Opbouw van daken met een niet-zelfdragende metalen dakbedekking 2011/03.05

Een geventileerde of ongeventileerde metalen dakbedekking ? Deze vraag werd vroeger nooit gesteld : metalen dakbedekkingen werden immers altijd langs de onderzijde geventileerd. Dankzij de evolutie van de materialen kunnen we tegenwoordig zelfs met een zinken dakbedekking warme daken bouwen. Deze techniek brengt bovendien een aantal duidelijke voordelen met zich mee op het gebied van energieprestaties en de vermindering van het risico op interne condensatie.

Materiaalevolutie

Indien men opteert voor een niet-zelfdragende metalen dakbedekking, heeft men de keuze uit een groot gamma aan metalen : koper, koperlegering, roestvrij staal, zink, aluminium, ... Deze materialen kunnen verwerkt worden tot bladen of lange banen die op een doorlopende ondergrond geplaatst worden : houten dakvloer, sandwichpaneel of (half) stijf isolatiemateriaal. In de eerste twee gevallen worden de bladen rechtstreeks op de ondergrond bevestigd met behulp van klangen; in het derde geval rusten de bladen op het isolatiemateriaal en worden de klangen bijvoorbeeld bevestigd op de onderliggende ondergrond. De metalen bladen worden met elkaar verbonden door middel van felsnaden, soldering of soms lassen.

Vroeger werden metalen dakbedekkingen meestal aangebracht op een geventileerde bebording. De oorsprong van deze traditie kan teruggevonden worden in de plaatsingswijze van het zink. Om corrosie te vermijden, moet dit materiaal aan de onderzijde immers in contact staan met koolstofdioxide uit de omgevende lucht zodat er zich een beschermende patina kan vormen.

Tegenwoordig zijn ook andere dakopbouwen mogelijk dankzij het gebruik van materialen zoals roestvrij staal, aluminium, koper en, recentelijk, zink met een beschermlaag aan de onderzijde. Al deze metalen mogen gebruikt worden voor de vervaardiging van dakopbouwen die niet geventileerd worden onder de dakbedekking.

Deze bouwlogica, die zeer waarschijnlijk zal uitgroeien tot een algemene tendens, biedt duidelijke voordelen : door het in het dak aanwezige luchtvolume te beperken en de doorstroming van vochtige (van buiten of binnen afkomstige) lucht aan de onderzijde van de dakbedekking te verminderen, wordt de condensvorming aan de onderzijde van het metaal immers ingeperkt. Gelet op het feit dat er ook een geringere luchtstroming rondom de thermische-isolatielaag optreedt, zal de energieprestatie van het dak bovendien sterk toenemen.

Afvoer van condensaten en belang van de helling

Onder een metalen dakbedekking bevindt zich altijd lucht die continu ververst wordt via de staande naden, via de verbindingen met andere elementen van de bouwschil en, bij dakbedekkingen die langs de onderzijde geventileerd worden, via de openingen die hiervoor voorzien werden. Deze luchtstroming wordt veroorzaakt door wind- en/of temperatuureffecten. De aanwezige lucht bevat echter steeds een bepaalde hoeveelheid vocht die kan condenseren aan de onderzijde van de dakbedekking wanneer de temperatuur van het metalen blad onder de dauwtemperatuur van de lucht daalt (bv. door uitstraling van warmte naar het hemelgewelf).

Het is zeer moeilijk om in te schatten hoeveel condenswater zich op deze manier zal vormen. We gaan er echter van uit dat deze hoeveelheid aanzienlijk kan zijn. Het staat vast dat er zich meer condenswater zal vormen indien de dakopbouw een bewust met buitenlucht geventileerde luchtspouw bevat of indien het dampscherm aan de binnenzijde van het dak niet op een doorlopende ondergrond geplaatst werd. Dit condenswater moet meteen verwijderd worden om schade aan de dakopbouw te vermijden.

We onderscheiden in dit kader twee algemene dakopbouwprincipes voor metalen dakbedekkingen, afhankelijk van de helling :
  • bij hellende daken (> 10°) volstaat de helling om eventuele condensaten die zich aan de onderzijde van de dakbedekking vormden, via het onderdak af te voeren. Dit is zowel het geval bij daken waarbij ventilatie voorzien is, als bij ongeventileerde daken
  • bij zwak hellende daken (1 tot 10°) volstaat de helling niet om de condensaten efficiënt af te voeren naar de dakgoot. In dit geval opteert men dan ook beter voor een warm dak zonder specifieke ventilatie langs de onderzijde van de dakbedekking.
Bij zwak hellende daken moet het dampscherm rechtstreeks op een doorlopende ondergrond bovenop de draagstructuur geplaatst worden. Deze voorzorgsmaatregel is overigens algemeen aangewezen, ongeacht de helling. De dakopbouwen moeten immers zo luchtdicht mogelijk uitgevoerd worden om de energieverliezen door luchtbewegingen te beperken (luchtlekken).


Volledig artikel


D. Langendries, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium ‘Energiekarakteristieken’, WTCB
K. De Cuyper, ir., coördinator van de Technische Comités, WTCB