Schokbestendigheid van beglazingen 2011/04.10

De norm NBN S 23-002 'Glaswerk' legt een aantal situaties vast waarin men veiligheidsglas dient te gebruiken om het risico op verwondingen door contact of het door het venster vallen van personen tegen te gaan. Tabel 5 uit de norm NBN S 23-002/A1 specificeert op zijn beurt de vereiste breuktypes voor het glas dat zich in de menselijke activiteitenzones bevindt teneinde dit type verwondingen te vermijden (cf. Infofiche 49.2).
Voetnoot 5 uit deze tabel specificeert dat men het vereiste veiligheidsglas in geval 1 - d.w.z. indien de valhoogte hc ≤ 1,5 m en de borstweringshoogte h < H (0,9 m) - voor eengezinswoningen en appartementen mag vervangen door een glas van het breuktype A (uitgegloeid, halfgehard of chemisch gehard), voor zover het bestek dit voorschrijft en de schokproef, vereist in de specificaties voor de beschouwde glazen constructie, aantoont dat het glas niet breekt. Men mag de schokproef tevens vervangen door een equivalente controle (bv. berekening), voor zover dit aanvaard wordt door de opdrachtgever of diens vertegenwoordiger en toegelaten is door de specificaties die van toepassing zijn op de betrokken glasconstructie.

In het geval van vensters en gevels voor eengezinswoningen en appartementen vereist de norm NBN B 25-002-1 voor geval 1 een klasse 2 indien er schokken kunnen aangrijpen van binnenuit. Dit betekent dat de valhoogte bij de schokproef van binnen naar buiten toe met een dubbele band van 50 kg op dergelijke glasconstructies 300 mm moet bedragen.

Op dit moment zijn er verschillende studies over het schokgedrag van glas aan de gang. Om de sector bij te staan bij de keuze van een isolerende glasopbouw die voldoet aan de voorwaarden uit voetnoot 5, heeft het WTCB geopteerd voor een proefondervindelijke benadering.

Methodologie

In de WTCB-laboratoria werden er tal van schokproeven uitgevoerd op isolerende beglazingen op vier opleggingen met verschillende opbouwen en afmetingen (de afstandhouder van de beproefde dubbele beglazingen was 15 mm breed), die in een vast houten kader en vervolgens in een stijve proefopstelling geïntegreerd werden. Door deze proeven te vergelijken met proeven op diverse andere venstertypes (zowel in het laboratorium als in situ), was het mogelijk om de onderstaande dimensioneringstabel te valideren en aan te vullen. We willen er echter wel op wijzen dat de gehanteerde benadering vrij conservatief is.

Er werden geen schokproeven uitgevoerd op beglazingen met een dagoppervlakte van minder dan 0,5 m², aangezien het gebruik van veiligheidsglas hiervoor niet verplicht is. Wij hebben ons beperkt tot een glasoppervlakte van maximum 4,75 m². Voor grotere oppervlakten is een schokproef sowieso verplicht. Tijdens de proeven werd er eveneens rekening gehouden met de dimensionale beperkingen van de verschillende glasopbouwen (risico op breuk bij de behandeling, het transport, ...).

Tabelvoorstel

Op basis van de resultaten van de schokproeven en de extrapolaties die voor de glasopbouwen konden uitgevoerd worden naargelang van de afmetingen van de isolerende beglazingen, waren wij in staat om onderstaande tabel op te stellen. Deze geeft voor de verschillende glasafmetingen (a, op de abscis, komt overeen met de kleinste glasafmeting en b/a, op de ordinaat, met de verhouding van de zijden) de aanbevolen opbouw weer om te kunnen beantwoorden aan de voorwaarden uit voetnoot 5. Elke glasopbouw wordt weergegeven met een bepaalde kleur. We willen echter aanstippen dat de aangegeven glasopbouwen enkel gelden voor beglazingen op vier opleggingen. Verder willen we onderstrepen dat een glas van het breuktype A - zelfs geklasseerd volgens de norm NBN EN 12600 - nooit beschouwd mag worden als een veiligheidsglas.

De tabel is zo opgesteld dat het eerst vermelde glas steeds het belaste glas is. De dikte van het tweede glas - d.w.z. het glas aan de tegenovergestelde zijde van de schok - moet van die aard zijn dat de isolerende beglazing of haar onderdelen niet breken bij de schokproef.

De dikte van de isolerende beglazing dient berekend te worden naargelang van de projectvoorwaarden (windbelasting, ...).

Met het oog op de eventuele integratie ervan in de norm zou deze tabel binnenkort voorgelegd moeten worden aan de spiegelcommissie NBN E 129 'Glas in de bouw', die verantwoordelijk was voor de opstelling van de NBN S 23-002.

Voorstel voor de opbouw van isolerende beglazingen uit floatglas om te voldoen aan de voorwaarden uit voetnoot 5 van tabel 5 van de norm NBN S 23-002/A1.
Opbouw van een isolerende beglazing op vier opleggingen [mm] - Valhoogte : 300 mm
b/a a [m]
0,50 0,60 0,70 0,80 0,90 1,00 1,10 1,20 1,30 1,40 1,50 1,60 1,70 1,80 1,90 2,00
1,00 ≤ 0,5 m²   6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+6
1,10 6+6 6+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6
1,20 6+6 6+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6  
1,30 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6
1,40   8+4 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6  
1,50 6+6 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6  
1,60 6+6 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6
1,70 6+6 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6
1,80 6+6 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6
1,90 6+6 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+6  
2,00 8+4 6+6 6+6 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+5 6+6 6+6
2,50 8+4 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+5 6+6 ≥ 4,75 m²
3,00 8+4 6+6 5+5 5+5 5+5 5+5 6+5 6+6  
10,00 8+4 6+6  



V. Detremmerie, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium 'Dak- en gevelelementen', WTCB
E. Dupont, ing., adjunct-diensthoofd, dienst 'Specificaties', WTCB