Isolatiematerialen voor zweven­de dekvloeren : vervormingscriteria 2010/04.12

TC Harde muur- en vloerbekledingenDe vervormingsweerstand van de thermische isolatie die aangebracht wordt onder zwevende dekvloeren moet voldoende groot zijn om de bewegingen van het geheel dekvloer/bekleding tengevolge van het eigengewicht en de gebruiksbelasting te kunnen opvangen. Voor de soepele matten die onder dekvloeren geplaatst worden om de geluidsisolatie tegen contactgeluid te verzekeren, zouden we een gelijkaardige redenering kunnen hanteren. In dit artikel spitsen we ons echter enkel toe op thermische-isolatiematerialen die in de fabriek vervaardigd worden.
Hoewel de vervormingsweerstand een belangrijke karakteristiek is van isolatiematerialen, bevatten de Europese normen slechts vage informatie over dit onderwerp en is er nood aan specifieke verduidelijkingen, zoals de DTU 26.2/52 in Frankrijk. In afwachting van een gedetailleerd referentiedocument, kan u hieronder een samenvatting terugvinden van de genormaliseerde karakteristieken met betrekking tot de vervormingsweerstand van belaste isolatiematerialen en een overzicht van de karakteristieken die verduidelijking kunnen gebruiken.

1. Materiaaltypes en normen

Er is een grote verscheidenheid aan isolatiematerialen voor vloeren voorhanden op de markt. Isolatiematerialen voor zwevende dekvloeren komen het vaakst voor in de vorm van panelen met of zonder tand- en groefverbindingen om de continuïteit van de isolatielaag te verbeteren.

De productnormen waaraan deze isolatiematerialen moeten voldoen (NBN EN 13162 tot 13171), resulteren in een CE-markering en een verklaring van waarden voor onder meer de brandreactie en de thermische prestaties conform de Bouwproductenrichtlijn.

Het merendeel van de producten op de Belgische markt beschikt eveneens over een technische goedkeuring die afgeleverd werd door de BUtgb met daarin een vrijwillige verklaring van een aantal productprestaties die niet specifiek verbonden zijn aan een bepaalde toepassing (ATG/H).

2. Uitgeoefende belastingen

Isolatiematerialen onder dekvloeren worden niet alleen blootgesteld aan een permanente belasting door de dekvloer en zijn bekleding, maar ook, en vooral, aan de gebruiksbelastingen van de ruimte. De Nationale Bijlage bij de Eurocode 1 onderscheidt verschillende niveaus voor verdeelde en geconcentreerde belastingen, afhankelijk van de bestemming van de ruimte.

In de praktijk worden deze gebruiksbelastingen doorgaans onderverdeeld in twee klassen :
residentiële ruimten met gebruiksbelastingen tot 200 kg/m² (2 kPa)
andere ruimten (kantoren, onthaalruimten, ...) met een maximale gebruiksbelasting van 500 kg/m² (5 kPa).

Deze belastingen moeten steeds vermeerderd worden met het eigengewicht van de dekvloer dat doorgaans geschat wordt op 20 kg/m² per centimeter dikte van de dekvloer.

3. Vervormingsweerstand bij belasting

Volgens de geldende Europese normen kan men de vervormbaarheid van de isolatiematerialen karakteriseren aan de hand van verschillende proeven waarvan de resultaten vervolgens uitgedrukt worden in codes of niveaus.

Tabel 1 Genormaliseerde vervormingskarakteristieken van isolatiematerialen.
Code Proefmethode Inhoud
CPX NBN EN 12431 Bepaalt de samendrukbaarheidsgraad (van CP2 tot CP5) van het materiaal volgens de vervorming (dL-dB) tussen twee duidelijk afgelijnde belastingstoestanden
CS(X/Y) NBN EN 826 Bepaalt de drukspanningsgraad Y bij een vervorming van 10 % CS(10/Y) of bij breuk CS(X/Y)
DLT(X)Y NBN EN 1605 Bepaalt de vervormingsgraad Y bij vastgelegde belastings- en temperatuurvoorwaarden X (van 1 tot 3)
CC(i1/i2/y) σc NBN EN 1606 Bepaalt de kruipwaarde bij druk i2 (relatieve vervorming in %, opgemeten na een belastingsperiode) en de afname van de dikte i1 die overeenkomt met de extrapolatie over y jaren bij een drukspanning σc

We willen erop wijzen dat de productnormen uit § 1 sterk uiteenlopende informatie verstrekken over de aard van de te meten vervormingskarakteristieken bij belasting. Zo nemen bepaalde productnormen de vier karakteristieken uit tabel 1 over, terwijl andere er slechts één vermelden.

4. Criteria die gelden bij gebruik onder een zwevende dekvloer

Tabel 2 Basiscriteria voor gebruik onder een zwevende dekvloer.
Karakteristieken Gebruiksbelastingen ≤ 200 kg/m² 200 kg/m² < gebruiksbelastingen ≤ 500 kg/m²
Samendrukbaarheid CP CP5 of (dL-dB) ≤ 5 mm CP2 of (dL-dB) ≤ 2 mm
Kruipweerstand CC(i1/i2/y) σc Totale afname van de dikte i2 na 10 jaar (bij een spanning σc van 5 kPa) ≤ 2 mm Totale afname van de dikte i2 na 10 jaar (bij een spanning σc van 10 kPa) ≤ 2 mm
Gedrag onder de gecombineerde invloed van de belasting en de temperatuur : DLT (*) DLT(2)5
of een maximale vervorming van 5 % onder voorwaarden van type 2
DLT(2)5
of een maximale vervorming van 5 % onder voorwaarden van type 2
(*) Indien er een vloerverwarming voorzien is.

In afwachting van een specifiek referentiedocument voor gebruik in vloeropbouwen, kan men uitgaan van de basiscriteria uit tabel 2 (ongeacht de aard van het isolatiemateriaal).


F. de Barquin, ir., en M. Jamoulle, ir.-arch., departement 'Materialen, technologie en omhulsel', WTCB