Glasproducten en de veiligheid van personen 2010/04.10

TC glaswerkenGlasproducten moeten de meest uiteenlopende functies vervullen (thermische en akoestische isolatie, mechanische sterkte, …). Het verzekeren van de veiligheid van personen mag in deze context zeker niet uit het oog verloren worden. De NBN S 23-002 'Glaswerk' en zijn addendum 1 bepalen de situaties waarin men veiligheidsglas dient te gebruiken.

Algemene voorschriften

De norm NBN S 23-002 specificeert voor negen concrete toepassingen (*) het breuktype dat vereist is voor het glas dat zich in de menselijke activiteitenzones bevindt, teneinde het risico op verwondingen door contact of het door het venster vallen van personen te vermijden. Vereenvoudigd is gehard of gelaagd glas enkel noodzakelijk indien er een risico op verwondingen door loskomende glasscherven bestaat. Indien bovendien ook het risico op vallen reëel is, komt enkel gelaagd glas in aanmerking. De glasdikten die overeenstemmen met de door de norm voorgeschreven breuktypes moeten beschouwd worden als minimumwaarden. De effectief toe te passen glasdikte moet geval per geval bepaald worden, naargelang van de ontwerpvoorwaarden (belastingen, afmetingen, bevestigingswijze van het glas).

Infofiches

Er werden acht Infofiches opgesteld (consulteerbaar via onze website) onder de noemer 'De keuze van glasproducten en de veiligheid van personen'. Deze hebben als oogmerk om de bouwprofessioneel te helpen bij de keuze van een glastype dat de veiligheid van personen waarborgt. In deze Infofiches worden een aantal basisbegrippen gedefinieerd, worden de algemene en bijzondere voorschriften uit de norm voorgesteld en worden de eerste zes gevallen (*) geïllustreerd met praktische voorbeelden voor de verschillende gebouwcategorieën.

Belangrijkste wijzigingen

De 'menselijke activiteitenzone' is een van de basisbegrippen die verduidelijkt worden in addendum 1. Voor binnenruimten gaat het om de categorieën A tot E uit de Eurocode 1 (residentiële ruimten, kantoren, plaatsen waar veel mensen samenkomen, handelsruimten en opslagplaatsen). Voor buitenruimten gaat het om publiek toegankelijke zones, i.e. zones die een groot en onbekend aantal personen kunnen ontvangen (bv. trottoirs, aangelegde wegen, speelplaatsen, gebouwingangen langs de openbare weg, commercieel uitgebate terrassen en horecaruimten). Zones in de open lucht die niet rechtstreeks voor het publiek toegankelijk zijn, d.w.z. waar slechts een beperkt publiek met toelating ontvangen wordt, worden niet beschouwd als menselijke activiteitenzones (bv. privéterrassen, niet commercieel uitgebate ruimten, niet voor het publiek opengestelde tuinen en parken).

Het begrip 'beschermingshoogte H' werd ingevoerd voor verticale wanden. Het gaat hier om de hoogte tot waar de bescherming van personen verzekerd moet zijn volgens de ontwerpvoorwaarden. Deze hoogte wordt gedefinieerd in de specificaties voor glaswerken en is doorgaans begrepen tussen 0,9 m en 1,2 m boven het afgewerkte vloerniveau. De referentiehoogte 'h' voor de beschermingshoogte wordt hier gemeten vanaf het hoogste niveau van de sponning (vaste elementen) of van het kozijn (opengaande elementen).


Aanduiding van de hoogtes.

Voor het geval 1 - verticale wanden met een valhoogte hc ≤ 1,5 m en h < H - wordt een glas van breuktype 1C- (gehard glas van minimum 4 mm) of 2B2 (gelaagd glas van minimum 33.1 in plaats van 1B1, zoals vroeger) voorgeschreven. Dit glas kan vervangen worden door een glas van breuktype A (float) indien er een bijkomende permanente bescherming (borstwering conform de prNBN B 03-004) vóór de beglazing geplaatst wordt. Het gebruik van veiligheidsglas is niet langer verplicht voor beglazingen met een dagoppervlakte kleiner dan 0,5 m² of een zichtbare breedte kleiner dan 0,3 m.

Voor woongebouwen en appartementen kan het veiligheidsglas dat voorgeschreven werd voor geval 1 vervangen worden door een glas van breuktype A (float), voor zover het bestek dit toelaat en de schokproeven die voorzien werden in de specificaties (vensters, vliesgevels) aantonen dat het glas niet breekt. Voor vensters en gevels worden deze proeven uitgevoerd bij een valhoogte van 300 mm. Deze proeven kunnen vervangen worden door een equivalente controle (berekening, abacus, …), indien dit toegelaten is door de desbetreffende specificaties en aanvaard wordt door de bouwheer of diens vertegenwoordiger.

De voorschriften voor geval 4 werden vervangen door een aantal technische voorschriften (sponningdiepte, glaslatten, …) voor hellende wanden. Er zijn dus geen voorschriften meer voor het glas dat zich aan de tegenoverliggende zijde van de schok bevindt (verticale wanden langs en/of uitstekend boven een menselijke activiteitenzone).


Volledig artikel


V. Detremmerie, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium 'Dak- en Gevelelementen', WTCB
E. Dupont, ir., adjunct-diensthoofd, dienst 'Specificaties', WTCB
(*) Gevallen 1 tot 6 : gevels en daken, geval 7 : plafonds, geval 8 : glasproducten als gevelbekleding en als applique, geval 9 : andere toepassingen.