Het loskomen van vloertegels 2011/02.12

De afdeling 'Technisch Advies' krijgt frequent informatieaanvragen over het loskomen van vloertegels. Dit fenomeen is vaak het gevolg van een samenspel van verschillende factoren die grosso modo ingedeeld kunnen worden in twee groepen, namelijk : factoren die spanningen veroorzaken in de vloeropbouw en factoren die een weerslag hebben op de initiële hechting van de tegels aan de ondergrond.

Spanningen in de vloeropbouw

Afb. 1 Loskomen en omhoogkomen van de tegels na een te snelle opstarting van de vloerverwarming
Naast de spanningen in de vloeropbouw tengevolge van de vervorming van de ondergrond (bv. doorbuiging van de draagvloer), treden er voornamelijk spanningen op naar aanleiding van :
  • de residuele krimpwerking van de ondergrond waarop de tegels aangebracht werden (enkel bij een cementgebonden ondergrond). Hoe sneller de tegels aangebracht worden op de ondergrond, hoe groter de residuele krimp is die ze nog moet ondergaan na het betegelen en hoe meer krimpspanningen er zullen ontstaan in de vloeropbouw

  • thermische werking. Vooral een te snelle opwarming (na een koudere periode) kan aanleiding geven tot het loskomen (en omhoogkomen) van de tegels omwille van de grotere thermische spanningen in de vloeropbouw (zie afbeelding 1).

Hechting aan de ondergrond

Afb. 2 Te gering contactoppervlak tussen de tegel en de lijm
De initiële hechting van de tegels aan de ondergrond wordt voornamelijk beïnvloed door de volgende factoren :
  • de hechtsterkte van het hechtingsmiddel
  • het gerealiseerde contactoppervlak tussen de ondergrond, het hechtingsmiddel en de tegel (zie afbeelding 2)
  • de karakteristieken van de tegel en de ondergrond
  • de uitvoering en uitvoeringsomstandigheden.

Aanbevelingen

Vanuit technisch oogpunt geniet een gelijmde plaatsing op een verharde ondergrond de voorkeur boven een traditionele plaatsing of een plaatsing in verse dekvloer. Lijm heeft immers een grotere hechtsterkte dan een traditionele mortel en een verharde ondergrond heeft reeds een (groot) deel van zijn krimpwerking ondergaan vóór de plaatsing van de tegels.

Het gehanteerde lijmtype moet steeds geschikt zijn voor de beschouwde toepassing en de lijm moet uitgespreid worden met een aangepaste kam. De tegels dienen, onder de juiste omgevingsomstandigheden en binnen de open tijd, goed aangedrukt te worden in de lijmlaag om een zo groot mogelijk contactoppervlak te creëren. Men dient de richtlijnen van de lijmfabrikant strikt op te volgen tijdens de plaatsing.

Bij de plaatsing van tegels met een zeer groot formaat (afmetingen ≥ 60 cm) en tegels met een geringe waterabsorptie of plaatsingen in intensief gebruikte ruimten en op vloerverwarmingssystemen, dient men een C2-lijm te hanteren (C2S bij vloerverwarming). Bij de plaatsing van tegels met een zeer groot formaat en/of op vloerverwarmingssystemen dient men ook gebruik te maken van dikbedlijmen of moet men een dubbele verlijming realiseren waarbij de (aangepaste) lijm zowel op de rugzijde van de tegels als op de ondergrond aangebracht wordt.

Om de gelijmde plaatsing succesvol te kunnen uitvoeren, moet niet alleen de ondergrond voldoende vlak zijn (strenge vlakheidseisen), maar ook de tegels zelf (wat niet altijd het geval is bij keramische tegels, a fortiori in het geval van grootformaattegels). Soms kan het daarom noodzakelijk zijn - maar niet altijd toereikend - om gebruik te maken van dikbedlijmen of om een dubbele verlijming te realiseren. Afhankelijk van het type ondergrond en tegel, kunnen bijkomende voorbereidende werkzaamheden noodzakelijk zijn.

Om krimpspanningen in de vloerbetegeling te beperken, wordt de plaatsing van de tegels op de ondergrond best zo lang mogelijk uitgesteld. Om diezelfde reden vermijdt men ook al te grote hoeveelheden water, fijn zand en cement bij de aanmaak van de dekvloer.

Men tracht zoveel mogelijk grote temperatuurverschillen in de vloeropbouw te vermijden om de thermische spanningen te beperken. Zo dient men er bij de plaatsing van tegels op vloerverwarmingssystemen op toe te zien dat de temperatuur niet te snel opgedreven wordt bij de inwerkingstelling ervan.

Wanneer een gelijmde plaatsing onmogelijk is (bv. bij in de dikte ongekalibreerde tegels), kan men een plaatsing overwegen met een 'verbeterde' mortel (met hulpstoffen ter verbetering van de hechtsterkte) op een verharde dekvloer of een plaatsing met een aangepaste mortellijm in een verse dekvloer. De traditionele plaatsing (met mortel op een gestabiliseerd zandbed), wordt normaliter louter gehanteerd voor de plaatsing van kleinere, dikkere tegels.




J. Van den Bossche, ing., hoofdadviseur, afdeling 'Technisch advies', WTCB