Inbraakweerstand van gevelschrijnwerk 2010/02.07

TC SchrijnwerkenGemiddeld grijpt er om de 7 à 8 minuten een inbraakpoging plaats. Jaarlijks valt één woning op 40 ten prooi aan een poging tot inbraak. Over een periode van vijf jaar mag één Belg op acht zich verwachten aan een inbraakpoging. Deze cijfers spreken duidelijke taal en leggen de vinger op de omvang van het probleem. Doorgaans is het de beperkte weerstand van een deur of venster die het de inbre­ker mogelijk maakt binnen te dringen in het gebouw. Indien dit niet lukt binnen de vijf minuten, zal de inbreker zijn geluk meestal elders trachten te beproeven. Deze vaststelling leidde tot de ontwikkeling van mechanische maatrege­len ter versteviging van het gevelschrijnwerk.

Nieuw referentiedocument

De normen NBN EN 1627 tot 1630 die in 2010 bekrachtigd zullen worden, vormen een uniek Europees referentiedocument voor de beoordeling van de prestaties van inbraakvertragende schrijnwerkelementen. Vanaf hun officiële publicatiedatum zullen deze documenten de voornormen NBN ENV 1627 tot 1630 uit 1999 vervangen evenals de nationale normen voor de evaluatie van deze prestaties.

De nieuwe normen zullen een classificatiesysteem aanreiken met zes klassen (van 1 tot 6 in stijgende graad van inbraakweerstand) evenals een beschrijving van de proefmethoden die gehanteerd worden bij de beoordeling van de weerstand van deze elementen tegen een statische en dynamische belasting en tegen manuele inbraakpogingen. Deze normen geven echter geen voorschriften of aanbevelingen voor de keuze van de weerstandsklasse afhankelijk van de gebouwsoort, het risiconiveau, … Algemeen wordt aangenomen dat van buitenaf toegankelijke gevelschrijnwerk­elementen (vensters, deuren, …) met inbraakweerstandsklasse 2 afdoende bescherming bieden aan residentiële gebouwen. We willen er ten slotte op wijzen dat men in België een belastingsvermindering kan krijgen voor het beveiligen van de eigen woning.

Opbouw van inbraakver­tragend gevelschrijnwerk

Naar aanleiding van de afronding van het prenormatieve onderzoek ‘Beoordeling van de prestaties van inbraakvertragend gevelschrijnwerk’, kon het WTCB een referentiedocument op punt stellen voor de uitvoering van inbraakvertragend schrijnwerk. Men kan de inbraakweerstand van gevelschrijnwerk hoofdzakelijk verhogen door aandacht te besteden aan de mechanische weerstand ervan, het glastype en de bevestiging van de beglazing, het hang- en sluitwerk en de bevestiging van het schijnwerk aan de ruwbouw. Wat dit laatste punt betreft, dient men erop toe te zien dat de weerstand van de ruwbouw minstens even hoog is als deze van het schijnwerkelement. Het aantal verankeringspunten met de ruwbouw hangt onder meer af van de omvang van het element en van de over te dragen krachten (waaronder deze die veroorzaakt worden bij een inbraakpoging).

Afb. 1 Inbraakvertragende maatregelen voor vensters.
Afb. 2 Inbraakvertragende maatregelen voor deuren.

Voor elementen met weerstandsklasse 2 dient men de volgende zaken te voorzien :
  • voor draaikipvensters (zie afbeelding 1) :
    1. voldoende stijve en stevige profielen (bv. minstens 68 mm profieldiepte voor houten profielen)
    2. inbraakvertragende beglazing van minstens klasse P4A met een correcte bevestiging van de glaslatten (bv. buisvormige glaslatten bij aluminium schrijnwerk of bijkomend vastschroeven bij houten schrijnwerk)
    3. paddenstoelnokken en veiligheidssluitplaten uit gegalvaniseerd staal (aantal en positie afhankelijk van de afmetingen van het element, van de beoogde klasse, …)
    4. met een sleutel afsluitbare raamkruk waarvan de krukkast beschermd is tegen uitboren
  • voor buitendeuren (zie afbeelding 2) :
    1. voldoende stevige vleugel (beperkt aantal openingen), vulpanelen die niet van buitenaf kunnen gedemonteerd worden, een eventuele beglazing van maximum 150 mm breed of inbraakvertragend glas van minstens klasse P4A, beperkte speling tussen het raamkader, het raamkozijn en de vloer, …
    2. voldoende stevig kader (bv. minstens 58 mm breed voor houten deuren)
    3. meerpuntssluiting met nachtschoten (bij voorkeur minstens drie) die minstens 20 mm uitschieten
    4. inbraakvertragende veiligheidssluitplaten (uit gegalvaniseerd staal en met een minimumdikte van 3 mm)
    5. vei­ligheidscilinder
    6. veiligheidsbeslag (rozet of langschild) dat de cilinder beschermt (de cilinder mag niet meer dan 2 mm uit het vlak van het veiligheidsbeslag uitsteken) en dat niet van buitenaf gedemonteerd kan worden
    7. minstens drie ijzeren scharnieren of paumellen en dievenklauwen voor deuren die naar buiten opendraaien.

Conclusie

Naast de thermische en akoestische isolatie, de brandweerstand, het visuele comfort en de esthetiek wordt nu ook de inbraakweerstand een belangrijk gegeven. Alle gevelschrijnwerk­elementen die van buitenaf toegankelijk zijn, moeten bijgevolg zodanig ontworpen, vervaardigd en geplaatst worden, dat ze homogene inbraakvertragende prestaties vertonen.


Volledig artikel


V. Detremmerie, ir., adjunct labohoofd, laboratorium ‘Dak- en gevelelementen’, WTCB