Oplevering van houten schrijnwerk : kleurverschillen en verkleuringen 2010/03.09

TC SchrijnwerkenHouten buitenschrijnwerk wordt blootgesteld aan allerhande weersinvloeden. We geven in dit artikel een overzicht van de voornaamste aandachtspunten bij de oplevering van houten gevelelementen (deuren en ramen) die al dan niet voorzien werden van de nodige afwerkingslagen. In het dossier dat beschikbaar is op onze website, kan u gelijkaardige aanbevelingen terugvinden voor houten gevelbekledingen.

1. Oplevering

Houten gevelelementen kunnen met drie afwerkingsniveaus geleverd worden op de bouwplaats :
  • elementen die nog geen specifieke afwerkingslaag kregen, maar enkel de grondlaag die aangebracht werd in het atelier. Het goede gedrag van deze elementen kan slechts gegarandeerd worden indien ze binnen de termijn van één maand hun definitieve afwerking krijgen op de bouwplaats
  • elementen die een grondlaag en één of meerdere afwerkingslagen kregen in het atelier. Na afloop van het bouwproject kan men op de bouwplaats nog een eindlaag aanbrengen om eventuele kleine beschadigingen weg te werken die optraden vóór, tijdens of na de plaatsing
  • elementen die in het atelier een grondlaag en alle nodige afwerkingslagen kregen.
Na het aanbrengen van de afwerkingslagen kunnen een aantal kenmerken van het hout zichtbaar blijven doorheen deze lagen. Deze blijvende zichtbare kenmerken kunnen niet als een gebrek beschouwd worden voor zover de diktes van de afwerkingslagen voldoen aan de diktes die voorgeschreven werden door de fabrikant.

Het is raadzaam om zo snel mogelijk na de plaatsing van het houten buitenschrijnwerk over te gaan tot de voorlopige oplevering ervan door de opdrachtgever.

Deze oplevering bestaat uit de aanvaarding van de uitgevoerde werken en kan vermeld worden in het bouwplaatsverslag, de vorderingsstaat, ... Ze geeft een precieze beschrijving van de toestand van het schrijnwerk na plaatsing.

Dankzij een dergelijke voorlopige oplevering kunnen tevens onnodige discussies en kosten vermeden worden. Bovendien kan ze een stimulans vormen voor de actoren om bevuiling en/of beschadigingen van het houtwerk, hang- en sluitwerk, beglazing, kitvoegen en de afwerking te vermijden.

2. Kleurverschillen en verkleuringen

Hout wordt van nature gekenmerkt door variaties in kleur, (hout)structuur, oppervlaktetextuur, een verschillend gehalte aan natuurlijke inhoudsstoffen en uiteenlopende fysische, chemische en mechanische eigenschappen. Bij bepaalde houtsoorten is deze variabiliteit meer uitgesproken dan bij andere en kan ze zelfs tot uiting komen in eenzelfde stam, keper of plank (zie afbeelding 1).

Er kunnen van nature bepaalde onvolkomenheden in het hout aanwezig zijn (bv. kwasten en scheurtjes). Terwijl gebreken in schrijnwerkelementen per definitie niet toegelaten zijn, worden natuurlijke onvolkomenheden wel aanvaard indien ze qua grootte en aantal binnen de vooropgestelde kwaliteitsklasse vallen. Voor de classificatie van de houtkwaliteit volgens de geometrische toleranties en uitzichtscriteria verwijzen we naar het artikel in de WTCB-Contact nr. 25.

Naast de klassieke kleurverschillen die inherent zijn aan de houtsoort en kleurverschillen tussen afgewerkt houten schrijnwerk en andere materialen zoals aluminium- en PVC-profielen (zelfs bij identieke RAL-nummers), kunnen er tevens verkleuringen optreden die een externe oorzaak hebben.

Zo kunnen de volgende toegelaten kleurverschillen optreden die gebonden zijn aan bepaalde fenomenen en/of houtsoorten :
  • door blootstelling aan UV-licht en de lucht zullen de meeste houtsoorten nadonkeren, waardoor er kleurverschillen kunnen ontstaan tussen de aan het zonlicht blootgestelde delen en de andere delen
  • onder invloed van water (regen of waterstagnatie) kunnen de schrijnwerkelementen bepaalde wateroplosbare inhoudsstoffen verliezen, hetgeen aanleiding kan geven tot kleurverschillen (zie afbeelding 2).
Afb. 1 Kleurverschillen inherent aan de houtsoort (bv. Afrikaans padoek).
Afb. 1 Kleurverschillen inherent aan de houtsoort (bv. Afrikaans padoek).
Afb. 2 Lopers ten gevolge van het uitspoelen van inhoudsstoffen.
Afb. 2 Lopers ten gevolge van het uitspoelen van inhoudsstoffen.




Volledig artikel


G. Dekens, lic., onderzoeker, laboratorium 'Dak- en Gevelelementen', WTCB
S. Charron, ir., projectleider, afdeling 'Gebouwschil en Schrijnwerk', WTCB