Akoestiek

Respecteren van de contactgeluids­isolatiecriteria uit de NBN S 01-400-1 2009/03.15

De Belgische norm NBN S 01-400-1 legt een aantal eisen vast voor de contactgeluidsisolatie van vloeren in situ. Dit gebeurt aan de hand van indices die soms redelijk ingewikkeld kunnen lijken. Dit artikel vormt een aanvulling op het artikel uit WTCB-Contact nr. 15 waarin deze indices uitgelegd werden en heeft tot doel deze laatste te vertalen naar bouwrichtlijnen waarmee het mogelijk is tegemoet te komen aan de eisen uit de norm.
In de norm NBN S 01-400-1 zijn een aantal criteria opgenomen voor de contactgeluidsisolatie tussen verschillende woningen. Deze criteria zijn gebaseerd op het gewogen gestandaardiseerde contactgeluidsdrukniveau L'nT,w in situ, dat uitgedrukt wordt in decibels.

De parameter L'nT,w zal lager zijn naarmate de beschouwde vloer betere prestaties vertoont. In de norm worden drie belangrijke grenswaarden vermeld :
  • een maximumwaarde van 58 dB voor een normaal comfort tussen twee ruimten
  • een maximumwaarde van 54 dB voor een normaal comfort in een slaapkamer die grenst aan een ruimte met meer contactgeluid
  • een maximumwaarde van 50 dB voor een verhoogd akoestisch comfort.
Het gewogen gestandaardiseerde contactgeluidsdrukniveau L'nT,w is een grootheid die niet rechtstreeks 'afleesbaar' is op een materiaal. Als men deze waarde voor een welbepaalde opbouw wenst te kennen, zal men deze dus moeten berekenen. Voornoemde grootheid vormt de uitdrukking van het geluid dat men kan waarnemen in de ontvangstruimte wanneer er een genormaliseerde klopmachine op de vloer van een andere ruimte geplaatst wordt. Het waargenomen geluid is dus zowel afhankelijk van de directe geluidsoverdracht als van de flankerende geluidsoverdracht, afkomstig van de vloer die aan het trillen gebracht wordt door de klopmachine.

De grootheid L'nT,w wordt beïnvloed door verschillende parameters. De massa van de draagvloer is hierbij een beslissende factor : hoe zwaarder de basisvloer, hoe beter de contactgeluidsisolatie.

Ook de keuze en de uitvoering van de akoestische-isolatielaag die zich onder de zwevende dekvloer bevindt, oefenen een belangrijke invloed uit op voornoemde grootheid. Voor de keuze van de akoestische-isolatielaag kan men zich baseren op de door de fabrikanten vermelde ΔLw-waarde : naarmate deze hoger is, zal het betrokken materiaal een betere contactgeluidsisolatie vertonen (hierbij dient men er wel rekening mee te houden dat de reële uitvoeringsvoorwaarden kunnen afwijken van de ideale proefvoorwaarden in het laboratorium : dikte van de dekvloer, doorboringen, …).

Het volume van de ontvangstruimte is eveneens van belang voor de L'nT,w-waarde. De waarden uit onderstaande tabel zijn van toepassing op een ontvangstruimte met een volume van 31 m³. Voor ontvangstruimten met een kleiner volume zullen de resultaten minder goed zijn, terwijl ontvangstruimten met een groter volume betere prestaties zullen vertonen. De afstraling van de zijwanden heeft tenslotte ook een - zij het geringe - invloed (men kan een variatie van 1 tot 2 dB waarnemen). Hoe zwaarder de wanden, hoe beter de resultaten.

Belangrijkste bouwrichtlijnen voor appartementsgebouwen.
Vloertype Onderlaag (1) uit cellenbeton + akoestische-isolatielaag van de zwevende dekvloer (2) Klassieke onderlaag (1) + akoestische- isolatielaag van de zwevende dekvloer (2)
∆Lw = 18 dB (bv. PE 5 mm) ∆Lw = 21 dB (bv. 2 x PE 5 mm) ∆Lw = 18 dB (bv. PE 5 mm) ∆Lw = 21 dB (bv. 2 x PE 5 mm)
Welfsel (16 cm) - < 58 dB < 58 dB < 58 dB
Breedvloerplaat + beton (totaal : 15 cm) / Welfsel (16 cm) + druklaag (5 cm) (totaal : 21 cm) < 58 dB < 58 dB < 58 dB < 54 dB
Breedvloerplaat + beton (totaal : 20 cm) < 58 dB < 54 dB < 54 dB < 50 dB
Breedvloerplaat + beton (totaal : 25 cm) < 54 dB < 50 dB < 54 dB < 50 dB
(1) Het gaat hier om een onderlaag die de leidingen onder de akoestische-isolatielaag bedekt.
(2) Het gaat hier om een traditionele gewapende dekvloer met een dikte ≥ 60 mm.

De op de norm NBN EN 12354-2 gebaseerde rekenmethode wordt in detail beschreven in de lange versie van dit artikel en toegelicht met een aantal toepassingsvoorbeelden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste bouwrichtlijnen die men zou kunnen aanwenden in appartementsgebouwen om te voldoen aan de verschillende comfortniveaus uit de norm NBN S 01-400-1. Het lange artikel formuleert ook een aantal aanbevelingen en voorzorgsmaatregelen voor de uitvoering van zwevende dekvloeren op de bouwplaats.


Volledig artikel


M. Van Damme, ing., laboratoriumhoofd, laboratorium ''Akoestiek', WTCB