Verse lucht in oude woningen 2011/02.14

Er worden jaarlijks meer woningen gerenoveerd dan gebouwd. Daarbij treffen we allerlei soorten renovaties aan, van zeer beperkte ingrepen tot ver doorgedreven verbouwingen. Het verbeteren van de thermische prestaties van het gebouw is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Om te komen tot een aangename leefomgeving met een goed binnenklimaat moet er ook aandacht zijn voor een goede ventilatie.
Ventilatie is geen alleenstaand thema maar maakt deel uit van een ruimer concept dat 'energiezuinig en comfortabel bouwen' heet. De aspecten isolatie, luchtdichtheid en ventilatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in dit concept en moeten in elk woningontwerp op een evenwichtige wijze uitgewerkt worden. Dit principe is niet alleen van toepassing op nieuwe gebouwen, maar moet ook toegepast worden bij de renovatie van bestaande gebouwen.

Basisprincipes van ventilatie

Een efficiënte ventilatie veronderstelt de toevoer van verse buitenlucht in de droge leefruimten waar we een groot deel van de tijd doorbrengen : woonkamer, bureau, speelkamer en slaapkamers of analoge ruimten. Via doorstroomopeningen stroomt deze lucht naar de zogenaamde natte ruimten : keuken, badkamer, wasplaats en toilet of analoge ruimten. Ten slotte wordt de vervuilde lucht uit deze ruimten afgevoerd naar de buitenomgeving. Hierbij onderscheiden we vier standaardventilatiesystemen : A, B, C en D. Voor meer informatie over deze systemen verwijzen we naar Infofiche nr. 42.2 op onze website.

Wettelijke eisen

De wettelijke ventilatie-eisen zijn vastgelegd in gewestelijke regelgevingen (de EPB-regelgeving) die hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de norm NBN D 50-001. In dit document wordt onder meer de minimale capaciteit van de ventilatie-uitrustingen vastgelegd in termen van het luchtdebiet. Afhankelijk van het type voorziene werken zijn er strikte of minder strikte wettelijke eisen van toepassing op de minimale ontwerpdebieten : de debietscapaciteit voor toevoer-, doorstroom- en afvoervoorzieningen.

Hoewel er geen dwingende eisen bestaan voor een volledige conformiteit met de norm NBN D 50-001 en het niet altijd eenvoudig is om deze conformiteit te realiseren, geldt deze norm niettemin als sterke aanbeveling.

Analyse van de bestaande situatie

Door de renovatie grondig te analyseren, kan men een goed beeld krijgen van de problemen waarvoor er een oplossing moet worden gezocht. Een dergelijke analyse begint met een overzicht van de voorziene werken en het type ruimten dat zal gerenoveerd worden. We willen erop wijzen dat men zich niet strikt mag beperken tot de ruimten waar renovaties plaatsvinden, aangezien ingrepen in één ruimte ook een invloed kunnen hebben op de globale woning.

Bij deze analyse is het raadzaam om :

  • de woning (visueel) te controleren op schimmels, vochtproblemen en vochtschade

  • na te gaan of er bij de uitvoering van eerdere ingrepen ter verbetering van de isolatie en/of de luchtdichtheid rekening gehouden werd met de ventilatie van het gebouw (bv. bij de vervanging van luchtdoorlatend schrijnwerk met enkele beglazing in een badkamer)

  • erop toe te zien dat het gebouw beschikt over een minimale luchtdichtheid. Dit criterium is onontbeerlijk voor een goede werking van het ventilatiesysteem

  • de aanwezigheid en de staat van de verbrandingstoestellen te controleren. Ruimten met open-verbrandingstoestellen moeten volgens de norm NBN B 61-002 immers voorzien zijn van een permanente, niet afsluitbare toevoer van verbrandingslucht (in aanvulling op het ventilatiesysteem). Naast de toevoer van verbrandingslucht dient men ook rekening te houden met een aantal eisen voor de ventilatie van de stookruimte zelf (ook bij toestellen met een gesloten verbranding) en dient tevens de rookgasafvoer in goede staat te zijn

  • te polsen naar de ervaring van de (vroegere) bewoners. Zij kunnen u immers op de hoogte brengen van eventuele gezondheidsklachten of allergieën, slaapproblemen, geurtjes, tocht, te droge of te vochtige lucht, enz. Bij de interpretatie van deze subjectieve gegevens is vanzelfsprekend enige voorzichtigheid geboden.

Het nieuwe concept - systeemkeuze

Zoals al in de inleiding toegelicht werd, kan het ventilatieontwerp niet als afzonderlijk aspect beschouwd worden, maar moet het deel uitmaken van een overkoepelend geheel.

Aangezien elke renovatie verschillend is, kunnen we in dit artikel geen strikte selectierichtlijnen opgeven, maar slechts enkele aanbevelingen voor de conceptkeuze. Zo is het zinvol om zich tijdens de ontwerpfase af te vragen :

  • wat behouden moet blijven en wat zeker vervangen dient te worden

  • of een erg energiezuinig maar ook duur en complex ventilatiesysteem wel zin heeft en de overige energetische maatregelen in de woning wel naar verhouding uitgewerkt werden

  • of het een beperkte ingreep in één ruimte betreft, een vervanging van schrijnwerk, of eerder een allesomvattende renovatie waarbij enkel de muren behouden worden en de overige werken uitgevoerd worden zoals bij een nieuwbouw

  • of de gebouwvorm en de planschikking van de verschillende ruimten zich lenen tot de integratie van een goed werkend ventilatiesysteem

  • Afb. 1 Wegwerken van kanalen in verloren ruimten
    of men bij de vervanging van het schrijnwerk of het glas niet meteen − op een vrij eenvoudige en goedkope manier − regelbare toevoeropeningen (RTO's, systemen A en C) kan voorzien. Men kan deze openingen vanzelfsprekend ook op andere manieren realiseren : doorheen muren of daken, kierstandverluchting, …

  • of men plaats heeft voor een grote verticale afvoerschacht met een behoorlijk grote sectie (nodig voor systemen A en B met een natuurlijke centrale afvoer). Indien dit niet het geval is, kiest men beter voor een mechanische afvoer zoals bij systemen C en D die ventilatiekanalen met een beperktere sectie hebben (doorgaans slechts half zo groot)

  • of er ruimte is om de kanalen weg te werken. Denk eventueel aan de volgende mogelijkheden : verlaagde plafonds of afgeschuinde hoeken, tussen de balken in een houten roostering of door hergebruik van oude schouwen, onder strikte voorwaarden (zie afbeelding 1)

  • of er reeds een (gedeeltelijk) ventilatiesysteem aanwezig is in de woning. Hoewel het bij nieuwbouw wettelijk niet toegestaan is om verschillende ventilatiesysteemtypes te mengen (bv. A met C), mag dit bij verbouwingen in bepaalde gevallen wel. Toch valt een dergelijke vermenging af te raden aangezien ze de goede werking van de systemen in het gedrang kan brengen.

Centraal of decentraal

Naast de keuze van het systeemtype kan men ook kiezen tussen een centrale of een decentrale oplossing.

Bij een decentraal systeem wordt elke ruimte voorzien van een directe toe- of afvoer naar buiten, zonder dat de ventilatie van de verschillende ruimten verzameld wordt in een gemeenschappelijk kanalenstelsel. Een decentrale plaatsing biedt onder meer de volgende voordelen bij renovatie :

  • men is veel minder afhankelijk van de woningindeling die voor het grootste deel al vastligt bij renovaties. Zo kan men elke ruimte afzonderlijk voorzien van een natuurlijk afvoerkanaal tot buiten (A of B) of van een afzonderlijke ventilator

  • ze zijn voor een goede werking minder afhankelijk van de luchtdichtheid van het gebouw en de individuele ruimten

  • Afb. 2 Decentraal ventilatietoestel met warmterecuperatie
    de installatie kan in fases uitgevoerd worden, hetgeen vooral voor woningen die niet onmiddellijk volledig gerenoveerd worden een interessante optie kan zijn. Bij een dergelijke ventilatie worden de natte ruimten immers één voor één van extractie voorzien, terwijl de droge ruimten één voor één voorzien worden van regelbare toevoeropeningen.
Er bestaan kleine decentrale ventilatiesystemen met warmterecuperatie (systeem D, zie afbeelding 2) die geschikt zijn voor één ruimte en eruitzien als een gasconvector tegen de muur. Ze bieden het voordeel dat ze ruimte per ruimte gemonteerd kunnen worden en dat er geen kanalen nodig zijn.

Men moet bij de installatie van deze systemen wel voldoende aandacht besteden aan de positionering van de toevoer en de afvoer ten opzichte van elkaar om de directe menging te minimaliseren (zowel binnen als buiten). Ten slotte moet men ook rekening houden met de geluidsproductie van deze systemen.

Kosten

De inbouw van een ventilatie-installatie omvat uiteraard diverse nevenwerkzaamheden die mee het kostenplaatje bepalen :

  • boringen voor de leidingdoorvoeren
  • montage van verlaagde zolderingen
  • montage van leidingbekledingen
  • schilderwerken
  • elektriciteitswerken.

Uitwerken van het ontwerp

Bij het ontwerp van het ventilatiesysteem zullen grosso modo dezelfde principes gehanteerd worden als bij nieuwbouw. Toch is men bij een renovatie minder gebonden aan wettelijke eisen waardoor men beter rekening kan houden met de specifieke eigenschappen van het bestaande gebouw.

Een aantal keuzes voor het ventilatiesysteem zullen ook een invloed hebben op andere ontwerpkeuzes in de renovatie (bv. regelbare toevoeropeningen en schrijnwerk, het gebruik van warmteterugwinning heeft een invloed op het vermogen van de warmteafgiftetoestellen en de ketel, …).

Planning

Bij renovaties wordt er vaak in verschillende fases gewerkt waardoor bepaalde werken uitgesteld worden. Hier is enige voorzichtigheid geboden omdat sommige ingrepen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Wanneer het gebouw bijvoorbeeld luchtdicht gemaakt wordt, moet er gelijktijdig een ventilatiemogelijkheid voorzien worden. Wanneer er gekozen wordt voor ventilatie met warmterecuperatie dan moet deze vóór de nieuwe verwarmingsinstallatie geïnstalleerd worden omdat ze een invloed kan uitoefenen op het benodigde vermogen voor de verwarming.


Volledig artikel


P. Van den Bossche, ing., labohoofd, laboratorium 'Duurzame energie- en watertechnieken', technologisch adviseur (*), WTCB

(*) Technologische Dienstverleningen 'Innoklima' en 'Duurzaam bouwen en duurzame ontwikkeling', respectievelijk gesubsidieerd door het IWT en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.