Hygrothermie

Thermische isolatie van bestaande muren 2009/03.14

De thermische isolatie van gebouwen heeft als hoofddoel om het energieverbruik te verminderen. Een goede isolatie leidt bovendien ook tot een verhoging van de temperatuur van de binnenoppervlakken en bijgevolg tot een verbetering van het comfort van de bestaande gebouwen.
Afb. 1 De isolatie schermt het
beschermde volume af.
Afb. 1 De isolatie schermt het beschermde volume af.
  1. Onbewoonde, niet-verwarmde zolder
  2. Te isoleren bewoonde ruimte
Om te komen tot gebouwen met een maximaal comfort, dient men de thermische isolatie te concentreren in de 'gebouwschil'. Deze term slaat op alle verliesoppervlakken die het volume dat men op een bepaalde temperatuur wenst te houden, afscheiden van de buitenomgeving of van de ruimten die men niet wenst te verwarmen (afbeelding 1). Zoals zijn naam reeds laat uitschijnen, zorgt de aldus geïsoleerde gebouwschil voor de continue afscherming en omhulling van het zogenoemde 'beschermde volume'. Vanuit een thermisch oogpunt is het dus niet nodig om eenzelfde woning op verschillende niveaus (tussen de verdiepingen, in de scheidingswanden, …) te isoleren.

In de meeste woningen vormen de muren - na het dak - één van de belangrijkste verliesoppervlakken. De correcte isolatie ervan mag bijgevolg niet uit het oog verloren worden. In de jongste versie van de decreten van het Waalse en het Brusselse Gewest zijn er dan ook een aantal thermische prestaties opgenomen die een stuk strenger zijn dan de vorige eisen : zo zou men op termijn courant (of zelfs stelselmatig) een isolatiedikte van 8 tot 10 cm moeten gaan aantreffen in de muren (zie tabel 1). Deze gewestelijke eisen zijn bovendien te beschouwen als minimumwaarden.

Om in overeenstemming te zijn met de criteria uit de andere Gewesten, zal de isolatie-eis voor muren in het Vlaamse Gewest normaalgesproken gewijzigd worden vanaf 1 januari 2010.

Tabel 1 Umax-waarden die door de Gewesten opgelegd werden voor de buitenmuren van nieuwe gebouwen en aanbevolen dikten voor een aantal courante isolatiematerialen.
Gewest Umax
(W/m²K)
Minimale isolatiedikte (cm) op een wand uit baksteenmetselwerk van 20 cm dik
Minerale wol
ui in W/mK)
Polyurethaanschuim
ui in W/mK)
Geëxtrudeerd polystyreen
ui in W/mK)
Niet-gecertifi-
ceerd : 0,045
Met ATG :
0,041
Niet-gecertifi-
ceerd : 0,035
Met ATG :
0,028
Niet-gecertifi-
ceerd : 0,04
Met ATG : 0,034
Vlaams Gewest
(tot eind 2009)
0,6 6 6 5 4 6 5
Waals Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Vlaams Gewest (vanaf 1 januari 2010) 0,4 10 9 8 7 9 8
Toekomstige evoluties ? 0,3 14 13 11 9 12 11

Naast de thermische prestatie van de isolatie is ook de keuze van een geschikte isolatietechniek van belang. Voor de isolatie van muren komen de volgende drie technieken in aanmerking :
  • isolatie langs binnen
  • isolatie langs buiten
  • isolatie door het inspuiten of inblazen van een isolatiemateriaal in de spouw.
Elk van deze werkwijzen heeft haar specifieke (al dan niet grote) voor- en nadelen, die kort opgesomd worden in tabel 2. Hieruit blijkt dat de isolatie langs buiten de interessantste mogelijkheden biedt en het minste risico's inhoudt. Deze techniek verdient dan ook de voorkeur.

Het isoleren van de spouw mag enkel gebeuren door een gespecialiseerd bedrijf dat bovendien de duurzaamheid van de uitvoering moet kunnen waarborgen. Voorafgaand aan deze behandeling zou de spouw eerst gecontroleerd moeten worden met behulp van een endoscoop (bv. om te checken of er geen onderbrekingen voorkomen). Na de opvulling van de spouw dient men dan weer over te gaan tot een nazicht van de homogeniteit van de isolatie. Dit gebeurt doorgaans door thermografie (zie WTCB-Tijdschrift 2/1998).

Tabel 2 Mogelijke isolatietechnieken voor muren en hun voor- en nadelen.
Tabel 2 Mogelijke isolatietechnieken voor muren en hun voor- en nadelen.

Afb. 2 Leidingspouw tussen het dampscherm en de binnenafwerking.
Afb. 2 Leidingspouw tussen het dampscherm en de binnenafwerking.
  1. Binnenafwerking
  2. Latwerk (waardoor er een leidingspouw ge­creëerd wordt)
  3. Dampscherm
  4. Thermische isolatie
  5. Secundaire structuur
  6. Bestaand metselwerk
Het uitvoeren van een isolatie langs binnen is een delicate techniek die men zo mogelijk moet vermijden. Als men toch zou opteren voor deze werkwijze (bv. wanneer beide andere technieken onuitvoerbaar zijn), moet men er in de eerste plaats voor zorgen dat de muren droog zijn en ook droog blijven. Muren die blootgesteld kunnen worden aan zware slagregen, zouden beschermd en gedroogd moeten worden alvorens men overgaat tot een ingreep langs de binnenkant. Daarnaast dient men de nodige aandacht te besteden aan de luchtdichtheid (en in bepaalde gevallen ook aan de dampdichtheid) van de voorzetwand aan de binnenzijde. Zo dient men elke infiltratie van binnenlucht achter de isolatie (bv. langs de stopcontacten of de schakelaars) tegen te gaan. Indien het hygrothermische gedrag van de muur niet gesimuleerd kan worden door middel van een geschikt computerprogramma, is het steeds aanbevolen een dampscherm te voorzien. Teneinde de goede lucht- en dampdichtheid van de voorzetwand aan de binnenzijde te waarborgen, zou men bij voorkeur een leidingspouw tussen het dampscherm en de binnenafwerking moeten voorzien (zie afbeelding 2), waarin men onder meer de leidingen en stopcontacten kan inwerken. Elke doorboring van dit dampscherm zou luchtdicht afgewerkt moeten worden, bijvoorbeeld met behulp van een kleefband van goed kwaliteit.

Omwille van de vloeren, de dwarsmuren en de raamopeningen is de ononderbroken uitvoering van een isolatie langs binnen quasi onmogelijk. Om de vorming van koudebruggen (ter hoogte waarvan er een verhoogd risico op schimmelvorming bestaat) tegen te gaan, zou men er indien mogelijk voor moeten zorgen dat de isolatie doorloopt op deze loodrechte wanden en vloeren (zie afbeeldingen 3 en 4).

Afb. 3 Condensatie en schimmelvorming ter hoogte van een koudebrug
Afb. 3 Condensatie en schimmelvorming ter hoogte van een koudebrug
Afb. 4 Men laat de isolatie doorlopen op de vloer om de vorming van koudebruggen te vermijden.
Afb. 4 Men laat de isolatie doorlopen op de vloer om de vorming van koudebruggen te vermijden.

Binnen de huidige economische en ecologische context is de isolatie van muren uitgegroeid tot een must. De isolatiedikte zou moeten opgedreven worden naargelang van de mogelijkheden van het gebouw. De keuze van de isolatietechniek is hierbij erg belangrijk. Een isolatie langs buiten levert doorgaans de meeste voordelen op. Als deze werkwijze niet kan overwogen worden en het onmogelijk is de spouw op te vullen door het inspuiten of inblazen van een isolatiemateriaal, kan men zijn toevlucht nemen tot de isolatie van het gebouw langs binnen. In voorkomend geval dient men bijzondere voorzorgsmaatregelen te treffen om de voorafgaandelijke droogheid en de lucht- en dampdichtheid te waarborgen en om het ontstaan of de benadrukking van koudebruggen te vermijden. 


P. Demesmaecker, ing., hoofdadviseur, afdeling 'Technisch advies', WTCB