Renoveren volgens de passiefhuisstandaard 2009/04.05

TC RuwbouwDe renovatie van een woning met het oog op het verkrijgen van een performanter energieprofiel vergt logischerwijze een aantal bijkomende middelen (materialen, installaties, arbeid), wat een belangrijke weerslag heeft op de initiële kostprijs en de milieu-impact. In deze context dient men zich de vraag te stellen in hoeverre deze meerinvestering gecompenseerd kan worden tijdens de levenscyclus van het gebouw, en dit zowel op financieel als op ecologisch vlak.
Binnen het LEHR-project (www.lehr.be), een samenwerkingsverband tussen het WTCB, het Passiefhuisplatform en de afdeling Architecture et Climat van de UCL dat tot stand kwam met de financiële steun van BELSPO, werden er een aantal alternatieve scenario's (standaardrenovatie, lage-energierenovatie, zeer lage-energierenovatie, passiefhuisrenovatie) gedefinieerd voor de renovatie van een 19e-eeuws rijhuis, waarbij men zowel de isolatiegraad, het verwarmingssysteem als het warmwaterproductiesysteem liet variëren. Voor elk van deze scenario's ging men vervolgens over tot de bepaling van de milieu-impact (via een LCA-studie) en de levenscycluskosten (via een LCC-studie), waarbij onder meer rekening gehouden werd met de toegekende premies, het vereiste onderhoud, de eventuele vervangingen en het energieverbruik.

Uit de LCA-studie is gebleken dat het voor het behalen van een goede globale milieu­score aanbevolen is te streven naar een zo hoog mogelijk isolatieniveau en zijn toevlucht te nemen tot hernieuwbare energiebronnen. De bijkomende mi­lieu-impact die aanvankelijk teweeggebracht wordt door de materialen en installaties, gebruikt bij de passiefhuisalternatieven, kan immers vrij snel gecompenseerd worden door hun lagere energieverbruik.

Uit de LCC-studie kwam dan weer naar voren dat de passiefhuisalternatieven, mede door hun zuidelijke oriëntatie en hun hoge subsidiëringsgraad, ook een goede score behalen voor wat hun totale levenscycluskost betreft. Het is echter wel belangrijk op te merken dat de benodigde meerinvestering om de passiefhuisstandaard te bereiken relatief groot is in vergelijking tot de kostenefficiëntie op langere termijn.

De combinatie van de LCC- en de LCA-resultaten heeft aangetoond dat er door bijkomende investeringen in energiebesparingen grote milieuwinsten te boeken zijn. Voor het hier beschouwde renovatieproject leveren deze extra investeringen evenwel geen bijkomend kostenvoordeel meer op van zodra men verder gaat dan een lage-energierenovatie. 


Volledig artikel


L. Delem, ir., J. Vrijders, ir., en J. Van Dessel, ir., afdeling 'Duurzame ontwikkeling en renovatie', WTCB