Lage-temperatuur­verwarming wordt de standaard 2009/04.15

Verwarming en klimaatregelingDe vankrachtwording van de energieprestatieregelgevingen in de drie Gewesten van ons land, de voortdurend stijgende energieprijzen en de fiscale en financiële steunmaatregelen die door de overheid toegekend worden voor de uitvoering van energiebesparende werkzaamheden, vormen een reële stimulans voor de aanschaf en toepassing van duurzame energietechnieken, en dit zowel bij nieuwbouw als bij de renovatie van gebouwen en installaties.
Door de gestage verstrenging van de K-peil­eisen en de E-peil­eisen in de gewestelijke EPB-regelgevingen worden de energiebehoeften voor de verwarming van onze gebouwen dermate verminderd dat het tegenwoordig mogelijk is om deze permanent te verwarmen met een warmteafgiftesysteem dat werkt op lage (LTV) of zeer lage (ZLTV) temperatuur.

De tabel hiernaast geeft aan welke vertrek- en retourtemperaturen conventioneel aangenomen kunnen worden voor de verschillende watervoerende verwarmingsinstallaties en met welk type warmteafgiftesysteem deze gecombineerd kunnen worden.

Conventies voor de randvoorwaarden van warmteafgiftesystemen.
Conventies voor de randvoorwaarden van warmteafgiftesystemen.
Conventies voor de randvoorwaarden van warmteafgiftesystemen.

Keuze van het warmteafgiftesysteem

Het warmteafgiftesysteem en de bijhorende maximale watertemperatuur moeten bij het ontwerp van de installatie gekozen worden naargelang van de warmtebehoeften van het gebouw en de karakteristieken van de voorziene warmtegenerator.

In de nabije toekomst zullen hoogstwaarschijnlijk enkel nog condensatieketels en warmtepompen in aanmerking komen voor een koppeling aan een distributie- en afgiftesysteem op lage of zeer lage watertemperatuur. In de loop der jaren heeft de technologie van deze systemen immers een sterke optimalisatie gekend, wat geleid heeft tot betere energieprestaties (d.w.z. een lager energieverbruik) en een grotere economische haalbaarheid.

Ontwerp en dimensionering van een (Z)LTV-systeem

Voor wat de keuze en het ontwerp van een (Z)LTV-systeem betreft, zijn het de gebouwkarakteristieken (isolatie, ventilatie, thermische massa, zontoetreding, …) die het cruciale uitgangspunt vormen. Deze parameters zijn immers niet alleen bepalend voor de warmte- en koelbehoeften die door het verwarmings- of klimaatsysteem gedekt moeten worden, maar ook voor de werkingstemperatuur van het gekozen verwarmingssysteem. Om energie te kunnen besparen, dient de werkingstemperatuur zo laag mogelijk gehouden te worden, zonder evenwel de beoogde comforttemperatuur in het gebouw in het gedrang te brengen.

In het geval van condensatieketels (zie hiervoor TV 235) dient men bovendien een bijkomende eis te respecteren in verband met de bij het ontwerp te hanteren retourwatertemperatuur. Het is immers van groot belang dat deze ook in het condensatorgedeelte van de ketel nog laag genoeg is om de condensatie van de waterdamp uit de rookgassen toe te laten en zodoende de recuperatie van de latente warmte uit de rookgassen veilig te stellen.

Om het optimale verloop van deze warmte­recuperatie gedurende het gehele stookseizoen te waarborgen, dient de warmtegenerator voorzien te zijn van een weersafhankelijke regeling, die ervoor zorgt dat de watertemperatuur automatisch aangepast wordt aan de buitentemperatuur (door middel van een buitensonde en een stooklijn).

In de lange versie van dit artikel zal de aandacht toegespitst worden op de toepassingsmogelijkheden, het ontwerp en de prestaties van vloer- en muurverwarmingen, vermits het hier gaat om de warmteafgiftesystemen die het vaakst gecombineerd worden met een verwarmingsinstallatie op lage temperatuur.

Voor andere toepassingen zoals radiatoren en convectoren op lage temperatuur, plafondverwarming en zeer lage-temperatuurverwarming met betonkernactivering, verwijzen we de geïnteresseerde lezer naar de TV 235.

Coördinatie en onderlinge samenwerking

Het welslagen van een vloer- of muurverwarmingsinstallatie vergt een goed gecoördineerde onderlinge samenwerking tussen de bouwheer, de ontwerper en alle andere betrokken bouwprofessionelen (verwarmingstechnicus, dekvloerlegger, plaatser van de vloer- of muurafwerking, …).

Alle betrokken partijen dienen terzake hun eigen verantwoordelijkheid op te nemen en ervoor te zorgen dat alle in het bestek vastgelegde clausules en afspraken nageleefd worden.


Volledig artikel


J. Schietecat, ing., laboratoriumhoofd, laboratorium 'Verwarming', WTCB