ETICS : de isolatie en haar plaatsing 2011/02.10

De artikels en Infofiches die het WTCB publiceerde over ETICS (buitengevelisolatiesysteem met pleisterwerk) zullen de basis vormen voor een update van de Technische Voorlichting nr. 209 in samenwerking met de sector. Bij deze herziening zullen er onder meer technische details online geplaatst worden die reeds in voorbereiding zijn. Dit artikel geeft een overzicht van de isolatiematerialen en plaatsingstechnieken die gebruikt worden voor ETICS.

Aard en evolutie van de isolatie

Isolatie is verkrijgbaar in de vorm van stijve voorgevormde panelen. De randen zijn voorzien van een sponning (met overkraging), van tand en groef of van rechte randen. Het plaatoppervlak kan geprofileerd of vlak zijn.

In België werden de laatste 25 jaar vooral de volgende isolatiematerialen gebruikt :
  • geëxpandeerd polystyreen (EPS) : goed voor 85 % van de markt, zoals in de rest van Europa. We onderscheiden witte EPS en EPS grafiet (met grijze kleur). Het gebruik van dit laatste materiaal zit in de lift dankzij zijn hogere thermische prestaties. Omwille van zijn donkere kleur dient men deze laatste tijdens de plaatsing en opslag te beschermen tegen de zon om opwelving te vermijden

  • minerale wol (MW) of rotswol : we onderscheiden het type 'slab' waarbij de vezels evenwijdig aan het oppervlak lopen en het type 'lamella' waarbij de vezels loodrecht op het oppervlak lopen (de weerstand tegen een trekkracht loodrecht op het oppervlak hangt af van de oriëntatie van de vezels en is bijgevolg hoger voor het type 'lamella').
Er worden steeds vaker dikke isolatiepanelen gebruikt om wanden te verkrijgen met hogere isolatieniveaus. Met EPS-panelen die een dikte tot 30 à 35 cm kunnen hebben, kan men zeer hoge isolatieniveaus behalen (U-waarde = ± 0,15 W/m².K). We willen erop wijzen dat de warmtedoorgangscoëfficiënt U van een wand geen perfect lineaire functie is van de isolatiedikte.

We zien ook de volgende isolatiematerialen frequenter opduiken op de bouwplaats :
  • synthetische producten zoals geëxtrudeerd polystyreen (XPS), polyurethaanschuim (PUR) en resolschuim (PF) dat ook gekend is onder de naam 'resol'. Deze producten vertonen doorgaans hogere thermische prestaties

  • panelen op basis van houtvezel (WF) of geëxpandeerde kurk (ICB) omwille van hun natuurlijke karakter

  • cellenglas (CG) omwille van zijn brand­gedrag en vochtgedrag (waterabsorptie ~ 0, waterdampdoorlatendheidsweerstand µ = ∞).
Aangezien er nog een gebrek aan praktijk­ervaring is, kampt het gebruik van deze materialen (met uitzondering van cellenglas) nog met enige terughoudendheid.

Eigenschappen en eisen

De isolatiematerialen moeten voldoen aan de technische specificaties uit hun op Europees niveau geharmoniseerde productnormen. Er bestaan in België bijkomende eisen voor deze producten in de vorm van ATG/H (technische productgoedkeuringen). Deze zijn noodzakelijk voor het verkrijgen van een ATG voor ETICS.

Naast de verklaring van de thermische weerstand van het isolatiemateriaal, voorziet de Europese Technische Goedkeuringsleidraad ETAG 004 nog bijkomende eisen voor het capillaire gedrag (waterabsorptie door capillariteit ≤ 1 kg/m² na 24 u) en voor het mechanische gedrag bij afschuiving van een verlijmd systeem (afschuifsterkte fτκ ≥ 0,02 N/mm² en elasticiteitsmodulus bij afschuiving G ≥ 1 N mm²), en eist hij ook een verklaring van de waterdampdoorlatendheidsweerstand (µ-waarde) en van de trekweerstand in droge en vochtige toestand.

Het gebruik van synthetische producten (EPS, XPS, PUR, PF) is afhankelijk van hun dimensionele stabiliteit (de krimp op jonge leeftijd moet afgelopen zijn vóór de plaatsing, evenals de vervormingen bij hygrothermische schommelingen). Er bestaat voorlopig nog geen enkel criterium voor de dimensionele stabiliteit van het isolatiemateriaal zelf. Deze criteria zijn wel in de voorbereidings- en/of harmonisatiefase op Europees niveau. De invloed van deze eigenschap kan geëvolueerd worden met hygrothermische proeven op het volledige systeem.

Het merendeel van de panelen uit minerale wol (MW) en houtvezel (WF) hebben een zwakkere mechanische weerstand waardoor ze niet verlijmd mogen worden, maar mechanisch bevestigd moeten worden (in combinatie met een verlijming). Het aantal bevestigingen hangt voornamelijk af van de verwachte windbelasting. De weerstand kan echter sterk verminderen bij de aanwezigheid van vocht. De trekweerstand van de 'lamella'-panelen laat daarentegen wel een gelijmde plaatsing toe.

De isolatiematerialen vertegenwoordigen zowat alle mogelijke variaties in de waterdampdoorlatendheidsweerstand (µ-waarde) : minerale wol (µ ~ 1, doorlatend), synthetische producten (µ ~ 20 à 60) en cellenglas (µ ~ ∞, ondoorlatend).

Minerale wol (MW) en cellenglas (CG) behoren tot brandreactieklasse A1 (onbrandbaar) volgens de Europese classificatie. Indien men voor een brandbaar isolatiemateriaal opteert, kan minerale wol een oplossing bieden indien er eisen gelden voor de brandveiligheid (plaatsing rondom openingen of plaatsing in stroken op een regelmatige afstand). De toekomstige wettelijke eisen voor gevelbekledingen (voor gebouwen die onder het Koninklijk Besluit vallen dat het KB van 19 december 1997 zal vervangen : minimale klasse D-s3, d1 voor lage gebouwen (h < 10 m) en B-s3, d1 voor middelhoge en hoge gebouwen) zullen van toepassing zijn op het volledige systeem, d.w.z. een isolatiemateriaal dat voorzien werd van een bepleistering en dienst doet als bescherming. Daarom verklaren de leveranciers van systemen de brandreactieklasse van het volledige systeem.

Wat de levenscyclusanalyses betreft, werd er ons inziens nog geen vergelijkende studie uitgevoerd voor systemen met verschillende soorten isolatiematerialen. De Europese harmonisatie van de analysemethoden is trouwens nog steeds aan de gang.

De ETAG 004, die de eisen vastlegt waaraan isolatiesystemen met pleisterwerk moeten voldoen om een ETA te verkrijgen (Europese technische goedkeuring), werd opgesteld op basis van de door ervaring verworven kennis over isolatiematerialen van de types EPS en MW. Voor de andere types isolatiematerialen kunnen er nog bijkomende eisen geformuleerd worden. Er bestaan op dit moment pleisterwerksystemen op isolatie met een ETA voor de volgende isolatiematerialen : EPS, MW, CG, PF, XPS, PUR, WF. In België bestaan er naast deze ETA's bijkomende ATG's voor ETICS met EPS, MW, CG.

Deze ATG's betreffen 'gesloten' systemen, d.w.z. ETICS waarvan alle onderdelen geleverd worden door de ATG-houder of zijn Belgische vertegenwoordiger.


Volledig artikel


Y. Grégoire, ir.-arch., afdelingshoofd, afdeling 'Materialen', WTCB
E. Godderis, ingenieur coördinator, Inspectie-Certificatie, BCCA