Nuttige informatie
Dit artikel werd opgesteld in het kader van de Technologische Dienstverlening 'Mise en œuvre des bétons spéciaux' (Uitvoering van speciale betonsoorten) met de financiële steun van de Service public de Wallonie.

Spuitbeton voorschrijven 2010/03.05

TC RuwbouwSinds 2005 kan spuitbeton voorgeschreven worden volgens de specificaties uit de norm NBN EN 14487-1. In voorkomend geval moeten er op de bestelbon een aantal gegevens vermeld worden, waarvan hierna een beschrijving opgenomen is.
In de meeste bestekteksten wordt spuitbeton gespecificeerd aan de hand van :
  • een minimaal cementgehalte (doorgaans 350 kg/m³ voor beton dat gespoten wordt volgens de droge methode en 375 kg/m³ voor beton dat gespoten wordt volgens de natte methode)
  • de druksterkte na 14 dagen en na 28 dagen (min. 30 N/mm² of 45 N/mm² naargelang van het gebruik)
  • de hechtsterkte na 14 dagen en na 28 dagen (1,5 N/mm² of 2 N/mm² naargelang van het gebruik).
Sedert 2005 dient men echter idealiter de norm NBN EN 14487-1 'Spuitbeton. Deel 1 : definities, eisen en conformiteit' te gebruiken als referentiedocument voor het voorschrijven van dit betontype. Volgens dit document moet de bestelbon voor een beton 'met gespecificeerde eigenschappen' - naast de verwijzing naar de norm in kwestie - ook melding maken van de consistentieklasse (A), van de druksterkteklasse (B), van de omgevingsklasse (C), van de chloridegehalteklasse (D), van de inspectieklasse(n) (E), van de korrelafmeting (F), van de residuele sterkte of het energieabsorptievermogen in het geval van vezelversterkt beton (G) en eventueel nog van een aantal aanvullende eisen (H).

Zo zou een beton dat gespoten wordt volgens de natte methode en dat bestemd is voor de herstelling van een tunnel bijvoorbeeld als volgt gespecificeerd kunnen worden : spuitbeton S1, C35/45, EE4, Cl 0,40, inspectieklasse 3 (tunnel), Dmax 8, aanvullende eis : minimale hechtsterkte na 28 dagen van 2 N/mm².

A. Keuze van de consistentieklasse (beton dat aangemaakt wordt vóór het spuiten volgens de natte methode)
Klasse Zetmaat
('slump') [mm]
Klasse Schudmaat
('flow') [mm]
Klasse Tijd Vebe
[s] (¹)
S1 10 - 40 F1 ≤ 340 V0 ≥ 31
S2 50 - 90 F2 350 - 410 V1 30 - 21
S3 100 - 150 F3 420 - 480 V2 20 - 11
S4 160 - 210 F4 490 - 550 V3 10 - 6
S5 ≥ 220 F5 560 - 620 V4 5 - 3
- - F6 ≥ 630 - -
B. Keuze van de druksterkteklasse C fck,cyl/fck,cub (²)
C8/10 C12/15 C16/20 C20/25 C25/30 C30/37 C35/45 C40/50
C45/55 C50/60 C55/67 C60/75 C70/85 C80/95 C90/105 C100/115
C. Keuze van de omgevingsklasse(n) (zie WTCB-Dossiers 2006/2, Katern 10)
E0 EI EE1 EE2 EE3 EE4 ES1 ES2 ES3 ES4 EA1 EA2 EA3
D. Keuze van de chloridegehalteklasse
Cl 1,00 Ongewapend beton (chloridegehalte ≤ 1,0 %)
Cl 0,40 Gewapend beton (met inbegrip van staalvezelgewapend beton) (chloridegehalte ≤ 0,4 %)
Cl 0,20 Voorgespannen beton (chloridegehalte ≤ 0,2 %)
E. Keuze van de inspectieklasse
Inspectieklasse 1 De eigenschappen en de frequentie van de inspectie moeten gekozen worden naargelang van het risiconiveau en de theoretische levensduur van de constructie. Bij gebrek aan normatieve specificaties zijn de eisen uit de bestektekst van toepassing.
Inspectieklasse 2
Inspectieklasse 3
F. Keuze van de nominale grootste korrelafmeting Dmax (gewoonlijk beperkt tot 12 mm in het geval van spuitbeton)
Dmax moet gekozen worden uit  : 6     8     10     11     12     14     16     20     22     32     40     45     63
G. Keuze van de residuele sterkte of het energieabsorptievermogen (vezelversterkt beton)
Vervorming Doorbuiging [mm] Minimaal sterkteniveau [MPa]
S1 S2 S3 S4
D1 0,5 - 1 1 2 3 4
D2 0,5 - 2
D3 0,5 - 4
Voorbeeld : de klasse D2S2 betekent dat de sterkte hoger moet zijn dan 2 MPa voor een doorbuiging, begrepen tussen 0,5 en 2 mm.
Energieabsorptieklasse Energieabsorptie voor een doorbuiging < 25 mm
E500
E700
E1000
500 J
700 J
1000 J
H. Aanvullende eisen (afhankelijk van de toepassing)
Voor de omgevingsklassen E0, EI en EE1 wordt een minimaal cementgehalte van 300 kg/m³ opgelegd. Andere voorbeelden van eisen : HSR-cement, ontwikkeling van de sterkte op jonge leeftijd voor keerconstructies, hechtsterkte in geval van herstellingen, weerstand tegen waterindringing, vorst-dooiweerstand (met of zonder dooizouten).
 
(¹) Voor vezelversterkt spuitbeton moet de consistentie bepaald worden volgens de norm NBN EN 12350-3 (Vebe-proef).
(²) fck,cyl = karakteristieke druksterkte op een cilinder met een hoogte van 300 mm en een diameter van 150 mm (in N/mm²); fck,cub = druksterkte op een kubus met een zijde van 150 mm (in N/mm²).



V. Pollet, ir., adjunct-departementshoofd 'Materialen, Technologie en Omhulsel', WTCB
J. Piérard, ir., adjunct-laboratoriumhoofd 'Betontechnologie', WTCB