Oplevering van natuursteen 2011/02.11

Na de realisatie van een bouwwerk in natuursteen ontstaan er regelmatig discussies over de kwaliteit van de steen, van de afwerking of van de uitvoering. Aangezien de kwaliteit van de uitvoering reeds uitgebreid aan bod kwam in de WTCB-Contact nr. 2010/1, gaan we in dit artikel dieper in op de kwaliteit van de stenen zelf en van hun afwerking.
De tabel hiernaast geeft een overzicht van de normen, technische voorschriften (PTV), Technische Voorlichtingen (TV) en technische goedkeuringen voor natuursteen in de bouw- en wegensector en van de verplichte CE-markering.

Wegenwerken Gebouwen
Gehomologeerde productnormen
  • NBN EN 1341 (buitenplaveien in natuursteen)
  • NBN EN 1342 (straatkeien in natuursteen voor buitenplaveien)
  • NBN EN 1343 (boordstenen in natuursteen voor buitenplaveien)
  • NBN EN 12057 (modulaire tegels)
  • NBN EN 12058 (platen voor vloeren en trappen)
  • NBN EN 1468 (ruwe platen)
  • NBN EN 1469 (wandtegels, afgewerkte producten)
  • NBN EN 771-6 (metselstenen van natuursteen)
CE-markering verplicht sinds
eind 2003 eind 2006 (midden 2007 voor NBN EN 1469)
Gebruiksspecificaties op Belgisch niveau
  • PTV 841 (buitenplaveien in natuursteen)
  • PTV 842 (straatkeien in natuursteen voor buitenplaveien)
  • PTV 843 (boordstenen in natuursteen)
  • TV nr. 228 (natuursteen)
  • TV nr. 213 (binnenvloeren van natuursteen)
  • Nationale bijlage/ TR (te verschijnen)
  • PTV (te verschijnen)
Classificatie van gesteenten
PTV 844 (classificatie van gesteenten) TV nr. 228
Karakterisering van het materiaal
PTV 845 (carbonaatrijke gesteenten) TV nr. 228 en TV nr. 220 ('petit granit')
Belgisch homologatie- en certificatiesysteem
ATG, BENOR (vrijwillig)

Wat de uitzichtsgebreken en -bijzonderheden betreft, bestaan er enkel precieze criteria voor de Belgische blauwe hardsteen (zie TV nr. 220). De aanwezigheid van een verweringszone (grijsbruine zone met watervasthoudend vermogen), geoden (holten gevuld met calcietkristallen), oplossingsholten (holten gevuld met klei), zwarte aders (barsten gevuld met steenkoolachtig materiaal), rosse aders (barsten gevuld met pyriet) of gele nagels (pyrietconcentraties) wordt beschouwd als een ontoelaatbare afwijking. Witte vlekken en witte draden (aders) zonder watervasthoudend vermogen zijn in zekere mate toegelaten, afhankelijk van de esthetische criteria van de voorgeschreven categorie. Fossielen worden daarentegen altijd en zonder enige beperking toegestaan.

Bij Belgische blauwe hardsteen dient men bijzondere aandacht te besteden aan het meest voorkomende structuurkenmerk, de stylolieten (zwarte lijnen en zwarte vlekken, zie afbeeldingen 1 en 2). Aangezien deze mogelijk kunnen degraderen onder invloed van water, worden ze slechts in beperkte mate toegelaten (zie tabel 7 van de TV nr. 220).

Afb. 1 Zwarte lijn (stylolieten in de dwarsdoorsnede van het element)
Afb. 2 Zwarte vlek (stylolieten doorlopend tot in het zichtvlak van het element)

Voor blauwe steen van vreemde afkomst hanteert men de criteria uit de PTV 845. De aanvaardingsregels van de TV nr. 220 zijn van toepassing op deze stenen indien ze gehomologeerd werden door de BUtgb. Een (vrijwillige) technische goedkeuring is hierbij een pluspunt. Voor andere steentypes geven de productnormen uit de tabel op dat de uitzichtscriteria visueel geïdentificeerd moeten worden aan de hand van bijvoorbeeld een referentiestaal (kleur, aders, fysische structuur en oppervlakteafwerking). Het productiestaal dient vergeleken te worden met het referentiestaal bij daglicht en vanop een afstand van ongeveer 2 m.

De productnormen stellen dat het gebruik van een referentiestaal niet impliceert dat het effectief geleverde materiaal hiermee perfect in overeenstemming zal zijn. Indien men bij de behandeling van de steen gebruikmaakt van een kit, vulmaterialen of gelijkaardige producten voor het opvullen van natuurlijke holten, onregelmatigheden of barsten, dient het effect ervan op het afgewerkte oppervlak bepaald te worden door vergelijking met het referentiestaal.

Voor natuursteen met een zekere heterogeniteit qua kleur of uitzicht, verwijst de TV nr. 213 naar de norm NBN EN 771-6 voor het vooropstellen van een 'contractueel staal' bestaande uit drie proefstukken waarvan er één een gemiddeld uitzicht vertoont terwijl de twee andere de uiterste verschillen aangeven.

De kwaliteit van de afwerking (gefrijnd, gebouchardeerd, ...) kan, indien nodig, gecontroleerd worden aan de hand van de beschrijvingen en foto's uit, onder meer, de TV nr. 228. De beschrijving van de geschuurde, gezoete of gepolijste afwerkingen kan men terugvinden in de TV nr. 220 die tevens de fijnheid van de schuurmiddelen vastlegt die met deze afwerkingen overeenstemmen. Men kan deze laatste informatie ook terugvinden in de productnormen.

De TV nr. 213 geeft meer informatie over de kwaliteit van de bewerking. Zo legt het de toelaatbare afwijkingen vast die te wijten zijn aan het verzagen, afwerken en behandelen van de stenen zoals afgebroken randen, afgebro­ken hoeken, karteling, afschilfering, scheuren, kras­sen, slijpsporen, barsten en afbrokkeling. Men dient reeds bij de bestelling aan te geven of dit type afwijkingen gecorrigeerd kan worden met een verzorgde verkitting.

De TV nr. 213 maakt bij de opgave van de dimensionele toleranties en de bewerkingskwaliteit een onderscheid tussen tegels van het standaardtype en van het marmertype. Een plaatsing met fijne voegen (± 2 mm) kan enkel overwogen worden met tegels van het marmertype.


L. Firket, arch., adjunct-afdelingshoofd, afdeling 'Technisch advies', WTCB