STS 53.2 'Industriële, commerciële en residentiële poorten' 2011/02.08

Doordat onze gebouwen moeten beantwoorden aan alsmaar strengere criteria op het gebied van gebruiksveiligheid, brandveiligheid, energiebesparing, comfort en milieubescherming, moeten ook de elementen die erin geïntegreerd worden voldoen aan een strenger eisenpakket. Dit is ook het geval voor industriële, commerciële en residentiële poorten.
Met de publicatie van de norm NBN EN 13241-1 'Industriële, commerciële en garagedeuren en -poorten. Productnorm. Deel 1 : producten zonder brand- of rookwerende kenmerken' werd de Europese normalisatie voor industriële, commerciële en residentiële poorten afgerond. Hierdoor ontstond de noodzaak om deze normalisatie te kaderen in de Belgische regelgeving en aan te passen aan de Belgische kwaliteitseisen. Deze Europese normen leggen immers procedures vast voor de bepaling van de prestaties van de producten, maar geven doorgaans noch prestatieniveaus op volgens de toepassing (gebruik, omgeving, vorm, afmetingen, gebruikte materialen, …), noch specifieke aanbevelingen betreffende de te gebruiken materialen, de plaatsing, het gebruik en het onderhoud. Daarom werd, in opdracht van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand & Energie, de STS 53.2 'Industriële, commerciële en residentiële poorten' opgesteld.

Het toepassingsdomein van deze STS omvat alle in een industriële, commerciële of residentiële omgeving geplaatste poorten, evenals alle hekken, luiken en slagbomen, indien deze een opening of doorgang afsluiten die voorzien is voor de doorgang van personen, al dan niet vergezeld van goederen. Deze poorten, hekken, luiken en slagbomen kunnen manueel bediend worden of door een motor aangedreven zijn. Aangezien het toepassingsdomein van deze STS nauw verwant is aan dit van de STS 53.1 'Deuren', wordt de grens tussen beide getrokken volgens de afmetingen van het deurblad : op deuren met vleugels die niet hoger zijn dan 2400 mm en niet breder dan 1400 mm, is de STS 53.1 van toepassing, ongeacht de openingswijze (scharnierend, rollend, schuivend, pivoterend, …). Voor alle andere gevallen geldt de STS 53.2.

In de STS 53.2 wordt verduidelijkt hoe de verschillende relevante normen geïnterpreteerd moeten worden volgens de waargenomen situatie. Daarom geeft dit document niet alleen een overzicht van alle relevante wetten, regelgevingen, normen en andere gangbare voorschriften, maar geeft hij ook aanbevelingen voor alle andere eigenschappen die niet gereglementeerd zijn. De STS vormt bijgevolg een uiterst volledig naslagwerk voor opdrachtgevers en ontwerpers die er bovendien naar kunnen verwijzen in het lastenboek. Toch bevat dit document ook elementen die de uiteindelijke gebruiker aanbelangen en die een goede basis vormen voor een gebruikershandleiding met onderhoudsaanbevelingen.

Aangezien de STS een zeer breed gamma aan producten en toepassingen dekt, moet de voorschrijver bepaalde keuzes maken volgens de projectvoorwaarden. Om die reden werd er achteraan het document een samenvattende bijlage toegevoegd, getiteld 'Overzicht van de aanbevolen prestaties in functie van de toepassing'. Hierin wordt kort samengevat welke prestatieniveaus voor een poort aangewezen zijn, afhankelijk van de toepassing : bij een eengezinswoning, meergezinswoning, industrieel of commercieel pand. Voor alle eigenschappen die afhankelijk zijn van de toepassing, wordt voor gebruik in residentiële omgevingen een compromis voorgesteld waarbij bedieningsgemak, veiligheid en thermische eigenschappen centraal staan. In alle andere situaties wordt de keuze vrij bepaald door de voorschrijver binnen de toegestane grenzen van de wetten en regelgeving.

Voor twee belangrijke eigenschappen, namelijk de mechanische duurzaamheid en het inbraakvertragende vermogen, heeft de voorschrijver de keuze tussen basisprestaties of verhoogde prestaties :
  • de mechanische duurzaamheid wordt gedefinieerd als het minimale aantal volledige bedieningscycli (cyclus = volledige opening en sluiting) waaraan de poort moet kunnen weerstand bieden tijdens een periode van 10 (basisduurzaamheid) of 20 jaar (verhoogde duurzaamheid) bij normaal gebruik en mits uitvoering van het door de fabrikant voorgeschreven periodieke onderhoud

  • het basis inbraakvertragende vermogen werd vastgelegd op WK1 voor eengezinswoningen en WK2 voor meergezinswoningen. Het verhoogde inbraakvertragende vermogen werd vastgelegd op WK2 voor eengezinswoningen en WK3 voor meergezinswoningen. Voor meer informatie over deze vermogensklassen, kan men tabel 1 raadplegen uit het WTCB-Dossier nr. 2010/2.7.
Naast deze eigenschappen voor poortgehelen, vermeldt de STS ook eisen voor onderdelen (bv. poortblad, afwerkingen, bevestigingen, beslag, veiligheidsvoorzieningen).


E. Kinnaert, ir., projectleider, laboratorium 'Dak- en gevelelementen', WTCB
C. Cornu, ir.-arch., hoofdadviseur, dienst 'Kwaliteit van producten en systemen', WTCB