Nuttige informatie
Dit artikel kwam tot stand in het kader van de activiteiten van de Normen-Antenne 'Energie en Binnenklimaat', gesubsidieerd door de FOD 'Economie'.

De verschillende functies van zonneweringen 2010/04.16

TC ArchitectuurTC HygrothermieEen zonnewering kan het thermische zomercomfort in gebouwen aanzienlijk verbeteren en de energiehoeveelheid die nodig is voor de afkoeling ervan sterk verminderen. Door het gediversifieerde marktaanbod is het niet altijd eenvoudig om een zonnewering te kiezen die aangepast is aan het gebouw en het voorziene gebruik. Dit artikel beschrijft de functies van zonneweringen ten aanzien van het thermische en visuele comfort en verduidelijkt een genormaliseerde classificatiemethode die gebruikmaakt van de prestaties ervan.

1. Functies van zonneweringen

Afb. 1 Transmissie van de totale zonne-energie doorheen een venster met een zonnewering.
Afb. 1 Transmissie van de totale zonne-energie doorheen een venster met een zonnewering.
Een zonnewering moet de gebruikers hoofdzakelijk beschermen tegen de zonnewarmte en moet tevens een zeker visueel comfort waarborgen. Het is dan ook logisch dat men bij de keuze ervan in eerste instantie rekening houdt met haar thermische en optische eigenschappen.

De beperking van de zonnewinsten doorheen de glazen wanden is een van de belangrijkste aspecten van het thermische zomercomfort. Een (buiten-)zonnewering zorgt immers voor een aanzienlijke beperking van de zonnewinsten (zie § 2) en bijgevolg ook van de temperatuurstijgingen in de ruimte. Bovendien vermindert ze de zonnestraling die rechtstreeks invalt op de gebruikers in de buurt van de glasopening, waardoor hun thermische comfort toeneemt. In ruimten met een klimaatregelingssysteem, kan de zonnewering niet alleen de energiehoeveelheid verminderen die nodig is voor de afkoeling, maar ook het geïnstalleerde vermogen van de installaties beperken.

De zonnewering waarborgt eveneens het visuele comfort door de daglichttoevoer zodanig te beheersen dat men over de geschikte hoeveelheid licht beschikt voor de uit te voeren taak. Naast de controle van het verlichtingsniveau laat de zonnewering tevens toe het risico op verblinding te beperken. De zonnewering vermijdt immers hinderlijke weerkaatsingen op beeldschermen (computer, televisie, …) en controleert de luminantie van de glasopening, zodanig dat de luminantiecontrasten tussen de verschillende zones van het gezichtsveld beperkt blijven (bv. vermijden van 'zonnevlekken' op het werkvlak).

Naargelang van hun aard kunnen zonneweringen nog talloze andere (secundaire) functies vervullen :
  • een visueel contact creëren met de buitenomgeving, zelfs wanneer ze volledig neergelaten zijn (bv. jaloezieën)
  • de nachtelijke intimiteit verzekeren. Dit betekent dat ze in staat zijn de gebruikers van een ruimte 's nachts en onder normale binnenverlichtingsvoorwaarden af te schermen van de blikken van buitenstaanders (bv. textieldoek met een lage openingsfactor)
  • een zekere opaciteitscontrole toelaten. Indien ze volledig neergelaten en gesloten zijn, kunnen bepaalde zonneweringen ervoor zorgen dat er helemaal geen daglicht meer kan waargenomen worden. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn voor bepaalde taken, zoals laboratoriumproeven, fotografie, of voor het bekijken van projectieschermen, … (bv. volledig opake textieldoek).
Dankzij de norm NBN EN 14501 is het mogelijk de zonneweringen (en meer bepaald de doeken) in klassen in te delen naargelang van hun prestaties ten overstaan van elk van deze functies. De klassen worden gedefinieerd ten opzichte van hun invloed op het thermische en visuele comfort (0 = zeer weinig invloed, 4 = uitgesproken positief effect). Deze norm kan bijgevolg dienst doen als hulpmiddel voor de keuze van het product dat het best aangepast is aan de bijzondere wensen van de bouwheer.

Tabel 1 Voorbeeld van een classificatie volgens de norm NBN EN 14501.
Ref. doek Thermisch comfort Visueel comfort
gtot buiten gtot binnen Opaciteits-controle Beperking van de verblinding Nachtelijke intimiteit Visueel contact met de buitenomgeving Gebruik van het daglicht
ABC 4 1 - 3 2 2 1

Tabel 2 Classificatie aan de hand van de zontoetredingsfactor gtot volgens de norm NBN EN 14501.
Klasse 0 1 2 3 4
gtot 0,50 ≤ gtot 0,35 ≤ gtot < 0,50 0,15 ≤ gtot < 0,35 0,10 ≤ gtot < 0,15 gtot < 0,1

Bepaalde functies kunnen met elkaar in tegenstrijd zijn. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk te beschikken over een volledig opake doek die tegelijkertijd een goed visueel contact met de buitenomgeving mogelijk maakt.

2. Achtergrondinformatie over zonneprestaties

De zontoetredingsfactor g is de verhouding tussen de totale hoeveelheid zonne-energie die in de ruimte dringt via de glasopening en de hoeveelheid zonne-energie die invalt op deze opening. Deze factor wordt zowel bepaald voor de beglazing op zich (g) als voor het geheel 'beglazing + zonnewering' (gtot) (enkel voor gevallen waarbij de zonnewering evenwijdig is met de beglazing of waarbij de hoek van de zonnewering ten opzichte van de beglazing kleiner is dan 30°) (*).

De zonnewinsten zijn recht evenredig met de gtot-factor. Deze kan berekend worden volgens de vereenvoudigde methode uit de norm NBN EN 13363-1 (zie kader 'EPB-productendatabank') of volgens een meer gedetailleerde genormaliseerde methode (NBN EN 13363-2). Op de website www.normen.be (Energie en binnenklimaat > Normen > Energieprestatie) staat er bovendien een rekenprogramma ter beschikking waarin deze vereenvoudigde methode geïmplementeerd wordt.

De beschaduwingsfactor (shading factor of shading coefficient, in de EPB-regelgeving aangeduid als de reductiefactor) wordt eveneens vaak gebruikt ter karakterisering van de thermische prestatie van de zonnewering (indien deze gelegen is in het venstervlak). Deze factor is gelijk aan de verhouding tussen de zontoetredingsfactor van het geheel 'beglazing + zonnewering' (gtot) en de zontoetredingsfactor van de beglazing alleen (g) : Fc = gtot/g.


Afb. 2 Vergelijking tussen de beschaduwingsfactoren Fc van buiten- en binnenzonneweringen voor een beglazing (U = 1,2 W/m²K,

Hoe lager de beschaduwingsfactor, hoe beter de thermische prestatie van de zonnewering. Deze factor is dus niet alleen afhankelijk van de zonnewering op zich, maar ook van de beglazing. Afbeelding 2 illustreert deze Fc-factor, die berekend werd aan de hand van de zonne-eigenschappen die gemeten werden op enkele honderden doeken, die respectievelijk langs de buiten- en binnenzijde van een dubbele isolerende beglazing (U = 1,2 W/m²K en g = 0,59) werden geplaatst. Hieruit blijkt duidelijk dat de buitenzonneweringen veel doeltreffender zijn (lagere beschaduwingsfactor). Een Fc-waarde van 0,25 (hetzij 25 %) betekent dat de zonnewinsten doorheen een glasopening die uitgerust werd met een zonnewering met een factor 4 verminderd worden in vergelijking tot dezelfde glasopening zonder zonnewering.

3. Besluit

Afb. 3 Zonnewering bestaande uit een doek die aan de buitenzijde bevestigd wordt.
Afb. 3 Zonnewering bestaande uit een doek die aan de buitenzijde bevestigd wordt.
Bij de keuze van een zonnewering dient men rekening te houden met verschillende - soms tegenstrijdige - criteria die verband houden met het thermische en visuele comfort. Het is daarom raadzaam om deze keuze te maken, rekening houdend met de functie die het belangrijkst geacht wordt.

Naast deze thermische en optische eigenschappen zijn er nog talloze andere eigenschappen die niet behandeld werden in het kader van dit artikel (bv. mechanische sterkte, duurzaamheid bij blootstelling aan UV-straling, …) die van belang kunnen zijn bij de uiteindelijke keuze van de zonnewering (zie hiervoor ook de normen NBN EN 13561, NBN EN 13120, NBN EN 13659).

Ten slotte willen we erop wijzen dat het laboratorium 'Energiekarakteristieken' van het WTCB beschikt over alle uitrustingen die nodig zijn voor de bepaling van de thermische en optische eigenschappen van doeken, evenals over een aantal rekenprogramma's waarmee het mogelijk is de thermische en zonneprestaties van zonneweringen (al dan niet in combinatie met een beglazing) te bepalen.

Premies
In ons land worden, onder bepaalde voorwaarden, premies toegekend voor de plaatsing van buitenzonneweringen. Men kan terecht op deze websites :
EPB-productgegevensdatabank
De precieze waarden van de energie-eigenschappen van enkele honderden zonneweringen van verschillende fabrikanten (van de vereniging VEROZO, de Belgische Beroepsvereniging van Rolluiken- en Zonweringproducenten) zullen weldra beschikbaar worden via de website www.epbd.be.



G. Flamant, ir., laboratoriumhoofd, laboratorium 'Energiekarakteristieken', WTCB
(*) In de EPB-regelgeving (energieprestaties van gebouwen) gebruikt men het symbool gg+c,⊥ in plaats van gtot.