Bouwmethoden ter verbetering van de geluidsisolatie tussen appartementen (2) 2010/02.16

TC AkoestiekDe geluidsisolatie tussen appartementen hangt grotendeels af van het ruwbouwontwerp. In een vorig artikel uit de WTCB-Contact nr. 24 stelden we reeds een eerste ruwbouwconcept voor met doorlopende vloerplaten en elastische voegen ter hoogte van de aansluitingen tussen de wanden en de vloerplaten. In dit artikel komt een tweede concept aan bod waarbij de vloerplaten onderbroken worden ter hoogte van de spouw van de gemene muur. Deze laatste dient uitgevoerd te worden als een ankerloze spouwmuur, waarbij er geen enkel hard contact mag bestaan tussen de deelwanden.

1. Horizontale geluidsisolatie

Men kan een hoge geluidsisolatie creëren tussen appartementen door gebruik te maken van ankerloze spouwmuren, het gevelbinnenspouwblad te onderbreken ter hoogte van de spouw en nauwkeurig de uitvoeringsdetails van het dak, de funderingen en de ondersteuning van de draagvloeren te respecteren. Bij dit ruwbouwconcept doet de spouw van de muren (4 cm breed) dienst als trillingsbarrière die de flankerende lucht en bijgevolg ook de contactgeluidstransmissie naar de naastliggende woning tegenhoudt. De geluidsisolatie in horizontale richting zal hierdoor zowel voor halfzware (> 125 kg/m²) als zware (> 250 kg/m²) deelwanden een stuk hoger liggen dan bij traditionele monolithische gemene muren uit baksteen (30 cm dik).

2. Verticale geluids­isolatie

Aangezien men bij appartementsbouw ook rekening moet houden met boven- en onderburen, dient men bijkomende eisen in aanmerking te nemen voor de verticale geluidsisolatie en de contactgeluidsisolatie. We geven hieronder een overzicht van de geluidstransmissiewegen van een onder- naar een bovenliggend appartement.

2.1. Directe geluidstransmissie

De directe geluidstransmissie doorheen de vloerplaat (weg Dd) is niet alleen afhankelijk van de efficiëntie van de zwevende dekvloer (*), maar ook - en vooral - van de oppervlaktemassa van de vloerplaat (in kg/m²).

2.2. Flankerende geluids­transmissie

Er zijn drie flankerende geluidstransmissiewegen mogelijk per knoop (i.e. de plaats waar een doorlopende verticale wand in contact komt met een vloerplaat). In een ruimte die begrensd wordt door vier wanden kunnen er bijgevolg twaalf transmissiewegen bestaan die men als volgt kan beperken in elke knoop :
  • de geluidstransmissie via de paarse weg Fd (wand naar vloerplaat) zal bij zowat alle wand- en vloertypes beperkt blijven indien er een correct uitgevoerde zwevende vloer toegepast werd
  • de geluidstransmissie via de groene weg Ff (wand naar wand) en de rode weg Df (vloerplaat naar wand) wordt bijna volledig bepaald door de oppervlaktemassa's van de draagvloer (hoe hoger, hoe beter de geluidsisolatie) en van de draagwand erboven en eronder.
  1. Trillingsdempende voeg tussen plint en vloerafwerking
  2. Zwevende vloer
  3. Randstrook
  4. Elastische strook
  5. Draagvloer
  6. Uitvullaag
  7. Elastische tussenlaag
Aanbevolen opbouw voor halfzware wanden.

In combinatie met een te lichte vloerplaat kan deze flankerende geluidstransmissie ervoor zorgen dat constructies die opgebouwd zijn uit halfzware wanden (bv. uit snelbouwstenen) niet langer voldoen aan de eisen voor een normaal akoestisch comfort volgens de norm NBN S 01-400-1. Om de flankerende geluidstransmissies Df en Ff nagenoeg volledig uit te sluiten, volstaat het om een bijzondere elastische tussenstrook aan te brengen onder elke wand die rust op de vloerplaat (zie afbeelding) (*). Dankzij deze tussenstroken kunnen constructies met draagvloeren met een oppervlaktemassa van 400 kg/m² zelfs voldoen aan de eisen voor een verhoogd akoestisch comfort (DnT,w≥ 58 dB).

Constructies die opgebouwd zijn uit zware wanden (bv. uit massieve kalkzandsteen of een ander bouwmateriaal met een oppervlaktemassa > 250 kg/m²) en draagvloeren van minstens 400 kg/m² bieden reeds een normaal akoestisch comfort, terwijl constructies met draagvloeren van minstens 500 kg/m² zelfs kunnen voldoen aan de eisen voor een verhoogd akoestisch comfort. Het is in dit geval niet noodzakelijk om een elastische tussenstrook te voorzien onder de wanden die rusten op de vloerplaat.


Volledig artikel


B. Ingelaere, ir., adjunct-departementshoofd, departement 'Akoestiek, energie en klimaat', WTCB
(*) Voor aanbevelingen met betrekking tot het ontwerp en de uitvoering van een zwevende dekvloer of een elastische tussenlaag verwijzen we naar § 3 van het WTCB-dossier nr. 2009/3.15.