Brandgedrag van houten gevelbekledingen 2010/04.08

Comportement au feu des bardages en bois
TC SchrijnwerkenDe nationale classificatiesystemen voor de brandreactie van bouwproducten worden langzaam maar zeker vervangen door een unieke Europese classificatie. Hoewel de lidstaten bevoegd blijven voor het vastleggen van het vereiste veiligheidsniveau, dient dit voortaan uitgedrukt te worden in een Europese klasse. Daarnaast staan er nog belangrijke wijzigingen op stapel rond het vereiste veiligheidsniveau voor gevelbekledingen. Dit artikel geeft een overzicht van de eisen en prestaties die in de toekomst - onder bepaalde voorwaarden - van toepassing zullen worden voor niet-brandwerende houten gevelbekledingen.

1. Europese brandreactieclassificatie

De brandreactie van een bouwproduct is het geheel van eigenschappen van dit product die het ontstaan en de ontwikkeling van een brand kunnen beïnvloeden. Het brandreactieclassificatiesysteem voor bouwproducten staat beschreven in de norm NBN EN 13501-1. Hierin worden zeven hoofdklassen gedefinieerd (A1, A2, B, C, D, E en F) en worden twee bijkomende aanduidingen voorzien voor de rookontwikkeling (s1, s2 en s3) en de vorming van brandende druppels en deeltjes (d0, d1 en d2). De klassen A1 en A2 zijn van toepassing voor onbrandbare producten (bv. beton, staal, …), terwijl de klasse F van toepassing is voor niet-geklasseerde producten of producten die faalden bij de minst strenge proef voor klasse E. Deze classificatie zal op termijn de oude Belgische brandreactieclassificatie (A0, A1, A2, A3 en A4) vervangen. We willen erop wijzen dat er geen overeenstemming bestaat tussen beide classificatiesystemen.

2. Belgische brandveiligheidseisen

In België maken de brandveiligheidseisen het voorwerp uit van een reglementering. Het gaat hier voornamelijk om het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan alle nieuwe gebouwen - met uitzondering van eengezinswoningen - moeten voldoen (kantoren, appartementen, …). Bijlage 5 van dit KB werd nog niet officieel aangepast aan de nieuwe Europese classificatie. De vereiste brandreactie voor gevelbekledingen wordt er met andere woorden nog steeds uitgedrukt volgens het Belgische classificatiesysteem, hetzij de brandreactieklasse A2.

Volgens de herziening van deze bijlage 5, die binnenkort gepubliceerd zou moeten worden in het Belgisch Staatsblad, dienen gevelbekledingen minstens de volgende brandreactieklasse te vertonen :
  • voor lage gebouwen (met een hoogte van minder dan 10 m) : D-s3, d1
  • voor middelhoge en hoge gebouwen (met een hoogte van respectievelijk meer dan 10 en 25 m) : B-s3, d1.
Voor de gevelbekledingen van industriële gebouwen (bijlage 6) zijn er vooralsnog geen brandreactie-eisen van toepassing.

3. Brandreactieprestaties

De brandreactie van massief hout dat geen brandwerende behandeling kreeg, is afhankelijk van de houtsoort, de dichtheid van het hout, de dikte van het element en de plaatsingswijze ervan.

Bepaalde producten en materialen waarvan het brandgedrag goed gekend en stabiel is, hoeven niet onderworpen te worden aan de voorziene proeven, aangezien hun brandreactieprestaties niet langer aangetoond moeten worden. Ze vallen onder de beschikkingen van de Commissie die in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen gepubliceerd werden onder de benamingen 'Deemed to Satisfy' (verondersteld te voldoen) en/of 'Classified Without Further Testing' (CWFT) (geklasseerd zonder verdere proeven). Gunstigere klassen zijn mogelijk, maar moeten in voorkomend geval gevalideerd worden door een classificatieverslag.

De beschikking 2006/213/EG preciseert de brandreactieklasse die - onder bepaalde voorwaarden - geldt voor massief houten gevelbekledingen zonder verdere proeven (zie tabel). We willen erop wijzen dat een gevelbekledingssysteem uit cederstroken (WCR) met een dikte van 18 mm en een gemiddelde dichtheid van meer dan 350 kg/m³ volgens de proef- en classificatieverslagen de brandreactieklasse D-s2, d0 heeft. De plaatsingsvoorwaarden zijn identiek aan deze uit de tabel. Houten gevelbekledingen die beantwoorden aan de voorwaarden uit de beschikking (zie tabel) en cederhouten bekledingen die beantwoorden aan bovenstaande voorwaarden, voldoen dus aan de eisen voor lage gebouwen, aangezien hun klasse (D-s2, d0) gunstiger is dan de vereiste klasse (D-s3, d1).

Uittreksel uit de beschikking 2006/213/EG.
Minimale gemiddelde dichtheid Minimale dikten
(totaal/minimum)
Plaatsingsvoorwaarden Brandreactieklasse
390 kg/m³ 18/12 mm Met een open spouw aan de achterzijde (*) D-s2, d0
(*) De ondergrond (bv. isolatie) achter de geventileerde spouw moet ten minste tot de klasse A2-s1, d0 behoren en een minimale dichtheid van 10 kg/m³ vertonen.

Ook andere houten gevelbekledingssystemen kunnen beantwoorden aan de eisen voor lage gebouwen. Indien deze niet conform zijn met een beschikking van de Europese Commissie, zal een proef- en classificatieverslag uitsluitsel geven. We willen erop wijzen dat de plaatsingsvoorwaarden uit het proefverslag strikt opgevolgd moeten worden.


Volledig artikel


Y. Martin, ir., afdelingshoofd, afdeling 'Gebouwschil en schrijnwerk', WTCB