Hoe duurzaam zijn waterloze urinoirs ? 2010/04.15

TC sanitaire en industriële loodgieterij, gasinstallatiesIn gebouwen zoals kantoorgebouwen, scholen en luchthavens vertegenwoordigt het waterverbruik voor de spoeling van de urinoirs een niet te onderschatten kost en milieu-impact. Met elektronisch gestuurde spoelsystemen waarbij ieder toestel na gebruik afzonderlijk beperkt gespoeld wordt, kan men dit verbruik aanzienlijk beperken. De afgelopen jaren kwamen er bovendien 'waterloze' urinoirs op de markt die geen enkele waterspoeling vereisen. We geven in dit artikel een overzicht van de voor- en nadelen van deze urinoirs.
Afb. 1 Waterloos urinoir van type 1.
Afb. 1 Waterloos urinoir van type 1.
Fig. 2 Urinoir sans eau de type 2.
Afb. 2 Waterloos urinoir van type 2.
Fig. 3 Urinoir sans eau de type 3.
Afb. 3 Waterloos urinoir van type 3.

We kunnen drie types waterloze urinoirs onderscheiden, naargelang van hun werkingsprincipe :
  • type 1 (afbeelding 1) : de reukafsluiter bestaat uit een urinebodem waarop een vloeistof drijft met een kleinere densiteit. De urine die uit de urinepot afgevoerd wordt, sijpelt doorheen deze lichtere vloeistof en wordt naar de afvoerbuis geleid
  • type 2 (afbeelding 2) : onder de urinepot (A) bevindt zich een compartiment (F) dat een permanente urinelaag bevat waarin een cilindervormig lichaam (G) drijft. Wanneer het urinoir niet in gebruik is, wordt deze cilinder door de kracht van Archimedes tegen de rubberkraag van de afvoeropening gedrukt, waardoor urinegeuren vermeden worden. Wanneer iemand het urinoir gebruikt, wordt er een elektromagneet (E) geactiveerd (bv. door een infraroodsensor) die het drijvende lichaam (G) naar beneden trekt en de verse urine naar het onderliggende compartiment leidt waar het verder (via C) afgevoerd wordt
  • type 3 (afbeelding 3) : de reukafsluiter wordt gevormd door een soort rubberen slurf die cirkelvormig is aan de ingangszijde en plat aan de afvoerzijde. Deze vernauwing aan de afvoerzijde vormt een gasdichte afsluiting. Wanneer er langs het cirkelvormige ingangseinde urine in de slurf terechtkomt, zal deze de vernauwing openen waardoor de urine kan afgevoerd worden.
Uit deze drie werkingsprincipes blijkt dat er, in tegenstelling tot traditionele watersloten, geen water meer nodig is om urine- en rioolgeuren te vermijden.

Fig. 4 Dépôt après 9 mois dans un conduit de diamètre DN 50 mm.
Afb. 4 Afzetting na 9 maanden in een buis met DN 50 mm.
Een regelmatige reiniging van de wanden van de urinoirpot met een natte doek volstaat om het urinoir rein te houden. Bij de urinoirs van het eerste type dient men daarnaast ook regelmatig de bovendrijvende vloeistof aan te vullen aangezien er bij elk gebruik toch een zekere hoeveelheid vloeistof verloren gaat. Na een paar duizend gebruiken zal men bovendien de volledige reukafsluiter moeten vervangen. Een dergelijke vervanging is ook bij het tweede type urinoirs elke twee tot vier maanden noodzakelijk (afhankelijk van het gebruik). Ten slotte zal men bij het derde type urinoirs de slurf na verloop van tijd moeten vervangen. Hoewel deze onderhoudsbeurten onontbeerlijk zijn voor de goede werking van de urinoirs, doen ze niettemin enigszins afbreuk aan de globale milieuvriendelijkheid ervan.

Een recente Duitse studie (*) toonde aan dat er zich in de afvoerleidingen van waterloze urinoirs vrij snel een afzetting vormt die onder meer bestaat uit een zeer hechtende en moeilijk verwijderbare urinesteen. Zo vormde er zich na 9 maanden reeds een 7 mm dikke afzettingslaag in een afvoerbuis (DN 50 mm met een helling van 2 %) die verbonden was met 6 urinoirs (zie afbeelding 4). Bij de aankoop van waterloze urinoirs moet men bijgevolg niet alleen rekening houden met de kosten voor het onderhoud en de herstelling van de afvoerleidingen, maar ook met het feit dat deze bereikbaar moeten blijven.

We kunnen hieruit afleiden dat de waterbesparing die men met dergelijke urinoirs kan realiseren, ook een keerzijde heeft. Het is dus raadzaam om bij de aankoop ervan rekening te houden met alle milieu- en kostenfactoren.


K. De Cuyper, ir., coördinator van de Technische Comités, WTCB
(*) M. Demiriz, Life time tests of dry urinals, proceedings of the 2005 CIB W062 symposium, Brussel, 2005.