Levenscycluskosten en de aannemer 2011/04.03

Enquête
Uw ervaringen en noden in verband met de levenscycluskosten binnen uw bedrijf kunnen een grote meerwaarde betekenen voor ons prenormatieve onderzoek. Om deze informatie met ons te delen, kan u surfen naar www.wtcb.be/go/enqueteLCC.
Bij een investering in een gebouw heeft men het steeds vaker over de langetermijnkosten'. De aannemer kan hierop inspelen door een initiële meerkost te rechtvaardigen aan de hand van de latere besparingen. Zo kan hij de aandacht vestigen op de terugverdientijd van een dikker isolatiepakket of op het besparingspotentieel van een condensatieketel. Daarnaast zou hij een dienstverlening op langere termijn kunnen aanbieden, met name voor het onderhoud van het gebouw.
Het €coffice-kantoor zal gebouwd worden volgens de passiefhuisstandaard en zal een uitgebreide analyse van zijn levenscycluskosten ondergaan. (Bron van het beeld : A2M)
Bij nieuwbouwprojecten, maar zeker ook bij renovatieprojecten, moet vaak afgewogen worden wat de winst' of kostenefficiëntie van bepaalde energiebesparende maatregelen is. Zo kan het interessant zijn om aan het begin van een project meer te investeren om er later de vruchten van te plukken. Denken we hierbij bijvoorbeeld maar even aan performante isolatie, superisolerend buitenschrijnwerk, hoogrendementsketels, warmterecuperatiesystemen, warmtepompen, het gebruik van geo- en zonne-energie en intelligente verdeelsystemen voor warmte en koude. Daarnaast zijn er de onderhoudsvriendelijke bouwoplossingen, die weliswaar een meerkost vragen bij de investering, maar ook leiden tot een minder zware schoonmaakroutine, minder frequente inspecties of onderhoudsinterventies en bijgevolg tot een langetermijnkostenvoordeel over de levensduur.

Indien we dit idee doortrekken, zou de aannemer niet alleen kunnen instaan voor de uitvoering van het platte dak of de plaatsing van de technische installaties, maar ook voor het onderhoud ervan. In deze context zouden we bijvoorbeeld kunnen denken aan een Publiek-Private Samenwerking (PPS) waarbij een partij - meestal de aannemer - in ruil voor een jaarlijkse vergoeding instaat voor de bouw en het onderhoud van het gebouw gedurende 25 of 30 jaar.

De verschillende kosten die ontstaan tijdens de levensduur van een gebouw of een bouwcomponent (bouwkost, energieverbruik, onderhoudskost, vervangingen, afbraak) worden begroot en afgewogen met een Life Cycle Costing (LCC) of levenscycluskostenanalyse. De kosten die op verschillende momenten optreden, worden hierbij op eenzelfde schaal gebracht, zodat ze optelbaar en vergelijkbaar zijn.

Hoewel er intussen een internationale norm voor deze LCC voorhanden is (met name de ISO 15686-5), blijkt de praktische toepassing ervan met nog een aantal moeilijkheden gepaard te gaan. Daarom is er binnen het WTCB een prenormatief onderzoeksproject aan de gang met het oog op de uitwerking van een referentiemethodiek en een speciale tool die ervoor moeten zorgen dat alle berekeningen op dezelfde manier uitgevoerd worden of minstens vergelijkbare resultaten opleveren. Hierbij gaat de aandacht voornamelijk uit naar het overzichtelijk structureren van de kosten, de aspecten die men in aanmerking dient te nemen of beter achterwege laat, de rapporteringswijze van de kosten, de te hanteren randvoorwaarden en aannames, ...

Om een pertinente levenscycluskostenanalyse te kunnen uitvoeren, heeft men heel wat informatie nodig. Voor aanbevelingen in verband met het onderhoud kan men tegenwoordig een beroep doen op de recent herziene Onderhoudsgids voor duurzame gebouwen' van het WTCB, waarin men onder meer informatie terugvindt over de frequentie van de inspectie, de reiniging en de regelmatige interventies. Voor wat betreft de verschillende onderhoudsactiviteiten, de levensduur van de gebouwcomponenten en de onderhoudskosten blijft er onzes inziens echter nog enige onduidelijkheid bestaan. Bouwbedrijven hebben er dan ook alle belang bij om de ervaringen die ze opdoen tijdens het onderhoud van hun huidige projecten, te herbenutten bij hun toekomstige projecten.

Aangezien de toekomst per definitie onzeker is, blijft een analyse over 30 jaar uiteraard niets meer dan een loutere schatting. Daarom is het belangrijk om voldoende inzicht te verwerven in de betrouwbaarheid van de resultaten. Dit kan gebeuren via vrij eenvoudige technieken zoals sensitiviteitsanalyses waarbij men bijvoorbeeld de invloed van de variatie van de energieprijzen op het eindresultaat bekijkt, maar ook via meer doorgedreven benaderingen (bv. met stochastische' of probabiliteitsberekeningen). De lange versie van dit artikel zal dieper ingaan op elk van deze aspecten en zal een overzicht geven van een aantal casestudy's.


J. Vrijders, ir., projectleider, laboratorium Duurzame ontwikkeling', WTCB
J. Van Dessel, ir., hoofd van de afdeling Duurzame ontwikkeling en renovatie', WTCB

Dit artikel werd opgesteld in de schoot van het TIS-project Bouwsoftwareplatform', met de financiële steun van het IWT. Het kadert in het prenormatieve onderzoek Levenscycluskostenanalyse (LCC) voor de beoordeling van de economische prestatie van duurzame gebouwen' van de FOD Economie'.