Financiële kosten en milieu-impact 2010/02.03

TC Ruwbouw
De aandacht voor duurzame ontwikkeling steeg de voorbije jaren gestaag in de bouwsector. Tot op heden is er niettemin slechts weinig objectieve informatie beschikbaar over de milieuvriendelijkheid van de verschillende bouwconcepten. Het WTCB voert daarom al gedurende een aantal jaren onderzoeksprojecten uit om de kennis over het milieuvraagstuk in de bouw te verhogen.

Analyse op gebouwniveau

Gelet op de erg lange levensduur van gebouwen, is het opportuun om reeds van bij het ontwerp stil te staan bij de milieu-impact ervan. Binnen het federale onderzoeksproject SuFiQuaD (1) ontwikkelde het WTCB, in samenwerking met de K.U.Leuven en VITO, daarom een methodologie voor de bepaling van de financiële kosten en de milieu-impact van residentiële gebouwen tijdens hun volledige levensduur.

Binnen deze methodologie wordt gebruik gemaakt van een levenscyclusanalyse (LCA) waarbij de levensduur van een gebouw onderverdeeld wordt in drie fasen :
  • initiële fase : deze fase vindt plaats vóór de ingebruikname van het gebouw. Ze omvat de productie van de nodige bouwproducten, het transport van de materialen naar de bouwplaats en de bouwfase zelf
  • gebruiksfase : deze fase omvat zowel de schoonmaak, het onderhoud en de eventuele vervangingen, als het energieverbruik
  • einde-levensduurfase : deze fase vangt aan bij de afbraak van het gebouw en omvat ook het transport van het sloopafval en de verwerking van de verschillende afvalfracties.
Om tot eenduidige conclusies te komen, kan men de milieu-impact van een gebouw uitdrukken met een eengetalsscore. Eén van de manieren om tot een dergelijke score te komen, bestaat uit de toekenning van een geldwaarde (milieukost) aan de milieu-impacten (bv.  0,05 €/kg CO2-uitstoot). Vervolgens kan men de totale milieukost berekenen voor de volledige levenscyclus van het gebouw. De financiële kosten van een gebouw tijdens zijn levensduur kunnen op gelijkaardige wijze berekend worden aan de hand van een levenscycluskostenanalyse (LCC). Ten slotte kan men de meest geschikte bouwoplossing selecteren op basis van de totale kosten (financiële kosten + milieukosten).


Milieukost van twee buitenwanden met een isolatie van respectievelijk 4 cm (donkergroene kolommen) en 20 cm (lichtgroene kolommen).

Analyse op elementniveau

Bij de uitvoering van een LCA of LCC op het niveau van het bouwelement dient men steeds het energieverbruik (2) in aanmerking te nemen om te vermijden dat een isolatieverhoging enkel bijkomende materiaalkosten zou opleveren (en er geen rekening gehouden wordt met het verminderde energieverbruik). Men kan dit benodigde energieverbruik berekenen aan de hand van een vastgelegde warmtebehoefte (aantal equivalente graaddagen) en de U-waarde van het bouwelement.

Er zijn per gebouwelement diverse bouwtechnische oplossingen mogelijk die hoofdzakelijk verschillen qua draagstructuur, isolatie, binnen- of buitenafwerking. Dankzij een gedetailleerde analyse van de financiële kosten en de milieu-impact kan men de juiste oplossing selecteren. Doordat een analyse van alle mogelijke oplossingencombinaties ons te ver zou leiden, voerden we deelanalyses uit waarbij we telkens één component van het bouwelement wijzigden.

In het onderstaande staafdiagram worden de milieukosten van twee buitenwanden vergeleken. Beide wanden bestaan uit een dragend metselwerk waarvan de spouw gedeeltelijk opgevuld is met isolatie (respectievelijk 4 en 20 cm rotswol). Het gevelmetselwerk is opgebouwd uit bakstenen en de binnenzijde van de wanden bestaat uit een bepleistering met een verflaag. Uit de afbeelding blijkt dat het energieverbruik in beide gevallen de grootste milieukosten oplevert, maar dat het relatieve aandeel ervan in de totale milieukost sterk afhankelijk is van de isolatiegraad. De initiële milieukosten vormen voor beide varianten de tweede duurste post die gedomineerd wordt door de kosten voor de dragende structuur en de gevelafwerking. Het is ten slotte van secundair belang om de milieukost van verschillende isolatiematerialen te vergelijken.

In een volgende publicatie zullen we dieper ingaan op de variaties in de structuur en de isolatie van buitenwanden.

K. Putzeys, ir.-arch., adjunct labohoofd, laboratorium 'Duurzame ontwikkeling’, WTCB
(1) SuFiQuaD : Sustainability, Financial and Quality evaluation of Dwelling types, gesubsidieerd door de POD Wetenschapsbeleid.
(2) Het energieverbruik wordt in principe enkel op gebouwniveau berekend, maar is ook van belang op elementniveau om de invloed van de isolatie na te gaan.