Men mag geen stappen overslaan 2012/01.12

Uit de artikels van deze WTCB-Contact is gebleken dat de luchtdichtheid van gebouwen een belangrijke weerslag heeft op hun energieprestatie. Deze parameter zal op termijn dan ook waarschijnlijk uitgroeien tot een expliciete eis in de thermische reglementeringen.

Deze uitdaging is des te groter aangezien men vooraf onmogelijk kan voorspellen welk prestatieniveau uiteindelijk behaald zal worden. De meting op het einde van de werken is bijgevolg een beslissende factor. Indien het behaalde niveau niet overeenstemt met het vooropgestelde, is de kans reëel dat er eindeloze discussies ontstaan met betrekking tot het stadium waarin de lekken precies tot stand kwamen, temeer omdat een aantal ervan achteraf niet langer identificeerbaar zijn. Men moet eveneens trachten om het relatieve belang van de verschillende lekken vast te stellen. Het is met andere woorden niet altijd even evident om eenieders verantwoordelijkheden af te bakenen bij de uitvoering van de luchtdichtheidsproef. Hoewel het niet de rol van het WTCB is om juridisch advies te verstrekken, lijkt het ons niettemin belangrijk om de bouwprofessionelen correct te informeren teneinde conflictsituaties zoveel mogelijk te vermijden.

Het kan niet genoeg onderstreept worden dat luchtdicht bouwen begint bij een aangepast ontwerp (meer bepaald met een geschikte keuze van de lagen die de luchtdichtheid moeten waarborgen en de continuïteit ervan in het vlak en de doorsnede). De ontwerper dient eveneens de correcte positie van de technische installaties ten opzichte van het luchtscherm te bepalen en een gedetailleerde beschrijving te geven van de manier waarop de onvermijdelijke doorboringen ervan behandeld moeten worden. Dit moet de aannemers in staat stellen om een gedetailleerde offerte op te maken, rekening houdend met de verschillende operaties (specifieke membranen, moffen, …) die uitgevoerd moeten worden om de gewenste prestaties te bereiken. Het is naar onze mening niet voldoende om de luchtdichtheid te beperken tot een zinnetje in het bijzondere bestek dat louter en alleen de te behalen eindprestatie aangeeft.

Men dient eveneens de nodige aandacht te besteden aan de uitvoering. Dit vergt een geschikte coördinatie, evenals een controle van en toezicht op de verschillende opeenvolgende werkzaamheden. In deze context dient men rekening te houden met het feit dat alle betrokkenen de uiteindelijke luchtdichtheidsprestaties kunnen beïnvloeden. Indien de werkzaamheden toegewezen worden aan verschillende uitvoerders, kunnen deze zich bijgevolg niet uitspreken over het globale eindresultaat. De algemene aannemer (voor zover deze de werken integraal toevertrouwd kreeg) of de persoon die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de werken heeft dan ook een belangrijke rol te spelen, temeer indien er hoge eisen gesteld worden aan het gebouw (zie 'Luchtdichtheid van gebouwen : een grote uitdaging voor alle bouwberoepen').

De EPB-verantwoordelijke vervult eveneens een sleutelrol. Naargelang van het Gewest kan deze namelijk belast worden met de keuze van de maatregelen die moeten toelaten om aan de reglementaire voorschriften inzake de energieprestaties van gebouwen te voldoen.

Dit wordt bevestigd door het Waalse decreet van 19 april 2007. Hierin wordt gesteld dat de EPB-verantwoordelijke belast is met het ontwerp en de beschrijving van de maatregelen die getroffen moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, evenals met de controle van de werkzaamheden die betrekking hebben op de EPB.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er een gelijkaardig voorschrift opgenomen in de ordonnantie van 7 juni 2007. Hierin wordt onder meer gesteld dat de EPB-adviseur alle maatregelen die getroffen werden om te voldoen aan de EPB-eisen dient te beoordelen en te controleren en dit, met het oog op de opstelling van de EPB-verklaring. Indien de EPB-adviseur vaststelt dat een project in uitvoering van de EPB-eisen afwijkt, moet deze volgens de ordonnantie de aangever en - in voorkomend geval - de architect die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de werken hiervan op de hoogte brengen.

Het Vlaamse decreet is verschillend in die zin dat het aangeeft dat de architect de beoogde prestaties in termen van EPB-eisen dient over te maken aan de verslaggever, die deze vervolgens invoert in de startverklaring. De gegevens die aan de basis liggen van de gekozen materialen en maatregelen (om in overeenstemming te zijn met de EPB-eisen), moeten ter beschikking gehouden worden van het Vlaams Energieagentschap en alle partijen die bij de werken betrokken zijn. In Vlaanderen speelt de EPB-verslaggever dus eerder de rol van aangever van de beoogde en werkelijk uitgevoerde maatregelen. Deze informatie wordt hem overhandigd door de architect.

Indien de bouwplaats zich in Wallonië of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt en moet beantwoorden aan een hoger luchtdichtheidsniveau dan het niveau bij ontstentenis, heeft de EPB-verantwoordelijke tot taak om de bouwkundige keuzes die gemaakt werden tijdens de ontwerpfase te beoordelen en de uitvoering ervan te controleren.

Daarnaast mag men ook de mogelijke betrokkenheid van de volgende partijen niet uit het oog verliezen : de fabrikanten, de bouwheer, de controleorganismen, ...

Wat dient men ten slotte te doen indien de luchtdichtheidsprestaties ondanks alle getroffen maatregelen niet behaald worden ? Aan de hand van een pressurisatieproef kan het in bepaalde gevallen mogelijk zijn om de eventuele luchtlekken op te sporen en af te dichten. De opsporing van deze lekken - wat niet zelden veel tijd en energie vraagt - maakt evenwel geen deel uit van het normale takenpakket van de persoon die de meting uitvoert. Soms zal het bovendien niet mogelijk zijn om de situatie te verbeteren en zal men bijgevolg moeten overgaan tot een verdeling van de verantwoordelijkheden.