Bouwknopen bij platte daken 2011/03.06

In het artikel ‘Bouwknopen en K-peil’ uit de WTCB-contact nr. 2010/3 kwam de betekenis van de term ‘bouwknopen’ aan bod, evenals de methode om ermee rekening te houden in de EPB-regelgeving. In Vlaanderen is dit verplicht sinds 1 januari 2011. Men verwacht dat de overige gewesten spoedig zullen volgen. We spitsen ons in dit artikel specifiek toe op de bouwknopen bij platte daken.
Bij de eendimensionale warmteverliesberekening (U- en K-waarde) dient men de bouwknopen ter hoogte van de verbindingen tussen de wanden van de gebouwschil in aanmerking te nemen. Dit warmteverlies komt tot stand tengevolge van doorboringen van de volledige dikte van de isolatielaag van de scheidingsconstructies door een materiaal met een hogere warmte­geleidbaarheid dan de isolatielaag. Om deze bouwknopen in rekening te brengen, heeft de verslaggever verschillende keuzes (zie schema).

We beschouwen de detaillering van de dakrand van een plat dak. Deze overgang tussen de buitenmuur en het platte dak dient in het kader van de EPB-regelgeving als bouwknoop te worden ingerekend. De continuïteit van de thermische isolatie kan op deze plaats immers onderbroken worden (zie thermische snede, aangegeven met een stippellijn in afbeeldingen 1 en 2).

Afb. 1 Tussenvoeging thermisch isolerend bouwblok
Afb. 2 Thermische isolatie van de dakopstand

Bij platte daken zal men ter hoogte van de bouwknopen de continuïteit van de isolatielagen doorgaans verzekeren door het tussenvoegen van isolerende delen (basisregel 2). Deze isolerende delen dienen bijgevolg aan drie voorwaarden gelijktijdig te voldoen (zie tabel). Bij de dakdetails die in de herziening van de Technische voorlichting nr. 191 ‘Het platte dak. Deel 2 : aansluitingen en afwerking’ gepubliceerd zullen worden, zal hiermee rekening gehouden worden. 

Voorwaarden voor basisregel 2, toegepast op het gegeven voorbeeld
Eis Tussenvoeging van een thermisch isolerend bouwblok (zie afbeelding 1) Thermische isolatie van de dakopstand (zie afbeelding 2)
λ-waarde λ-waarde bouwblok ≤ 0,2 W/mK (bv. isolerend metselwerk, drukvast isolatiemateriaal of hout) Aan deze voorwaarde wordt in principe altijd voldaan
R-waarde De R-waarde (dinsulinsul )van het isolerende deel moet groter zijn dan de helft van de kleinste R-waarde van de spouwisolatie of de dakisolatie (met een maximum van 2 m²K/W), zodat :
Rinsul ≥ min [½ Rspouwisol, ½ Rdakisol, 2]
De dikte van de thermische isolatie die tegen en op de opstand geplaatst wordt (d2 en d3 op afb. 2), moet zodanig gekozen worden dat zijn R-waarde groter is dan de helft van de kleinste R-waarde van de spouw­isolatie of de dakisolatie (met een maximum van 2 m²K/W) :
d2 ≥ λ2 . min [½Rspouwisol, ½ Rdakisol, 2]
d3 ≥ λ3 . min [½Rspouwisol, ½ Rdakisol, 2]
Contactlengte Het bouwblok dient minstens de helft van de dakisolatiedikte te overlappen, zodat dcontact,1 ≥ dx/2 Aan deze voorwaarde wordt in principe altijd voldaan



E. Mahieu, ing., hoofdadviseur, afdeling 'Technisch advies', WTCB