Gevolgen van de norm NBN EN 13914-2 voor het schildersplamuur 2009/04.14

Schilderwerk, soepele muur- en vloerbekledingenDe norm NBN EN 13914-2 definieert nieuwe vlakheidseisen en introduceert nieuwe niveaus voor een gladde afwerking voor binnenbepleisteringen. Dit artikel geeft aan op welke bepleisteringen de norm precies betrekking heeft en wat de gevolgen ervan zijn voor de schilder. Hiertoe wordt een beschrijving gegeven van de functies van het schildersplamuur.

1 Wat is schildersplamuur ?

De schilder kan plamuur aanbrengen als voorbereiding van zijn ondergrond, maar ook voor de uitvoering van een decoratieve afwerking.

De voorbereiding van de ondergrond kan diverse bewerkingen omvatten, naargelang de staat van de ondergrond, het type afwerking en het afwerkingsniveau (cf. TV 159, in herziening) :
  • het stoppen heeft tot doel om gaten, holten of scheuren op te vullen
  • het bijwerken is bestemd om de onregelmatigheden (luchtbellen, bramen) aan het oppervlak van de ondergrond te verwijderen
  • het eigenlijke plamuren heeft als oogmerk om een gladder oppervlak met een uniformer uitzicht te verkrijgen. Deze bewerking kan naast het schrapen ook het enkelvoudig of meervoudig plamuren omvatten
  • het bijplamuren is een plaatselijke herstelling van het oppervlak na het plamuren.
Het plamuren en bijplamuren gebeurt enkel voor afwerkingen die een hoge voorbereidingsgraad vereisen, zoals glansverven die de onvolkomenheden van de ondergrond benadrukken.

Decoratieve plamuren zijn afwerkingsproducten die door de schilder ofwel gespoten worden, ofwel aangebracht worden met een spaan of een rol. Doorgaans maakt men een onderscheid tussen gladde plamuren (die lijken op Venetiaans stucwerk), rustieke gestructureerde plamuren en plamuren met marmergranulaten.

2 Gevolgen van de norm

De norm NBN EN 13914-2 geeft aan dat ze niet van toepassing is op schilderwerken, noch op voorbereidingswerken. Daarom is ze volgens ons evenmin van toepassing op het schilders­plamuur, gebruikt voor de voorbereiding van de ondergrond. Aangezien de norm echter wel betrekking heeft op plamuren voor de uitvoering van decoratieve afwerkingen, gaan wij ervan uit dat het decoratieve plamuur van de schilder onder haar toepassingsgebied valt. De norm vermeldt niettemin dat er geen enkele vlakheids­tolerantie kan opgelegd worden aan producten die uitgevoerd worden in kleine dikten (zoals het geval is voor decoratieve plamuren).

De vlakheidstoleranties en de niveaus voor een gladde afwerking uit de norm gelden enkel voor stukadoorspleisters en zijn afhankelijk van het afwerkingstype. Onderstaande tabel vergelijkt deze eisen met de afwerkingsgraden uit de TV 199. We willen erop wijzen dat de norm deze afwerkingsniveaus - in tegenstelling tot de TV 199 - niet in verband brengt met de vlakheidseisen. Verder stelt de norm dat het niveau 1 van toepassing is bij gebrek aan andersluidende bepalingen, terwijl de TV 199 standaard een 'normale' afwerkingsgraad voorziet, wat overeenstemt met het niveau 2 van gladde afwerking. Om te beantwoorden aan de eisen uit de TV 199, zal men dus systematisch het niveau 2 van gladde afwerking moeten specificeren.

3 Besluit

De nieuwe niveaus voor een gladde afwerking en de nieuwe eisen inzake vlakheid en hoekafwijking die in de norm gedefinieerd worden voor binnenbepleisteringen, hebben enkel betrekking op stukadoorspleisters en niet op het schildersplamuur. Deze niveaus voor een gladde afwerking kunnen gecorreleerd worden met de afwerkingsgraden uit de TV 199.

Vergelijking van de niveaus voor een gladde afwerking uit de NBN EN 13914-2 en de afwerkingsgraden uit de TV 199 (1).
NBN EN 13914-2 (2) TV 199
Niveaus voor een gladde afwerking Beschrijving Afwerkingsgraden Eisen
Niveau 1 Voor gebruik in zones waar de afwerking niet doorslaggevend is Geen eis Geen voorschriften
Niveau 2 Om voorzien te worden van een bekleding met textuur (papier, textuurverf, …) Normaal
  • 4 onregelmatigheden / 4 m² en 2 golvingen per lengte van 2 m
  • Algemene vlakheid : 5 mm / 2 m
  • Plaatselijke vlakheid : 2 mm / 0,2 m
Niveau 3 Om voorzien te worden van een matte verf of een gladde bekleding Normaal of speciaal, volgens het afwerkingstype Normaal of speciaal, volgens het afwerkingstype
Niveau 4 Om voorzien te worden van een halfglanzende verf en/of indien er scherend licht kan invallen Speciaal
  • 2 onregelmatigheden / 4 m² en 2 golvingen per lengte van 2 m
  • Algemene vlakheid : 3 mm / 2 m
  • Plaatselijke vlakheid : 1,5 mm / 0,2 m
(1)De niveaus voor een gladde afwerking en de afwerkingsgraden worden door de stukadoor bekomen tijdens de pleisterwerken. Na deze werken en vóór de uitvoering van de schilderwerken of andere bekledingen zal de schilder de nodige plamuren aanbrengen om zijn ondergrond voor te bereiden.
(2)De oplevering gebeurt normaalgesproken bij een natuurlijke verlichting en door een observatie in loodrechte richting op het oppervlak (aan de inkom en in het midden van de ruimte of vanop een afstand van 2 m van de wand voor grotere ruimten). Als er een onrechtstreekse of scherende verlichting zal geïnstalleerd worden, moet dit vóór aanvang van de werken in het contract vermeld worden. Het type en de lokalisatie van deze verlichting moeten eveneens aangeduid worden, zodat hiermee rekening kan gehouden worden bij het bepleisteren.



E. Cailleux, dr., technologisch adviseur (*), en V. Pollet, ir.,
departement 'Materialen, technologie en omhulsel', WTCB

(*) TD 'Revêtements organiques', met de financiële steun van het Waalse Gewest.