Uiterst energiezuinig leren bouwen
10 jaar om een revolutie waar te maken 2011/03.15

Het wereldwijde energiesysteem gaat per definitie gepaard met een aantal fundamentele, intrinsieke problemen, zoals de eindige voorraden van de conventionele energiebronnen (fossiele en nucleaire brandstoffen), de negatieve impact ervan op de menselijke gezondheid en het milieu, de importafhankelijkheid, ... Deze problemen zouden grotendeels verholpen kunnen worden door zo energiezuinig mogelijk te bouwen. De voorbije jaren hebben de Belgische gewesten daarom EPB-regelgevingen ingevoerd die de verplichting inhouden om alsmaar energiezuinigere nieuwbouw- en renovatieprojecten uit te voeren.
Ondertussen werd er ook op Europees niveau een consensus bereikt om dergelijk beleid systematisch en krachtdadig in te voeren in alle landen. De herziene EPB-richtlijn eist dat er tegen 2021 uitsluitend ‘bijna energieneutrale’ nieuwbouwconstructies gebouwd worden, hoewel de definitie van deze term nog niet eenduidig ingevuld werd.

Mogelijke gevolgen voor de sector

Hoewel het precieze verdere kwantitatieve verstrengingspad nog niet volledig vastligt, is het wel al overduidelijk dat deze krachtige beweging richting zeer energiezuinig bouwen soms een grote impact zal hebben op de huidige bouwmethoden. Allicht zullen bijna alle bouwberoepen in meer of mindere mate beïnvloed worden en zullen er nieuwe activiteiten in het bouwbedrijf ontstaan (bv. systematische nazorg tijdens de gebruiksfase van het gebouw).

We beschouwen bij wijze van voorbeeld de isolatiediktes in hellende daken. We stellen vast dat het vereiste isolatieniveau de laatste jaren gestaag steeg waardoor er steeds hogere isolatiediktes dienden toegepast te worden (zie onderstaande tabel). Deze tendens zou op termijn zelfs gevolgen kunnen hebben voor het structurele ontwerp van het dak.

Jaar Isolatiedikte disol [cm] Umax [W/m²K]
1975 6 -
1985 8 0,6
1996 10 0,4
2006 12 0,4 (+ houtfractie)
2010 15 0,3
2012 17 0,27
2014 20 0,24
Evolutie van de isolatiediktes in hellende daken

Daarnaast zal er ook meer aandacht moeten uitgaan naar een integraal bouwproces. Zo zal men in het ontwerpstadium niet alleen een zo energiezuinig mogelijke gebouwschil en -structuur moeten uitwerken, maar zal men tevens alle technische installaties hierop moeten afstemmen. Vervolgens zullen de energie-aspecten meer aandacht moeten krijgen in de lastenboeken en offertes. Op de bouwplaats zal een goede coördinatie tussen de verschillende actoren sterk aan belang toenemen om bijvoorbeeld de globale luchtdichtheid van de gebouwschil te garanderen.

Indien er in de loop van het project eventuele wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke plannen overwogen worden, zullen deze goed doordacht en besproken moeten worden om geen afbreuk te doen aan het eisenniveau. Deze wijzigingen zullen bovendien goed gedocumenteerd moeten worden met het oog op de latere EPB-aangifte.

Energiezuinige gebouwen hebben een grotere meerwaarde voor zowel de gebruiker als de bouwsector. Zo kan de implementatie van energiebesparende middelen een nuloperatie vormen voor de gebouwgebruiker : het geld dat hij tijdens het bouwproces investeerde in energiezuinigheid, kan hij immers terugverdienen dankzij de lagere jaarlijkse energiefactuur.

Besluit

Hoewel de voorziene omschakeling naar zeer energiezuinig bouwen interessante economische perspectieven biedt, zal het voor talrijke actoren in de bouwsector ook kleine tot ingrijpende aanpassingen met zich meebrengen. Elke bedrijfsleider uit de sector heeft er dan ook baat bij om tijdig te anticiperen op de eventuele veranderingen die zich in zijn branche kunnen voordoen. Hij kan dit onder meer doen door zijn werkwijze aan te passen, door zich bij te scholen, door toekomstgerichte investeringen in machines te plannen, ...

Het lange artikel zal dieper ingaan op de energieproblematiek en de regelgevende context rond energiezuinige nieuwbouw. Daarnaast zal ook aandacht besteed worden aan de mogelijke verstrengingen vanuit een technisch standpunt. Ten slotte worden een aantal mogelijke technische veranderingen opgesomd en wordt ook kort ingegaan op het belang van energetische renovatie.


Volledig artikel


D. Van Orshoven, ir., adjunct-afdelingshoofd, afdeling ‘Klimaat, installaties en energieprestatie’, WTCB
P. D’Herdt, ir., projectleider, laboratorium ‘Licht en Gebouw’, WTCB