EPB-eisen voor Brussel 2010/04.14

Nuttige informatie
De volledige tekst van de Besluiten uit de voetnoten kan gedownload worden op de webpagina van de Normen-Antenne : www.normen.be/energie
TC verwarming en klimaatregelingIn het kader van de Europese Energieprestatierichtlijn voor gebouwen uit 2002 voerde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onlangs een nieuwe reglementering (¹) in die specifieke EPB-eisen oplegt voor de centrale verwarmingssystemen in gebouwen. In dit artikel geven we een overzicht van deze nieuwe eisen die toch enigszins verschillen van deze uit de onderhoudsbesluiten die eerder ingevoerd werden in het Vlaams en Waals Gewest (²)(³).
De nieuwe EPB-eisen voor verwarmingssystemen van gebouwen moeten leiden tot een verlaging van het energieverbruik tijdens hun gebruik. Terwijl enkele artikels uit het besluit betreffende de erkenning van technici, installateurs en adviseurs reeds van kracht werden op 1 augustus 2010, zal de volledige reglementering pas op 1 januari 2011 in voege treden.

1. Toepassingsdomein

De reglementering is van toepassing op nieuwe verwarmingssystemen die water gebruiken als warmtevoerend medium, minstens één warmtegenerator bevatten en werken op niet-hernieuwbare vloeibare of gasvormige brandstoffen.

Wat bestaande verwarmingssystemen betreft, zijn er specifieke eisen van toepassing in verband met de periodieke controle en de energetische diagnose. Verwarmingssystemen die werken op warme lucht en gedecentraliseerde verwarmingstoestellen (bv. kachels) vallen buiten het toepassingsdomein van deze reglementering.

2. Eisen

De eisen die van toepassing zijn op de verwarmingssystemen worden gecontroleerd door een erkende installateur of EPB-adviseur. De controle heeft telkens plaats bij de oplevering van het verwarmingssysteem, dit wil zeggen na de installatie, vervanging of verplaatsing van de warmtegenerator (of brander).

De eisen hebben betrekking op de plaatsing, de uitrusting en de werking van het verwarmingssysteem en betreffen meer bepaald :
  • de meetopeningen in de rookgasafvoer voor de controle van de verbrandingsgassen van de warmtegenerator
  • de rookgastemperatuur, het verbrandingsrendement en de uitstoot van schadelijke stoffen in de rookgassen
  • de bepaling van het vermogen van de warmtegenerator
  • de stapsgewijze of modulerende vermogensregeling voor branders, afhankelijk van de brandstofsoort, het keteltype en -vermogen
  • de schoorsteentrek
  • de ventilatie van de stookplaats
  • de dichtheid van de kanalen voor de luchttoevoer en rookgasafvoer
  • de thermische isolatie van de leidingen, accessoires en luchtkanalen
  • het concept en de regeling van het verwarmingssysteem volgens de zonale indeling of bestemming van het gebouw
  • de regelsystemen, afhankelijk van de karakteristieken van het gebouw en de installatie
  • de inhoud van het logboek (bv. de aanpassingen, de wijzigingen en het onderhoud van het verwarmingssysteem).
Op verwarmingssystemen met een vermogen groter dan 100 kW zijn, behalve de voornoemde eisen, ook bijkomende eisen van toepassing die te maken hebben met de (automatische) opmeting van het brandstof- en/of het energieverbruik, de installatie van een warmteterugwinningsapparaat op de afvoerlucht bij gebalanceerde mechanische ventilatiesystemen en het bijhouden van een energieboekhouding.

3. Periodieke controle

Alle verwarmingssystemen moeten een periodieke controle ondergaan die uitgevoerd wordt door een keteltechnicus die beschikt over de juiste erkenning voor het beschouwde ketel- en brandstoftype (zie § 5). Voor vloeibare brandstoffen gebeurt de periodieke controle minstens één keer per jaar, voor gasvormige brandstoffen één keer om de drie jaar.

De periodieke controle omvat de reiniging van de verwarmingsketel en van het rookgasafvoersysteem (het vegen van de schoorsteen mag wel door een gewone schoorsteenveger uitgevoerd worden), de afstelling van de brander en de controle van de eisen inzake verbranding en emissie.

De keteltechnicus dient een controleattest af te leveren aan de verantwoordelijke voor de technische installaties (of de gebruiker van de installatie), eventueel aangevuld met aanbevelingen ter verbetering van de werking van de ketel.

4. Diagnose

Verwarmingssystemen met een stookketel ouder dan 15 jaar, dienen ten laatste binnen het jaar onderworpen te worden aan een diagnose. Deze diagnose mag enkel uitgevoerd worden door een door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkende installateur of EPB-adviseur. Het afgeleverde diagnoseverslag bevat, naast de beoordeling van de energieprestaties, ook de nodige aanbevelingen voor mogelijke aanpassingen aan de verwarmingsinstallatie en adviezen voor een beter gebruik van het volledige verwarmingssysteem.

5. Erkenningen

Het Besluit bevat ten slotte ook alle voorwaarden, modaliteiten en procedures voor de erkenning van de technici, installateurs en adviseurs.


J. Schietecat, ing., laboratoriumhoofd, laboratorium 'Verwarming', WTCB
(1) Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 2010 betreffende de voor de verwarmingssystemen van gebouwen geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbating.

(2) Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater.

(3) Besluit van de Waalse Regering van 29 januari 2009 tot voorkoming van de luchtverontreiniging door de centrale verwarmingsinstallaties voor de verwarming van gebouwen of productie van sanitair warm water en tot beperking van het energieverbruik ervan.