Uitvoeringsklassen, ontkisting en nabehandeling van beton : nieuwe regels 2011/02.04

De ontwerpnorm prNBN EN 13670 ANB is de Belgische aanvulling op de Europese norm NBN EN 13670 voor betonconstructies die dateert van 2010. Dit document wordt ter kritiek gepubliceerd voor een periode van vijf maanden alvorens hij de status van een norm kan krijgen.
In de ontwerpnorm worden voor de volgende thema's aanvullingen geformuleerd op de Europese norm : beheer van de uitvoering, schoringen en bekistingen, wapening, voorspanning, betonneringshandelingen (o.a. de nabehandeling) en geometrische toleranties. We behandelen hieronder enkele belangrijke onderdelen van de norm.

Beheer van de uitvoering

De ontwerpnorm geeft drie uitvoeringsklassen op voor het kwaliteitsbeheer. Behalve voor nagespannen-betonelementen, zijn de controlepunten (materialen, producten, uitvoering) identiek voor de drie klassen. De noodzakelijkheid van een controlerapport voor de materialen en producten, het type uitvoeringscontrole en de verplicht mee te geven documentatie hangen af van de gekozen klasse. In België is de minst strenge uitvoeringsklasse (klasse 1) van toepassing. De Europese norm legt een hogere uitvoeringsklasse op voor elementen uit nagespannen beton.

Schoringen en bekistingen

Tabel 1 Minimale ontkistingstermijnen uit de ontwerpnorm prNBN EN 13670 ANB (zie ook § 5.7 (5) van de norm)
Ontkistingstermijnen voor een gemiddelde betontemperatuur T > 20 °C Beschouwde bekistingselementen
Snelle evolutie van de betonsterkte Gemiddelde evolutie van de betonsterkte Trage evolutie van de betonsterkte
2 dagen 2 dagen 4 dagen Verticale bekistingen (kolommen, pijlers, wanden, zijvlakken van balken)
4 dagen 5 dagen 8 dagen Horizontale bekistingen met behoud van de stutten
9 dagen 10 dagen 14 dagen Alle stutten, op voorwaarde dat de enige uitgeoefende belasting het eigengewicht van het ontkiste element is

Tabel 2 Maturiteitscoëfficiënt afhankelijk van de gemiddelde betontemperatuur over 24 u
Gemiddelde betontemperatuur [C°] Maturiteits­coëfficiënt k (*)
≥ 20
15
10
5
0
-5
1
0,8
0,6
0,45
0,3
0,15
(*) Met lineaire interpolatie van k voor de tussenliggende temperaturen.
De ontkistingstermijnen moeten berekend worden volgens de belasting die toegepast wordt tijdens de werken, de ondergane vervormingen en de effectieve sterkte van het beton. Bij gebrek aan gedetailleerde gegevens zijn de minimale termijnen uit tabel 1 van toepassing. Deze termijnen hangen af van de evolutie van de betonsterkte (vastgelegd in de ontwerpnorm van de ANB en zijn bijlage F.8.5 en beschreven in de WTCB-Dossiers nr. 2011/2.4). Bij een zeer trage evolutie van de betonsterkte moeten de ontkistingstermijnen verlengd worden. Indien de gemiddelde betontemperaturen lager liggen dan 20 °C, worden deze termijnen eveneens verlengd door middel van een vereenvoudigde berekening van de maturiteit van het beton volgens tabel 2. Deze berekening mag enkel uitgevoerd worden indien de betontemperatuur minstens 5 °C bedroeg tijdens de eerste 72 uur.

Men kent een maturiteitscoëfficiënt k toe aan elke kalenderdag en vergelijkt het gecumuleerde resultaat met de minimale termijnen uit tabel 1. Zonder andersluidende informatie gaat men ervan uit dat de temperatuur van de omgevingslucht gelijk is aan deze van het beton. De gemiddelde dagtemperatuur wordt conventioneel gelijkgesteld met het rekenkundig gemiddelde van de maximum- en minimumtemperaturen die men tijdens de dag opmat.

Bij gebruik van glij- of klimbekistingen of van middelen die de verharding van het beton versnellen, zijn kortere ontkistingstermijnen toegelaten indien ze goed verantwoord worden.

Nabehandeling

De nabehandeling moet het beton tegen uitdroging beschermen (bv. door de bekisting te laten staan, door middel van een plasticfolie of nabehandelingsproducten) zodat het water gebruikt kan worden voor de hydratatie van het cement en het beton. Sinds 2000 bestond er voor de aannemer geen enkel bruikbaar voorschrift voor de nabehandelingstermijn. De norm NBN ENV 13670-1 gaf deze termijnen immers op in functie van de evolutie van onder meer de betonsterkte die gebaseerd is op de - voor de aannemer onbekende - verhouding fcm2/fcm28 (verhouding tussen de gemiddelde druksterkte van het beton na 2 dagen en na 28 dagen bij 20 °C).

Dit is een van de redenen waarom er in de Belgische ontwerpnorm een nieuwe aanpak voorgesteld wordt. Een tweede reden is het feit dat de Europese norm bij de bepaling van de nabehandelingstermijn geen rekening houdt met de blootstelling aan de zon, de relatieve luchtvochtigheid en de windsnelheid.

Voor omgevingsklasse EI is een minimale nabehandelingstermijn van 12 u noodzakelijk, met uitzondering van industriële vloeren en betonelementen waarvoor een verhoogde oppervlaktekwaliteit geëist wordt. Voor deze uitzonderingen en voor de andere omgevingsklassen legt Bijlage F.8.5 (5) van de ANB-ontwerpnorm minimale nabehandelingstermijnen op van 1 tot 15 dagen indien er geen voorschriften opgegeven werden in de uitvoeringseisen.


Volledig artikel


V. Dieryck, ir., en V. Pollet, ir., departement 'Materialen, technologie en omhulsel', WTCB
B. Parmentier, ir., afdelingshoofd, afdeling 'Structuren', WTCB
J.-F. Denoël, ir., FEBELCEM

Dit artikel werd opgesteld in het kader van de Normen-Antenne 'Beton-mortel-granulaten', gesubsidieerd door de FOD Economie