorgaans uit geperforeerde stroken (met een minimale dikte van 0,4 mm voor aluminium en gegalvaniseerd staal en van 0,3 mm voor roestvast staal) of uit roestvaste of gegalvaniseerde staaldraden (met een minimale diameter van 1,4 mm).

Afb. 3 Hoekprofiel uit PVC, voorzien van een verstevigingsnet
In het geval van stroken uit verzinkt staal moet er een minimale galvanisatie van 275 g/m² zijn, die verdeeld is over twee lagen van minstens 137 g/m² per zijde, hetzij een minimale dikte van 20 µm (staal Z275). Voor staaldraden bedraagt de minimale galvanisatie 200 g/m², wat overeenstemt met een dikte van minstens 28 µm. In het geval van aluminium-zink gegalvaniseerde stroken moet er een minimale galvanisatie van 100 g/m² zijn (staal AZ100), hetzij een dikte van 13 µm per zijde. De bijkomende organische bescherming van gegalvaniseerd staal moet een minimale dikte van 40 µm vertonen.

De corrosiebestendigheid van metalen profielen is afhankelijk van de aard van het metaal en zijn eventuele bescherming, van de bepleistering - in het bijzonder van haar alkaliteit, haar carbonatatiesnelheid, haar dikte en haar vochtgedrag (droogsnelheid, capillariteit, water­dampdoorlatendheid) - en van de blootstelling (intensiteit, frequentie, duur). Zo wordt er een onderscheid gemaakt tussen een blootstelling aan de binnenomgeving ('droog'), aan de buitenomgeving en aan een agressieve (industriële of maritieme) buitenomgeving.

In een binnenomgeving dient men er voornamelijk op te letten dat de optimale verhardings- en drogingsvoorwaarden van de bepleistering gerespecteerd worden (zie de WTCB-Dossiers nr. 2010/4.11 voor meer informatie hieromtrent).

Verder dient er volgens ons en zoals vermeld in de norm NBN EN 13914-1 zowel in een binnen- als een buitenomgeving bijzondere aandacht uit te gaan naar de keuze van de stalen profielen indien deze voorzien zijn voor gebruik in zeer vochtige (binnenwand die blootstaat aan waterprojecties, zeer vochtige ruimten, buitenwand die blootstaat aan sterke neerslag) of zoutachtige (contact met zeewater, dooizouten, aanwezigheid van zouten in de ondergrond, ...) omstandigheden. In dergelijke situaties is het gebruik van roestvast staal aanbevolen.

Bij een geschikte profielkeuze zal de bepleistering minder hinder ondervinden van de negatieve gevolgen van een eventuele corrosie van de profielen (vlekvorming, scheurvorming, onthechting of barsten ten gevolge van de druk van de corrosieproducten).

Algemene aanbevelingen

Algemene aanbevelingen voor de profielkeuze naargelang van de blootstelling en de aard van de bepleistering
Aard van de bepleistering (op basis van ...) Norm Blootstelling
Binnenomgeving (1) Buitenomgeving Agressieve (industriële of maritieme)
buitenomgeving
Gips NBN EN 13279-1 A, B, C, D, E Niet van toepassing Niet van toepassing
Cement en/of kalk NBN EN 998-1 A, B (2), C (3), D, E A of E
Organisch bindmiddel (4) NBN EN 15824 A, C (3), D, E
(1) Uitgezonderd wanden die blootgesteld zijn aan waterprojecties en ruimten die gekenmerkt worden door een zeer vochtig binnenklimaat. Aanbevolen keuze : A of E.
(2) Uit te sluiten in een buitenomgeving : staal met een beschermlaagje uit een aluminium-zinklegering (AZ). Gegalvaniseerd staal Z275 is enkel geschikt voor dikke (> ~10 mm), weinig capillaire (W2 volgens de norm NBN EN 998-1) bepleisteringen en voor wanden die niet blootgesteld worden aan sterke neerslag. Uit te sluiten indien het gaat om het dunne grondpleister van een ETICS.
(3) Enkel geschikt voor het dunne grondpleister van een ETICS.
(4) Bijvoorbeeld acrylhars. De norm is eveneens van toepassing op anorganische bindmiddelen zoals silicaten en siliconen.

Betekenis van de letters A, B, C, D en E die gebruikt worden naargelang van de aard van het profiel :
A : niet-metallisch (PVC)
B : gegalvaniseerd staal (minimum Z275 of AZ100, minimum 200 g/m² voor draden)
C : aluminium
D : gegalvaniseerd staal (bv. minimum Z275) of aluminium, beschermd door een organische afwerking (bv. lak of epoxylaag).
E : roestvast staal (bv. inox 304).

De aanbevelingen die geformuleerd kunnen worden aan de hand van de hiervoor besproken parameters zijn samengevat in onderstaande tabel. Gelet op de grote diversiteit van de producten die door de verschillende normen over bepleisteringen beschouwd worden en de complexiteit van de corrosieverschijnselen, vervangen deze aanbevelingen in geen geval de specifieke aanbevelingen van de fabrikanten, noch de garanties die deze laatsten bieden naargelang van de gekozen bepleistering-profielcombinatie en haar blootstelling. Ook het gebruik van profielen die een betere of equivalente bescherming bieden, blijft uiteraard mogelijk.

Voor bijkomende informatie verwijzen we de geïnteresseerde lezer naar de brochure 'Aanbevelingen voor het gebruik van metalen hoekprofielen in binnen- en buitenbepleisteirngen', uitgegeven door Europrofiles, de Europese beroepsvereniging van profielfabrikanten (www.europrofiles.com).


P. Steenhoudt, ir., laboratoriumhoofd, laboratorium 'Bouwchemie', WTCB
I. Dirkx, ir., onderzoeker, laboratorium 'Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen', WTCB
Y. Grégoire, ir.-arch., afdelingshoofd, afdeling 'Materialen', WTCB