Lijmen voor houten vloerbedekkingen 2010/04.09

TC SchrijnwerkenHoutlijmen hebben een ware revolutie teweeggebracht in de montagetechnieken in de industrie-, bouw- en schrijnwerksectoren en zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Doordat de marktaanvraag steeds gespecialiseerder werd, evolueerden ook de prestaties, het toepassingsgebied en de milieuvriendelijkheid van de lijmen in evenredigheid. Dit heeft tot gevolg dat de aannemer momenteel keuze heeft uit een groot assortiment producten zonder eigenlijk goed geïnformeerd te zijn over hun specifieke eigenschappen.
In samenwerking met het Technisch Comité 'Schrijnwerken', werkt het WTCB momenteel aan een nieuwe Technische Voorlichting die de juiste lijm en techniek zal aangeven voor elke toepassing. Omwille van hun recente evolutie, zullen parketlijmen in de nieuwe TV het onderwerp uitmaken van een volledig hoofdstuk dat § 3.4 uit de TV nr. 218 zal vervangen.

1. Lijmkeuze

Het gamma beschikbare parketlijmen varieerde mettertijd gevoelig. Zo verschenen er enerzijds nieuwe lijmtypes op de markt, zoals lijmen met MS polymeren of zogenaamde 'hybride' lijmen en verdwenen er anderzijds lijmtypes die bijvoorbeeld minder goede prestaties opleverden of te schadelijk waren voor het milieu (bv. lijmen op basis van alcohol). Door dit grote marktaanbod is het voor de parketplaatser niet altijd eenvoudig om de lijm te selecteren die de duurzaamheid van de parketvloer het beste zal garanderen.

De keuze van het lijmtype voor een vloerbedekking hangt doorgaans af van de volgende factoren :
  • de aard en vlakheid van de ondergrond
  • de eigenschappen en afmetingen van de vloerbedekking : de houtsoort, de breedte, dikte en het type van de elementen (al dan niet massief), de vochtgevoeligheid van het hout, de aanwezigheid van een afwerkingslaag, ...
  • de aanwezigheid van een vloerverwarming
  • de plaatsingseigenschappen.
Daarnaast kan men sinds kort ook kiezen voor een stijve of soepele lijmsoort. Deze keuze hangt af van de dubbele perceptie van het gedrag van de houten vloer op langere termijn : een lijm kan immers ofwel de bewegingen van het hout beperken, ofwel opvangen.

2. Stijve lijmen

Indien men de bewegingen van de vloer wenst tegen te gaan, moet de gebruikte lijm hoge fysieke en mechanische eigenschappen vertonen. Deze lijmen worden dan ook gekenmerkt door een hoge breekweerstand en een zwakke rekbaarheid.

Loskoming van het bovenste gedeelte van de dekvloer tengevolge van de hygrische bewegingen van het hout.
Loskoming van het bovenste gedeelte van de dekvloer tengevolge van de hygrische bewegingen van het hout.

3. Soepele lijmen

Indien men de relatieve bewegingen van het hout in zekere mate wil toelaten, dient men een elastische lijm te gebruiken die de trekspanningen in de ondergrond en in de vloerbedekking kan opvangen. Gezien er hierdoor minder grote krachten in het spel zijn, mag de lijm een lagere weerstand hebben (maar wel voldoende om loskomen te vermijden).

Dankzij de elastische eigenschappen van de lijm zal de ondergrond minder belast worden. Men zal aan dit lijmtype dan ook de voorkeur geven bij dekvloeren met een lagere cohesie. We willen erop wijzen dat het gebruik van een oneindig elastische lijm overeenkomt met een niet-hechtende plaatsing en dat een dergelijke plaatsing niet aangewezen is voor een groot aantal houten vloerbedekkingen.

Om de eigenschappen van dit lijmtype - en zijn elasticiteit in het bijzonder - ten volle te kunnen benutten, dient men de door de fabrikant voorgeschreven lijmhoeveelheid en de plaatsingsaanwijzingen (vooral ter hoogte van de rand- en verdeelvoegen) uit de TV nr. 218 nauwgezet op te volgen. De aanbrenging van een te dunne of te dikke lijmlaag kan immers de prestaties van de lijm sterk aantasten.

Dit lijmtype heeft een bijzondere bijwerking : doordat het hout niet 'geblokkeerd' wordt, zullen zijn bewegingen frequenter en ook beter zichtbaar zijn. De parketplaatser moet de bouwheer hiervan steeds op de hoogte stellen om geschillen achteraf te vermijden. Omwille van dit neveneffect worden soepele lijmen bijvoorbeeld niet aangeraden bij vloerbedekkingen met rechte randen of bij zeer brede planken.

4. Besluit

De parketplaatser dient vóór de aanvang van de werken met een van beide lijmtypes steeds na te gaan of er voldaan werd aan de eisen in verband met de ondergrond en de omgevingsvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor een optimale verlijming van de houten vloerbedekking. We verwijzen in dit kader naar de voorschriften van de fabrikant en de aanbevelingen uit de TV nr. 218.


Volledig artikel


S. Charron, ir., projectleider, laboratorium 'Isolatie- en dichtingsmaterialen', WTCB
Y. Grégoire, ir.-arch., afdelingshoofd, afdeling 'Materialen', WTCB