EPB-Infofiches : installaties en systemen 2011/03.14

Op de energiewebsite van het WTCB http://energie.wtcb.be zijn, na de EPB-Infofiches over ventilatiesystemen, sinds februari 2011 ook Infofiches over klimaatinstallaties beschikbaar. Deze fiches vormen een belangrijke leidraad voor ontwerpers en aannemers om de energieprestaties van klimaatinstallaties te verbeteren en zo tegemoet te komen aan de EPB-eisen die momenteel van kracht zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en nog in voorbereiding zijn in de andere gewesten.
In de EPB-Infofiches over klimaatinstallaties (zie tabel) wordt uitgelegd hoe een bepaalde installatietechniek beoordeeld wordt in de EPB-regelgeving en wat de relatieve invloed ervan is op het berekende E-peil van het gebouw. Verder wordt de rol van de ontwerper en van de uitvoerende aannemer (installateur) beschreven en worden er gepaste aanbevelingen gegeven om het globale rendement van de installatie en bijgevolg ook de energieprestatie te verbeteren.

Overzicht van de beschikbare infofiches op http://energie.wtcb.be
Infofiche Onderwerp Residentieel Niet-residentieel
48.1 Installaties en systemen : algemene principes Algemeen geldend
48.2 Verwarming : distributie, afgifte, opslag en regeling Residentieel Niet-residentieel
48.3 Centrale verwarmingsketels (met water) Algemeen geldend
48.4 Verwarming met warmtepompen Algemeen geldend
48.5 Decentrale verwarming: plaatselijke verwarming voor residentiële toepassingen Residentieel n.v.t.
48.6 Warm-tapwaterproductie Residentieel n.v.t.
48.7 Fotovoltaïsche systemen Algemeen geldend
48.8 Actieve koelsystemen Algemeen geldend
48.9 Verlichting in tertiaire gebouwen n.v.t. Niet-residentieel

Rol van de ontwerper en aannemer

De EPB-regelgeving vereist een optimale coördinatie en informatieuitwisseling tussen alle bouwpartners. De ontwerper en de aannemer zijn meestal belast met het technische ontwerp, de dimensionering en de plaatsing van de klimaatinstallatie. Ze mogen geen beslissingen nemen die in tegenspraak zijn met de EPB-ontwerpeisen, maar kunnen wel in overleg met het bouwteam alternatieve technieken of systemen voorstellen op voorwaarde dat deze een evenwaardige kwaliteit bezitten en een gelijkwaardige of betere energieprestatie opleveren.

Energiebesparende maatregelen

Infofiche nr. 48.1 geeft de algemene principes op van de E-peilberekening (behoort niet tot de taken van de installateur) waarmee men het primaire energieverbruik bepaalt voor de verwarming en de koeling van gebouwen en voor andere voorzieningen zoals de opwarming van warm tapwater en de opwekking van elektriciteit. Hoewel de rekenmethode gelijkaardig is voor woongebouwen en utiliteitsgebouwen, wordt het energieverbruik van bepaalde installatietechnieken of -onderdelen op een verschillende manier bepaald of zelfs buiten beschouwing gelaten.

De bepaling van het energieverbruik van de systemen voor warmteafgifte, -opslag, -verdeling en -regeling komt aan bod in Infofiche nr. 48.2. Deze fiche stelt talrijke energiebesparende maatregelen voor die men kan treffen bij de plaatsing van leidingen in het beschermde volume, de dimensionering en de opstelling van de verwarmingslichamen en doet het nut uit de doeken van toerentalgeregelde pompen of de onderbreking van de pompwerking wanneer er geen warmtevraag is.

Infofiche nr. 48.3 beschrijft de parameters die een invloed hebben op het rendement van centrale-verwarmingsketels (met water) en Infofiche nr. 48.4 geeft deze parameters op voor warmtepompen. Voor stookketels zijn de energiebesparingen voornamelijk te zoeken op het vlak van de glijdende regeling van de ketelwatertemperatuur (lage-temperatuurverwarming) en het bekomen van een zo laag mogelijke retourwatertemperatuur bij condensatieketels. In het geval van warmtepompen speelt de seizoensprestatiefactor (SPF-waarde) dan weer de grootste rol (keuze van het meest geschikte warmtepomptype en correcte dimensionering ervan volgens de warmtebehoeften).

In Infofiche nr. 48.5 komt de decentrale verwarming aan bod. Deze fiche geeft forfaitaire rendementen op voor kachels (met vloeibare, gasvormige en vaste brandstoffen) en elektrische verwarmingstoestellen (direct of accumulerend). In deze fiche wordt elektrische verwarming ontraden aangezien ze, omwille van de omrekening naar primaire energie, het E-peil van het gebouw sterk kan doen toenemen.

Infofiche nr. 48.6 behandelt de systemen voor de productie van warm tapwater en overloopt een reeks specifieke parameters zoals het gestandaardiseerde tapwaterverbruik, het verbruik van een waakvlam, de lengte van het verdeelnet, enz. Bij deze systemen moet men rekening houden met de mogelijke positieve bijdrage van een thermisch zonne-energiesysteem als voorverwarming van het warme tapwater en de mogelijke warmteterugwinning via het wegstromende douche- of badwater.

Infofiche nr. 48.7 geeft aanbevelingen om de opbrengst van fotovoltaïsche panelen te maximaliseren. Zo dienen ze in de mate van het mogelijke in een open omgeving te worden geplaatst, zuidwaarts gericht en in een helling van ongeveer 30°. Doordat de elektriciteitsproductie van een dergelijke fotovoltaïsche installatie zeer gevoelig is voor schaduw, is het belangrijk om deze factor vooraf goed in te schatten.

Actieve koelsystemen, die voornamelijk elektriciteit als energiebron gebruiken, worden besproken in Infofiche nr. 48.8. Deze systemen worden evenwel beter vermeden door de koelbehoeften van het gebouw te beperken door bijvoorbeeld grote of slecht georiënteerde glasoppervlakken te vermijden, zonneweringen aan te brengen en gebruik te maken van een intensieve nachtelijke ventilatie (natuurlijk of mechanisch). Een alternatieve strategie bestaat uit de beperking van de interne warmtewinsten, zoals de warmte die geproduceerd wordt door de verlichting of andere apparaten. Infofiche nr. 48.9 behandelt ten slotte de kunstmatige verlichting in niet-residentiële gebouwen en beschrijft verschillende opties om het geïnstalleerde vermogen te verminderen.


J. Schietecat, ing., laboratoriumhoofd, laboratorium ‘Verwarming’, WTCB