Reiniging van drinkwaterinstallaties vóór ingebruikname 2011/02.15

Om de gezondheid van de eindgebruiker te waarborgen, moet het water voor menselijke consumptie op elk moment en op elk tappunt in de binneninstallatie een goede kwaliteit vertonen. Aangezien de drinkwaterleverancier slechts verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het drinkwater tot aan de watermeter, is het de taak van de gebruiker om de kwaliteit te garanderen in alle leidingen en toestellen die zich na de watermeter bevinden.

Drinkwater : een voedingsmiddel

Volgens de wereldgezondheidsorganisatie hebben we per dag minstens twee tot vier liter drinkwater nodig enkel om het normale vochtverlies door ademhaling, zweten, urineren, enz. te compenseren.

Drinkwater wordt met andere woorden beschouwd als een essentieel voedingsmiddel waarvan de kwaliteit aan de regionale wetgeving moet voldoen die een omzetting vormt van de Europese richtlijn 98/83/EG (zie www.normen.be).

Binneninstallatie en kwaliteit van het drinkwater

In de handel verkrijgbare doppen die op kraanaansluitingen passen
In de binneninstallatie komt het drinkwater enerzijds in contact met de gebruikte materialen en anderzijds met stoffen die in de buizen kunnen terechtkomen tijdens het transport, de opslag en de montage op de bouwplaats.

Ook na de montage is er nog een reële kans op verontreiniging door bijvoorbeeld het gebruik van ander water dan drinkwater voor de drukproef of door het optreden van corrosie in metalen leidingen die tijdelijk onder water hebben gestaan.

Om dergelijke verontreinigingen zoveel mogelijk te beperken, kan men de volgende maatregelen treffen :
  • de materialen moeten steeds geschikt zijn voor de voorziene toepassing

  • Door de fabrikant aangebrachte doppen aan de uiteinden van leidingen
    de handen, de handschoenen en de gereedschappen die gebruikt worden tijdens de montage moeten proper gehouden worden

  • vlak vóór de plaatsing moeten alle componenten manueel gereinigd worden met een propere doek of papier om vuilresten en bramen te verwijderen

  • er mogen in de installatie geen resten achterblijven van de oliën of vloeimiddelen die gebruikt werden bij het realiseren van de verbindingen tussen de onderdelen

  • leidingen moeten op de bouwplaats steeds afgedopt blijven. Men kan hiervoor ofwel de doppen gebruiken die de fabrikant aanbracht aan de uiteinden van leidingen, ofwel andere, op de markt verkrijgbare, doppen die passen op de kraanaansluitingen (zie afbeeldingen).
Ondanks deze maatregelen zal het nooit mogelijk zijn om in 100 % hygiënische omstandigheden te werken en kan men niet voorkomen dat er vreemde stoffen in de installatie terechtkomen.

Daarom is het volgens de norm NBN EN 806 raadzaam om de installatie zo kort mogelijk vóór de ingebruikname te spoelen en eventueel te desinfecteren. In tegenstelling tot onze buurlanden, wordt deze reiniging in België nog niet beschouwd als een taak die inherent is aan de plaatsing van de installatie. Ze wordt immers enkel uitgevoerd indien dit uitdrukkelijk vermeld wordt in het bestek.

De reinigingsprocedures uit de voornoemde norm zijn hoofdzakelijk gebaseerd op Duitse documenten. Na overleg met een aantal sanitaire installateurs blijkt dat de praktische toepassing ervan op de Belgische markt veel vragen oproept en bovendien gepaard gaat met een aanzienlijke meerkost (bijkomend installatiewerk en vooral bij grote gebouwen de inzet van extra personeel en middelen).

In een volgend artikel zullen we concrete spoel- en desinfectietechnieken bespreken die aangepast zijn aan de tradities op de Belgische markt en die de kwaliteit van het water aan het tappunt garanderen.


Volledig artikel


L.Vos, ir.-arch., onderzoeker, laboratorium 'Duurzame energie- en watertechnieken', WTCB
K. De Cuyper, ir., coördinator van de Technische Comités, WTCB